Zoeken
 
Print | Verstuur e-mail

Knieprothese

Tijdens en na de operatie

Heel soms gebeurt het dat uw knieprothese geïnfecteerd raakt en daardoor losraakt. Ook bestaat de mogelijkheid dat uw knieschijf niet goed meebeweegt of dat littekenvorming het buigen beperkt. Verder gelden dezelfde risico's als bij andere operaties.

Infectie van prothese
Infectie van uw prothese is een ernstige situatie. De prothese kan hierdoor losraken. U krijgt langdurig antibiotica, eerst via een infuus en later in tabletvorm. De kans bestaat dat de prothese weer verwijderd moet worden. U kunt pas weer een nieuwe prothese krijgen als de infectie volledig verdwenen is.

Soms krijgt u gentakralen in het geïnfecteerde gebied. Gentakralen zijn kralen waarin een antibioticum is verwerkt. Ze worden operatief ingebracht.

Kunt u wel direct een nieuwe prothese krijgen? Dan blijft u kans houden op een nieuwe infectie. In het uiterste geval krijgt u helemaal geen prothese meer. De chirurg zet uw knie dan vast. Dit heet een artrodese. U kunt dan op uw been steunen, maar u kunt uw been niet buigen.

Knieschijf beweegt niet goed mee
Soms glijdt uw knieschijf niet goed over de prothese. Buigen is lastig en pijnlijk. Het kan dan nodig zijn dat u een knieschijfprothese krijgt of een operatie aan uw spieren of pezen.

Littekenvorming
Het litteken bestaat uit bindweefsel. Dit stugge weefsel kan het buigen beperken. Om de beweeglijkheid te verbeteren buigt de orthopedisch chirurg uw knie dan onder verdoving verder door.

Risico's bij elke operatie
Verder gelden dezelfde risico's als bij andere operaties:

  • Wondinfectie. De kans hierop is klein. Een wondinfectie is meestal na 5 dagen zichtbaar. De wond is dan rood en pijnlijk en uw temperatuur is verhoogd. Behandeling bestaat uit rust en antibiotica. Soms is een operatie nodig om pus te verwijderen. Dit voorkomt een infectie van uw knie. Wordt de wond roder en pijnlijker, neem dan direct contact op met uw huisarts of specialist. Lukt dit niet, dan kunt u de spoedarts van het ziekenhuis bellen.
  • Nabloeding. De kans dat de wond nabloedt is de eerste 24 uur het grootst. Voor de eerste dagen heeft u een drukverband gekregen. Meestal is een tweede operatie niet noodzakelijk. Wel kunt u bij een nabloeding een bloedtransfusie krijgen om het bloedtekort aan te vullen.
  • Trombose. Alle langdurige operaties verhogen de kans op trombose. Om dit te voorkomen krijgt u vanaf de dag van de operatie bloedverdunnende medicijnen in de vorm van tabletten of injecties. Het kan nodig zijn dat u deze thuis nog een aantal weken gebruikt. De trombosedienst legt u uit hoe u deze medicijnen gebruikt en welke dosering u nodig heeft.

Knieprothese (pdf)

Meepraten over reuma?

Like dan onze Facebook-pagina

Wat weet u van reuma?

Op zoek naar een ziekenhuis?