Zoeken
 
Print | Verstuur e-mail

Osteoporose

Welke medicijnen kunnen u helpen?

De behandeling van osteoporose heeft drie doelen: pijnbestrijding, verder botverlies tegengaan en botbreuken voorkomen. Verder krijgt u een aantal adviezen over voeding en leefstijl.

Pijn bestrijden
Osteoporose kan met en zonder pijn gepaard gaan. Ook kunt u acuut veel pijn krijgen door een breuk of als wervels spontaan inzakken. Het eerste doel van de behandeling is dan bestrijding van de pijn. Welke pijnstillers u nodig heeft, hangt af van de hoeveelheid pijn die u heeft.

Tegen de pijn kunt u een eenvoudige pijnstiller nemen, bijvoorbeeld paracetamol. Het middel veroorzaakt geen maagproblemen en u kunt het goed combineren met andere medicijnen. Heeft u bijna de hele dag door pijn? Voor het beste effect neemt u paracetamol bijvoorbeeld 3 of 4 keer per dag op vaste tijden in. Overleg altijd met uw arts over het gebruik van paracetamol.

Soms werkt paracetamol alléén onvoldoende. Het kan helpen om codeïne toe te voegen, maar dat geldt niet voor iedereen. Een nadeel van codeïne is, dat u eraan kunt wennen. U kunt ook last krijgen van verstopping, vooral als u wat ouder bent. Sommige mensen zijn overgevoelig voor codeïne en krijgen last van allerlei bijwerkingen.

Soms schrijft uw arts bij ernstige pijn een ontstekingsremmende pijnstiller (NSAID) voor. Bij een acute inzakking van de wervel heeft u morfine of een morfine-achtige stof (tramadol) nodig.

Botverlies tegengaan en botbreuken voorkomen
Om verder verlies van botdichtheid tegen te gaan en nieuwe botbreuken te voorkomen, zijn leefregels extra belangrijk. Goede voeding, voldoende zonlicht en lichaamsbeweging zijn enorm belangrijk. Daarnaast zal bij ernstige osteoporose een behandeling met bisfosfonaten noodzakelijk zijn.

Bisfosfonaten
De bekendste bisfosfonaten die bij osteoporose gebruikt worden zijn alendronaat en/of risedronaat. Ze zorgen ervoor dat de botafbraak minder snel verloopt. Bij gebruik van bisfosfonaten kan de botdichtheid zelfs iets toenemen. Onderzoek laat zien dat de kans op een botbreuk halveert als u bisfosfonaten gebruikt. Dit geldt vooral voor uw wervelkolom, maar ook voor uw heupen en voor andere botten, zoals uw pols.

Heeft u 5 jaar lang bisfosfonaten geslikt? Bespreek dan met uw arts of de behandeling kan worden gestaakt of moet worden voortgezet. Het is namelijk nog niet bekend wat het effect van langdurig gebruik is.

U krijgt de bisfosfonaten in tabletvorm. Meestal zal uw arts een tablet voor inname eenmaal per week voorschrijven. Daarnaast bestaan er ook tabletten die u dagelijks moet innemen of eenmaal per maand. U neemt deze 's morgens op uw nuchtere maag in met een vol glas water, dus nog voordat u gegeten en gedronken heeft. Neem het middel niet tegelijk in met andere medicijnen, zoals calciumhoudende middelen. Uw apotheker of arts geeft u persoonlijk advies over de manier waarop u de tabletten moet innemen.

Het eerste halfuur na inname mag u niet eten of drinken, omdat uw lichaam het medicijn anders niet opneemt. Gaat u in die tijd ook niet liggen. Het middel kan anders teruglopen in uw slokdarm waardoor deze geïrriteerd kan raken. Als het middel in tabletvorm problemen oplevert, dan kunt u het via een infuus eenmaal per jaar krijgen.

Bisfosfonaten kunnen bijwerkingen hebben:

  • maagdarmklachten zoals buikpijn, zuurbranden, winderigheid en diarree
  • darmverstopping
  • een zweer in uw slokdarm, maag of twaalfvingerige darm. De kans hierop is groter als u na het innemen van het middel te snel gaat liggen


Denkt u dat u één van deze bijwerkingen heeft? Neem dan contact op met uw arts.

Bijwerkingen die heel zelden voorkomen bij langdurig gebruik van een bisfosfonaat:

  • hevige pijn in uw kaak
  • oorklachten zoals oorpijn, ooruitscheiding of oorinfecties


Neem ook bij deze bijwerkingen contact op met uw arts. Zijn de klachten toe te schrijven aan het gebruik van een bisfosfonaat, dan kan de oorzaak een beschadiging van het botweefsel van uw kaak of gehoorgang zijn.

Gebruikt u een bisfosfonaat en krijgt u een tandartsbehandeling? Kaakklachten kunnen ontstaan of verergeren na een tandartsbehandeling, zoals het trekken van een kies. Het beste kunt u, voordat u de behandeling laat doen, contact met uw arts opnemen. Daarnaast is het belangrijk dat uw tandarts ook weet dat u een bisfosfonaat gebruikt.

Sommige mensen kunnen aledronaat of risedronaat niet gebruiken. Dan zal de arts, in overleg met u, andere medicijnen voorschrijven..

Andere medicijnen die de botdichtheid verhogen

Denosumab
Uw arts zal denosumab voorschrijven als alternatief voor bisfosfonaten als deze niet werken of als u ze niet mag gebruiken.

Denosumab wordt gebruikt bij een vergroot risico op botbreuken. Denosumab is een geneesmiddel gericht tegen de botafbraak en u krijgt het elke zes maanden via een onderhuidse injectie toegediend. Het werkzame bestandsdeel is een antistof die gericht is tegen het menselijk molecuul dat de botafbraak stimuleert.

Raloxifeen
Raloxifeen is een middel dat heel soms wordt gebruikt bij de behandeling van osteoporose bij vrouwen. Het lijkt een beetje op oestrogeen maar het heeft geen invloed op de borsten of het baarmoederslijmvlies. Net als de oestrogenen remt raloxifeen de botafbraak, waardoor de bestaande bothoeveelheid in stand gehouden kan worden.

Bijschildklierhormonen
Bijschildklierhormonen worden in uw lichaam aangemaakt door de kliertjes in de bijschildklier. Ze hebben een belangrijke functie voor de calciumhuishouding in uw lichaam.  Bijschildklierhormonen kunnen ook als medicijn gegeven worden. Wanneer schrijft uw arts een bijschildklierhormoon voor?
• als u na de menopauze ernstige osteoporose ontwikkelt en ondanks het gebruik van een bisfosfonaat toch nog iets breekt
• een behandeling met bisfosfonaten, denosumab of raloxifeen niet werkt, of als u deze middelen niet mag gebruiken

Teriparatide is een voorbeeld van het bijschildklierhormoon. Dit medicijn bootst de functie van hormonen, gemaakt in de bijschildklier, na en het stimuleert de botvorming. De botdichtheid neemt hierdoor toe.

Geen combinaties
Meestal worden medicijnen niet met elkaar gecombineerd. Wel krijgt u vaak ook vitamine D- en calciumsupplementen voorgeschreven.

Voedingssupplementen
Uw arts kan voedingssupplementen voorschrijven: calcium en vitamine D.
• Calcium: zorgt voor sterke en gezonde botten. Als u calcium inneemt, stijgt de hoeveelheid calcium in uw bloed. Uw lichaam heeft dan meer kalk voor de botaanmaak
• Vitamine D: om genoeg kalk uit de darmen op te nemen heeft het lichaam voldoende vitamine D nodig. Door zonlicht op uw huid neemt de hoeveelheid vitamine D in uw lichaam toe. Is het winter, komt u weinig in de buitenlucht of bent u altijd bedekt (met muts of hoofddoek)?Dan kan uw arts vitamine D voorschrijven. Als u osteoporose heeft, zal uw arts u een dagelijkse dosis van 20 microgram (800IE) vitamine D voorschrijven.

Alleen in combinatie met vitamine D zorgt calcium voor sterkere botten/een grotere botdichtheid. Als het u niet lukt om per dag voldoende calcium uit uw voeding te halen, dan schrijft uw arts 500 tot 1000 mg per dag in tablet- of poedersachetvorm voor. De dosis van 1000 mg geldt vooral wanneer u helemaal geen zuivelproducten gebruikt.

Osteoporose (pdf)

Meepraten over reuma?

Like dan onze Facebook-pagina

Wat weet u van reuma?





Op zoek naar een ziekenhuis?