Zoeken
 
Print | Verstuur e-mail

SCCH

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Uw arts vermoedt dat u SCCH heeft op grond van uw klachten en aanwijzingen uit lichamelijk onderzoek. Om de diagnose te stellen is daarnaast gericht aanvullend onderzoek nodig. Bijvoorbeeld bloedonderzoek, een botscan en een CT-scan.

Bloedonderzoek

Met bloedonderzoek wordt gekeken naar afwijkingen in het kalkgehalte, de vitamine D-spiegel en de botstofwisseling. Daarnaast kijkt uw arts of u verhoogde ontstekingswaarden in uw bloed heeft. Verhoogde ontstekingswaarden kunnen wijzen op een toegenomen ziekteactiviteit bij SCCH.

 

Botscan

Met een botscan (skeletscintigrafie) stelt uw arts vast of en waar er botafwijkingen in uw lichaam aanwezig zijn. Kenmerkend voor SCCH is de zogenaamde 'stierenkop' die zichtbaar is als beide sleutelbeenderen en het borstbeen ontstoken zijn.

Omdat een botscan gevoelig is voor beginnende ziekteactiviteit, wordt dit onderzoek gebruikt om SCCH in een vroeg stadium vast te stellen. In een later stadium kan met een botscan het effect van de behandeling en terugkerende activiteit van de ziekte worden vastgesteld.

 

CT-scan

Met een CT-scan wordt de structuur van de aangetaste botten, de aangehechte gewrichten en het omringende weefsel in beeld gebracht.

 

Moeilijk vast te stellen

U kunt al langere tijd last hebben van uw klachten voordat de diagnose SCCH wordt gesteld. Dit komt doordat klachten zoals pijn aan uw borstbeen, sleutelbeenderen of schouders vaak eerst worden toegewezen aan meer voor de hand liggende oorzaken, bijvoorbeeld artrose. Daarnaast is heel gericht onderzoek nodig om SCCH vast te stellen en worden kenmerkende aanwijzingen vaak over het hoofd gezien.

       

Bestel de brochure

Wilt u meer weten over SCCH?

Meepraten over reuma?

Like dan onze Facebook-pagina

Wat weet u van reuma?





Op zoek naar een ziekenhuis?