|
Sarcoïdose
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Wanneer uw arts denkt dat u sarcoïdose (de ziekte van Besnier-Boeck) heeft, doet hij een lichamelijk onderzoek. Daarna kan hij verschillende onderzoeken laten uitvoeren: bloedonderzoek, röntgenfoto's, echo of scan, biopsie en longfunctieonderzoek.
Bloedonderzoek
Er is geen specifieke bloedtest waarmee sarcoïdose kan worden aangetoond. Wel kan uw bloedbezinking (BSE) verhoogd zijn. Bij chronische sarcoïdose is in uw bloed vaak een hoger gehalte van het enzym ACE (Angiotensine Converting Enzym) te vinden. Soms is het calciumgehalte in uw bloed of urine verhoogd.
Röntgenonderzoek
Uw arts maakt meestal een röntgenfoto van uw longen om na te gaan of uw lymfeklieren vergroot zijn en of uw longweefsel ontstoken is.
Echo of scan
Afhankelijk van de plek in uw lichaam waar de ziekte voorkomt kan uw arts een echo of scan laten maken. Een veelgebruikte scan bij sarcoïdose is een SMS-scan (SMS = somatostatine). Door de contrastvloeistof kan de arts op de scan duidelijk zien waar in uw lichaam zich de ontstekingen bevinden. Uit dit weefsel kan hij dan een biopt nemen.
Biopsie
Bij een biopsie haalt de arts een stukje weefsel weg uit uw longen, lymfeklieren, huid, gewrichtskapsel, lever of spier. Het biopt wordt onder de microscoop gelegd. Als zich in dit weefsel granulomen bevinden, is het zeker dat u chronische sarcoïdose heeft.
Longfunctieonderzoek
Als u kortademig bent, krijgt u vaak een longfunctieonderzoek. Dit gebeurt om te kijken of er via de longblaasjes voldoende zuurstof in uw bloed komt.