Zoeken
 
Print | Verstuur e-mail

Osteoporose

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Wordt u kleiner of heeft u een bot gebroken? Uw arts kan onderzoeken of er bij u sprake is van osteoporose. Ook kan uw arts aandoeningen die het risico op osteoporose vergroten, opsporen met bijvoorbeeld bloed- en/of urineonderzoek.

Als u na uw 50e een bot breekt, of kleiner wordt, dan kan het verstandig zijn om verder te laten onderzoeken of u osteoporose heeft. Heeft uw arts u een dergelijk onderzoek nog niet voorgesteld, vraag er dan naar.

Bent u kleiner geworden, dan meet uw arts hoe lang u bent. Hij vergelijkt de uitkomst met uw lengte op jongere leeftijd. Zo stelt hij vast of u kleiner bent geworden. Als u ook een voorovergebogen houding heeft gekregen, wijst dat erop dat u ingezakte wervels heeft.

Om na een botbreuk of lengteverlies te onderzoeken of u osteoporose heeft doet uw arts een aantal onderzoeken. Dit gebeurt meestal in 4 stappen:

  • een DXA-scan van uw heup en wervelkolom
  • een VFA-onderzoek of een röntgenfoto van uw wervelkolom 
  • een inschatting van het risico dat u komt te vallen
  • een onderzoek naar secundaire osteoporose


Hieronder leest u meer over de verschillende onderzoeken.

DXA-scan, VFA-onderzoek of röntgenonderzoek
De arts kan ook uw botdichtheid laten meten. Dit doet hij vooral als er bij u risicofactoren aanwezig zijn of als u kort geleden een bot heeft gebroken.  Uw botdichtheid wordt gemeten met een DXA-scan. Een DXA-scan werkt met röntgenstraling, maar de straling is vele malen kleiner dan bij een gewone röntgenfoto. Bij een DXA-meting wordt de botdichtheid van uw heup en onderrug gemeten.

Als de arts een lage botdichtheid vaststelt, heeft u mogelijk osteoporose. Een lage botdichtheid is een belangrijke voorspeller voor botbreuken. Afhankelijk van de uitslag zal uw arts u voorstellen om medicijnen te gaan gebruiken.

Ook zal uw arts de DXA-meting willen aanvullen met een Vertebral Fracture Assessment (VFA, ook wel een wervelhoogtemeting genaamd), waarbij de hoogte van de afzonderlijke wervels bepaald wordt. Dat gaat gelijktijdig met het maken van de DXA-scan. Of er wordt een röntgenfoto van uw rug gemaakt om de stand van uw wervels zichtbaar te maken.

Uw valrisico in kaart brengen
Omdat vallen snel tot een botbreuk kan leiden, zal uw arts willen weten hoe groot het risico is dat u valt. De belangrijkste vraag die uw arts stelt is hoe vaak u het afgelopen jaar bent gevallen. Daarnaast kan uw arts ook lichamelijk onderzoek doen gericht om te weten te komen hoe uw spierkracht is en of u goed in balans kunt blijven. Heeft u een verminderde spierkracht of bent u snel uit balans, dan kan fysiotherapie zinvol zijn. Heeft u een erg hoog risico om te vallen? Dan kan uw arts u verwijzen naar een zogeheten valpolikliniek in het ziekenhuis. Hier krijgt u een uitgebreid onderzoek naar de oorzaak van het vallen en begeleiding om het risico op vallen te verkleinen.

Onderzoek bij secundaire osteoporose
Bij secundaire osteoporose is de osteoporose het gevolg van een andere aandoening. In dat geval wil uw arts vaak extra bloed- en urineonderzoek doen. Urineonderzoek kan duidelijkheid geven over de hoeveelheid calcium en botafbraakproducten in de urine. Bij bloedonderzoek zal uw arts bijvoorbeeld de bloedbezinking, het vitamine D-gehalte en hormonen willen meten.

Osteoporose (pdf)

Meepraten over reuma?

Like dan onze Facebook-pagina

Wat weet u van reuma?

Op zoek naar een ziekenhuis?