Minder artroseoperaties door oefentherapie
14 juni 2010
|
Bij patiënten met heupartrose die door de
fysiotherapeut zijn behandeld met gedragsgeoriënteerde
oefentherapie (GRADIT), is het risico op een gewrichtsvervangende
operatie drie keer zo laag als bij patiënten die zijn behandeld
volgens de richtlijn. Dit blijkt uit een publicatie van
onderzoekers van het NIVEL in het wetenschappelijke
tijdschrift Osteoarthritis and Cartilage. Het onderzoek is
uitgevoerd met subsidie van het Reumafonds.
In Nederland hebben naar schatting zo'n 312.000 mensen
knieartrose en 238.000 mensen heupartrose. Oefentherapie is
effectief als behandeling op de korte termijn. Patiënten hebben
daardoor bijvoorbeeld minder pijn en beperkingen bij lopen of
fietsen.
Maar als de behandeling is afgelopen, neemt dat effect weer af
doordat de meeste mensen met de oefeningen stoppen en terugvallen
in een minder actieve levensstijl.
Om therapietrouw en een actievere levensstijl te stimuleren
zodat het effect van de therapie langer behouden blijft,
ontwikkelden de onderzoekers de zogenoemde GRADIT-behandeling. Deze
is gebaseerd op de principes van Graded Activity en gericht op
gedragsverandering.
GRADIT
Bij GRADIT bekijken patiënten samen met de
fysiotherapeut welke activiteiten ze het belangrijkste vinden, en
bij welke ze het meeste last hebben. Vervolgens kiezen ze er drie
uit, bijvoorbeeld lopen, fietsen en tuinieren, waarvan de
intensiteit dan stapsgewijs wordt opgevoerd. Bijvoorbeeld elke dag
een minuut meer wandelen, onafhankelijk van de hoeveelheid
pijn.
Daarnaast krijgen patiënten oefeningen om de spierkracht en
gewrichtsmobiliteit te verbeteren. Ze krijgen een grote eigen
verantwoordelijkheid, de fysiotherapeut treedt op als 'coach' die
actief gedrag beloont met complimenten en aanmoedigingen en
ongewenst gedrag, zoals richten op pijn en daarover klagen,
probeert 'uit te doven' door het te negeren.
Na afloop van de behandeling komen de patiënten nog vijf tot
zeven keer terug bij de fysiotherapeut.
Vijf jaar lang
De onderzoekers volgden vijf jaar
lang twee groepen patiënten met artrose
aan heup of knie. De ene groep kreeg de conventionele behandeling
met oefentherapie volgens de richtlijn van het Koninklijk
Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, de andere groep de
GRADIT-behandeling.
Op verschillende momenten in die vijf jaar werden pijn en
lichamelijk functioneren gemeten en is gekeken naar het aantal
gewrichtsvervangende chirurgische ingrepen.
Minder pijn en beperkingen
Op de lange termijn
resulteren beide behandelingen in minder pijn en beperkingen in
activiteiten, zowel bij mensen met heup- als knieartrose.
Echter, bij mensen met heupartrose vermindert de
GRADIT-behandeling op de korte en middellange termijn de pijn en
beperkingen meer dan de behandeling volgens de richtlijn. Bovendien
blijkt dat het risico op een gewrichtsvervangende operatie bij
mensen met heup- artrose die de GRADIT-behandeling krijgen bijna
drie keer zo laag is.
NIVEL-onderzoeker Martijn Pisters: "Dit is een bijzonder
resultaat. Het betekent dat een gericht oefenprogramma een
gewrichtsvervangende operatie kan voorkomen, of in ieder geval kan
uitstellen. Natuurlijk is hiernaar nog meer onderzoek nodig, want
wij waren er niet primair op gericht verandering in het aantal
operaties aan te tonen."
Het Reumafonds is ook zeer verheugd met het resultaat van het
onderzoek en hoopt dat de behandeling in de praktijk toegepast zal
worden.