Zoeken
 
Print | Verstuur e-mail

Aanvullend onderzoek

Belangrijke bloedwaarden bij reuma

In uw bloed kunnen stoffen aanwezig zijn die aangeven dat u misschien een vorm van reuma heeft. Als een bloedonderzoek een 'positieve' uitslag heeft, betekent het dat u mogelijk reuma heeft. De uitkomsten van alle onderzoeken bij elkaar vormen de diagnose.

Antistoffen
Als u reumatoïde artritis heeft, dan zijn er mogelijk 2 soorten antistoffen in uw bloed aantoonbaar:

  • Reumafactoren (RF)
  • Gecitrullineerde eiwitten (ACPA)


Ook bij andere reumatische auto-immuunziekten zijn verschillende antistoffen in het bloed te vinden, bijvoorbeeld ANA of CRP.

Reumafactor
Ongeveer 80% van de mensen met reumatoïde artritis heeft RF (reumafactor) of ACPA in het bloed. Dat betekent dat bij 20% van de mensen met reumatoïde artritis deze auto-antistoffen níet worden gevonden, terwijl de lichamelijke klachten wél bij deze aandoening passen. RF kan ook aantoonbaar zijn bij andere reumatische aandoeningen en bij infecties.

ACPA
De ACPA-test geeft duidelijker dan RF aan of er mogelijk sprake is van reumatoïde artritis.

Antinucleaire antistoffen
Antinucleaire antistoffen (ANA of ANF) zijn antistoffen die zijn gericht tegen onderdelen van de eigen celkern (nucleus). ANA zijn dus autoantistoffen.

Een positieve ANA-uitslag in uw bloed kan voor uw arts een aanwijzing zijn dat uw reumatische klachten voortkomen uit een auto-immuunziekte. Maar er zijn verschillende auto-immuunziekten die een positieve ANA-uitslag kunnen geven. Ook is de ANA-test positief bij 10 tot 15% van de bevolking. Bij ouderen ligt dit percentage nog hoger.

Wanneer uw arts weinig aanwijzingen vindt voor een auto-immuunziekte en de ANA-test is negatief, dan is de kans klein dat u een auto-immuunziekte heeft. Is de ANA-test positief, dan onderzoekt men in het laboratorium tegen welke bestanddelen van de celkern de autoantistoffen precies gericht zijn. Dit gebeurt met de ENA-test. Deze test meet of het lichaam antistoffen tegen zichzelf aanmaakt. De ENA-test wordt vooral gebruikt bij het aantonen van de auto-immuunziekte lupus erythematodes.

C-reactieve proteïne
De lever maakt het eiwit C-reactieve proteïne (CRP) aan als reactie op een ontsteking of een infectie. Een verhoogd CRP-gehalte geeft aan dat er ergens in uw lichaam een ontsteking of infectie actief is. De waarde kan dan sterk verhoogd zijn.

Bezinkingssnelheid
Het meten van de bezinkingssnelheid (BSE) van de rode bloedcellen is een van de meest gebruikte bloedonderzoeken. Dit onderzoek wordt gebruikt om ontstekingen en infecties in het lichaam aan te tonen of uit te sluiten.

Bij de BSE-bepaling wordt gemeten hoeveel millimeter de rode bloedcellen in het bloedbuisje na 1 uur zijn uitgezakt. Bij een ontsteking zakken de rode bloedcellen sneller dan normaal. De bloedbezinking is dan verhoogd.

Mannen en vrouwen verschillen voor wat betreft de normale bezinkingssnelheid. Ook hangt de bezinkingssnelheid samen met leeftijd.

De bezinkingssnelheid kan stijgen tot boven de 100 mm/uur. Een verhoogde BSE bij warme, gezwollen en pijnlijke gewrichten geeft aan dat de gewrichtsontsteking actief is. Hoe hoger de gemeten waarde, hoe actiever de ontsteking is. Heeft u een verhoogde BSE maar geen ontstoken gewrichten? Dan is er mogelijk ergens anders in uw lichaam een ontsteking of infectie actief.

Net als bij CRP geeft BSE alleen aan dát er ergens een ontsteking is, niet waar deze zit.

Uw arts bepaalt of bloedonderzoek bij u nodig is.

Aanvullend onderzoek (pdf)

Aanmelden Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van lopende onderzoeken en belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot reuma.