Zoeken
 
Print | Verstuur e-mail

Artrose

32 kortlopende onderzoeken naar artrose

1.  IDENTIFICATIE: WAT ZIJN DE OORZAKEN VAN ARTROSE?


Kraakbeen yin en yang
Wat gebeurt er op moleculair niveau in kapot kraakbeen, waardoor het artroseproces start? Kennis over dat proces kan uiteindelijk leiden tot een nieuwe behandeling van artrose.

Prof. dr. Marcel Karperien (UTwente) is kraakbeenexpert en heeft al veel nieuwe inzichten over kraakbeen ontrafeld en nieuwe behandelingsmethoden ontwikkeld. In dit onderzoek gaat hij een nieuwe onderzoeksmethode gebruiken om uit te vinden wat er op moleculair niveau nou precies gebeurt in het kapotte kraakbeen dat leidt tot artrose.

Kraakbeen bestaat uit een stevige matrix van eiwitten die gemaakt zijn door kraakbeencellen. Deze cellen reageren op signalen die de cel aanzetten tot het maken of afbreken van matrixeiwitten en op signalen van druk door de beweging van het gewricht. De balans die hierdoor ontstaat, noemen we homeostase. Verlies van homeostase leidt tot overmatige afbraak van matrixeiwitten, verlies van kraakbeenfunctie en uiteindelijk artrose.

Specifieke signalen zorgen voor de uitgroei van van kraakbeen uit stamcellen. De signalen worden doorgegeven aan twee belangrijke eiwitten, SOX9 en RUNX2. Deze eiwitten zorgen ervoor dat de aanmaak of afbraak van kraakbeen start en in balans blijft. SOX9 en RUNX2 zijn daarom de Yin en Yang van kraakbeen- of botvorming. Bij artrose is deze Yin Yang balans helaas verstoord. Foute regulatie van deze eiwitten leidt tot de afbraak van kraakbeen  en  de vorming van botuitsteeksels in de gewrichten.

Prof. Karperien gaat in dit onderzoek  in kaart brengen hoe SOX9 en RUNX2 kraakbeen of bot vormen. En of het mogelijk is om de afbraak van kraakbeen met bepaalde medicijnen, die ingrijpen op de foute eiwitregulatie, te voorkómen.

Prof. dr.  Marcel Karperien is hoogleraar biotechnologie aan de universiteit Twente.

Titel onderzoek: Protein mobility determines osteoarthritis pathophysiology
 Projectleider: Prof. dr. H.B.J. Karperien
 Universiteit: Twente, Enschede
 Looptijd: 2014-2018

Artrose, steeds dichter bij de waarheid
Ontspoorde monocyten dragen wellicht bij aan de verergering van artrose. In samenwerking met bepaalde eiwitten laten zij het immuunsysteem veel te heftig reageren op kraakbeenschade,  verwacht dr. Peter van Lent.

Dat artrose veel meer is dan gewrichtsslijtage, dat weten we. In eerder Nijmeegs onderzoek kon Van Lent aantonen dat 'alarmine-moleculen' (S100A8/A9 eiwitten) betrokken zijn bij het ontstaan van artrose. Ze prikkelen het immuunsysteem. En juist omdat zij betrokken blijken te zijn bij het ontwikkelen van gewrichtsschade, zouden ze ook interessant zijn als mogelijke behandeling als je zou verwijderen uit het gewricht.

Het werk in het laboratorium leverde de onderzoeker meer kennis op over hoe de alarmines het immuunsysteem precies prikkelen. Hij ontdekte hoe zij zorgen voor een verhoogde aanmaak van bepaalde afweercellen (monocyten), die de ontsteking in het gewricht aanwakkeren.

Van Lent wil nu opheldering krijgen over de precieze rol van deze monocyten (Ly6Chigh monocyten) bij het ontstaan van gewrichtsschade. En over de samenwerking tussen alarmines en monocyten, want misschien moeten deze monocyten en niet (alleen) de alarmines, aangepakt worden om artrose af te remmen.

Dr. Peter van Lent is kraakbeenonderzoeker in het Radboudumc in Nijmegen.

Titel onderzoek: DAMPening osteoarthritis; balancing "alarming" monocytes suppresses development of joint pathology?
 Projectleider: Dr. P. van Lent
 Universiteit: Radboudumc Nijmegen
 Looptijd: 2014-2018

Wordt de juiste verdachte aangehouden?

In dit onderzoek neemt dr. Esmeralda Blaney Davidson (Nijmegen) een lichaamseiwit onder de loep dat een verdachte rol speelt bij artrose. Het eiwit zet kraakbeencellen aan tot het maken van nieuw kraakbeen, maar laat het daar niet bij. Waardoor de kraakbeencel uitrijpt en daarmee een ander type kraakbeencel wordt dan de bedoeling is. Het nieuwe type kraakbeencel gaat waarschijnlijk ook juist kraakbeen afbreken. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Het eiwit onder verdenking is de groeifactor BMP2 (Bone Morphogenetic Protein 2). Een groeifactor is een eiwit dat celdeling en weefselgroei stimuleert. Groeifactoren zijn er in vele soorten. Blaney Davidson heeft aanwijzingen dat deze groeifactor verantwoordelijk is voor de voortgang van artrose in gewrichten. Dat is een nieuw idee, want tot nu toe dacht men dat BMP2 juist een beschermende rol had. Als dit idee klopt, zou je de verdachte achter de tralies kunnen zetten. Dat kan een aanzet zijn voor een mogelijke behandeling tegen artrose.

Ongeveer 1,2 mensen in Nederland hebben artrose. Het is een ziekte waarbij het kraakbeen in de gewrichten langzaam verdwijnt en waartegen nog weinig kruid gewassen is. Nog niet zo lang geleden dacht men dat artrose een 'gewoon' slijtageproces was. Ondertussen is duidelijk dat er meer aan de hand is.

Titel onderzoek: Bone Morphogenetic Proteins in osteoarthritis. Back to judging the book by its cover?
Projectleider: dr. E.N. Blaney Davidson
Universiteit: UMCN Nijmegen
Looptijd: 2012-2016

 

It takes two to tango?

Dr. Peter van der Kraan gaat onderzoeken welke factoren, samen met de afbraak van het kraakbeeneiwit aggrecan, tot artrose leiden. Het uiteindelijke doel is, nagaan of het afremmen van aggrecanverlies het verloop van artrose kan stoppen.

Bij artrose vermindert de kwaliteit van het kraakbeen. Kraakbeen bestaat uit velerlei grote moleculen, maar vooral uit collageen en het lichaamseiwit aggrecan. Het aggrecan ligt tussen het collageen in en zorgt er voor dat het kraakbeen elastisch is. Het is daarom belangrijk voor het opvangen van druk en wrijving. Tot nu toe werd gedacht dat verlies van aggrecan een van de oorzaken van artrose zou kunnen zijn.

Nog niet zo heel lang geleden zijn enzymen ontdekt die een belangrijke rol spelen bij de afbraak van aggrecan. Zij worden toepasselijk de aggrecanases genoemd en zij zijn in grote getale te vinden in gewrichten waar de hoeveelheid aggrecan juist minder is. Dat is natuurlijk verdacht.

Echter, Peter van der Kraan heeft gevonden dat afbraak van aggrecan door de aggrecanases niet voldoende is om artrose te veroorzaken. Er moet nog een tweede oorzaak zijn. Welke factoren samen met het verlies van aggrecan leiden tot artrose zal met dit onderzoek duidelijk worden.

Dr. Peter van der Kraan is pathobioloog bij de Radboud Universiteit Nijmegen en specialist in onderzoek naar de oorzaken van artrose.

Titel: Aggrecanase-induced aggrecan loss but no osteoarthritis? It takes two to tango?
Projectleider: Dr. Peter van der Kraan
Universiteit: Radboud Universiteit Nijmegen
Verwachte looptijd: 2013-2017

 

Opruimwoede leidt tot artrose

Sommige afweercellen hebben een soort antennes aan zich hangen. Daarmee herkennen en verwijderen ze vetten in het bloed. Helaas werken deze antennes soms zo goed dat de afweercellen veranderen en schade kunnen veroorzaken. In gewrichten kan dit artrose veroorzaken. Hoe kun je deze antennes en daarmee de afweercellen onder controle houden?

Het vele onderzoek naar artrose begint zijn vruchten af te werpen. Het blijkt dat artrose niet alleen een aandoening van het kraakbeen is. Ook de binnenbekleding van de gewrichten, het synovium, met daarin de afweercellen doet mee. En misschien moet de behandeling van artrose zich meer daar op richten.

Dr. Peter van Lent van het UMCst Radboud te Nijmegen gaat in dit onderzoek de afweercellen in het synovium onderzoeken. Hij zal in het laboratorium en in de gewrichten van mensen met artrose de antennes op de afweercellen bestuderen. En testen hoe hij ze kan laten stoppen te veel vet op te nemen.

Project:Fat-laden macrophages ignite smouldering synovial activation and cartilage destruction during osteoarthritis: the dark site of scavenger receptor A1/11.

Projectleider: Dr. P.L.E.M van Lent
Universiteit:UMC st Radboud Nijmegen
Verwachte afronding: 2014

 

Het gaat om het evenwicht

Dr. Marcel Karperien en dr. Janine Post (Twente) onderzoeken het verstoorde evenwicht tussen kraakbeenaanmaak en -afbraak in gewrichten met artrose. De resultaten van dit onderzoek zullen bijdragen aan het ophelderen van de oorzaak van artrose en daarmee richting geven aan de ontwikkeling van een lang gewenste behandeling voor deze ziekte.

De onderzoekers richten hun aandacht op 3 signaaleiwitten die veel voorkomen in gewrichtskraakbeen maar niet in andere vormen van kraakbeen. De aanwezigheid van deze signaaleiwitten in ziek kraakbeen is sterk verlaagd.

Signaaleiwitten zijn de routeplanners bij de aanmaak van weefsels die zich moeten herstellen, zoals het zieke kraakbeen in artrose. Zij zorgen ervoor dat alle cellen op de juiste plek komen en er dus mooi nieuwe weefsel ontstaat.

Als deze signaaleiwitten ontbreken, ontstaat weefsel van slechte kwaliteit, in dit geval krakkemikkig kraakbeen. Zo kan artrose ontstaan. Door deze signaaleiwitten toe te dienen bij iemand met artrose zou je, in theorie, kraakbeenweefsel van goede kwaliteit kunnen maken en zo artrose kunnen herstellen.

Titel onderzoek: A novel strategy for the treatment of osteoarthritis by restoring joint homeostasis using natural antagonists
Projectleider: Dr. H.B.J. Karperien
Universiteit:Twente
Looptijd: 2012-2015

 

Het oplossen van superlijm

Dit onderzoek baant de weg naar nieuwe manieren om de stijfheid van gewrichten te verminderen. Mensen met artrose hebben daar veel last van. Die stijfheid komt doordat er te veel collageen in het gewrichtskapsel wordt gemaakt.

Collageen is een lijmachtig spul dat overal in ons lichaam voorkomt en zorgt voor stevigheid en soepelheid, bijvoorbeeld van je huid. Een ophoping van te veel collageen noemt men fibrose. Het lijkt wel of er superlijm in je gewricht zit, waardoor de gewrichten helemaal stijf worden en je je knie of heup haast niet meer kunt bewegen.

Onderzoekers weten al dat er speciale soorten eiwitten in ons lichaam verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van collageen. De oplossing lijkt dus voor de hand te liggen: vang het eiwit weg en je krijgt ook geen fibrose.

Maar helaas is dat alleen nog theorie. Daarom gaat dr. Peter van der Kraan van het Radboud MC te Nijmegen, 2 van deze speciale eiwitten onderzoeken. Hij gaat na welke het meest betrokken is het maken van collageen. Daarna weten we meer over de mogelijkheden om een nieuwe behandeling tegen stijve gewrichten te ontwikkelen.
Titel: Role and regulation of lysyl hydroxylase 2b in synovial fibrosis of osteoarthritic joints
Projectleider: dr. P.M. van der Kraan
Universiteit: UMC st Radboud Nijmegen
Verwachte afronding: 2014

 

De bron van het kwaad

Wat veroorzaakt artrose? Vele onderzoekers bogen zich al over deze vraag. En ook al komen zij steeds dichter bij het antwoord, de bron van het kwaad is nog niet gevonden. Zitten er soms foutjes in ons erfelijk materiaal, ons DNA?

Dr. Arjen Blom kijkt in dit onderzoek naar het vóórkomen en de eigenschappen van een speciaal eiwit (WISP1) in het gewricht. Dit eiwit zou iets te maken hebben met het veranderen van cellen en het stuk gaan van kraakbeen. Misschien leidt dat tot de bron. Als duidelijk is wat WISP precies doet, kunnen we misschien eindelijk een medicijn tegen artrose ontwikkelen.

Titel: The wnt signaling pathway in osteoarthritis: WISP1, marker or maker of joint pathology?
Projectleider: dr. A. Blom
Universiteit: UMC st Radboud Nijmegen
Verwachte afronding: 2011

Net niet tot op het bot

Dr. Peter van der Kraan (Nijmegen) doet al langer met subsidie van het Reumafonds onderzoek naar het herstel van stuk kraakbeen bij artrose. Iets wat eigenlijk niet kan: is kraakbeen eenmaal stuk, dan blijft dat zo.

Maar met de nieuwste kennis en technieken kan deze stelling wel eens verworpen gaan worden.

De onderzoeker richt zich op beenmergcellen. Deze cellen kunnen uitgroeien tot allerlei weefsels, bijvoorbeeld tot kraakbeen. Het grote probleem hierbij is echter dat beenmergcellen eerst wel uitgroeien tot kraakbeen maar daarna doorgroeien tot bot. Zijn uitdaging is dus om het uitgroeien van deze beenmergcellen op tijd te laten stoppen.

In het laboratorium zocht hij hiervoor naar de genen die de signalen kunnen geven om uit die beenmergcellen kraakbeen en bot te laten groeien. Het vorige door het Reumafonds gefinancierde onderzoek leverde kennis op over de invloed van bepaalde genen op de botvorming. Met andere woorden, dr. Van der Kraan weet nu waar hij het moet zoeken.

In dit onderzoek gaat hij experimenten doen om de botvorming op tijd te laten stoppen, zodat er een stabiel kraakbeen ontstaat. Hij doet deze experimenten met ALKgenen, een groep van genen die te maken hebben met de vorming van nieuwe weefsels. In het eerste deel van het onderzoek zal hij de juiste ALK's proberen te identificeren. Vervolgens gaat hij kijken wat er gebeurt met de botvorming als je deze genen uitschakelt: stopt de botvorming en ontstaat er mooi kraakbeenweefsel?

Titel onderzoek: ALK inhibition to control chrondrocyte terminal differentiation. Stop differentiation to the bone
Projectleider: dr. P.M. van der Kraan
Universiteit: Nijmegen
Looptijd: 2012-2016 

 

2.  SPORENONDERZOEK: HOE KOMEN WE MEER TE WETEN OVER ARTROSE?

Via een omweg de ernst van artrose meten
Hoe ontstaat artrose precies en hoe tonen we artrose zo vroeg mogelijk aan? Dit weten we nog steeds niet. Prof.dr. Marcel Karperien (Utwente) gaat in dit project proberen gewrichtsartrose vast te stellen door de hoeveelheid zuurstof in kraakbeen te meten.

De hoeveelheid zuurstof heeft iets te maken met het ontstaan van artrose, ook al is nog niet precies bekend hoe dit in zijn werk gaat. Maar omdat het meten van de zuurstof in een gewricht erg moeilijk is, gebruikt de onderzoeker een omweg om deze klus te klaren.

Prof. Karperien zal de samenstelling van lipiden in kraakbeen aantonen. Voorbeelden van lipiden zijn vetzuren en cholesterol. Omdat er een directe relatie is tussen de hoeveelheid van bepaalde lipiden en de zuurstof, kan je via deze omweg toch de hoeveelheid zuurstof in een gewricht meten. Hiermee krijgt de onderzoeker belangrijke informatie over de processen die artrose veroorzaken. Maar ook is dit misschien een methode om artrose eerder vast te stellen.

Kraakbeen bestaat uit een stevige vorm van eiwitten die gemaakt zijn door kraakbeencellen. Deze cellen reageren op signalen die de cel aanzetten tot het maken of afbreken van eiwitten, en op signalen van druk door de beweging van het gewricht. Als dit proces niet in balans is, leidt dit tot een te grote afbraak van eiwitten, verlies van kraakbeenfunctie en uiteindelijk artrose.

Prof. dr. Marcel Karperien is hoogleraar kraakbeenonderzoek bij de Universiteit Twente.

Titel onderzoek: Staging osteoarthritis by lipid profiles
Projectleider: Prof. Dr. H.B.J. Karperien
Universiteit: Utwente Enschede
Looptijd: 2014-2018


Het ontwikkelen van een risico-score voor artrose

Het ontwikkelen van een internationaal erkende methode waarmee je kunt berekenen hoe groot de kans is dat iemand binnen 5 tot 10 jaar artrose zal ontwikkelen. Dat is het doel van het nieuwe onderzoek van dr. Joyce van Meurs en prof. dr. Sita Bierma-Zeinstra van het ErasmusMC te Rotterdam.

Er wordt de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar mogelijke risicofactoren van artrose. Dit onderzoek is echter uniek omdat het zich richt op álle mogelijke voorspellers. Om dat voor elkaar te krijgt maken de onderzoekers gebruik van een aantal grote onderzoeksgroepen die bestaan uit mensen die zich jarenlang af en toe laten onderzoeken.

De gegevens die van deze mensen worden opgeslagen zijn van onschatbare waarde voor dit soort onderzoeken. Omdat de risicofactoren als het ware gezeefd kunnen worden uit al bestaande data. Zoals eigenschappen die vastgelegd zijn op röntgenfoto's en metingen in bewaarde bloedafnames. De methode die Joyce van Meurs en Sita Bierma-Zeinstra zullen ontwikkelen moet resulteren in een risico-score, die aangeeft hoe groot je kans is op het in de toekomst ontwikkelen van artrose.

In deze studie maken de onderzoekers gebruik van de gegevens van deelnemers aan de Rotterdam Studie en aan het CHECK onderzoek en van een aantal buitenlandse onderzoeksgroepen. De Rotterdam Studie is een langlopend bevolkingsonderzoek onder 15.000 45-plussers in de Rotterdamse wijk Ommoord. Het Reumafonds CHECK onderzoek is een groot Nederlands onderzoek naar artrose, waarbij 1000 deelnemers uit heel Nederland zich tien jaar lang regelmatig laten onderzoeken.

Ongeveer 1,1 miljoen mensen in Nederland hebben artrose. Het is een ziekte waarbij het kraakbeen in de gewrichten langzaam verdwijnt en waartegen nog weinig kruid gewassen is. Nog niet zo lang geleden dacht men dat artrose een 'gewoon' slijtageproces was. Ondertussen is duidelijk dat er meer aan de hand is. Er is grote vraag naar meer effectieve behandelingen bij artrose.

Titel project: Development of an osteoarthritis risk assessment tool
Projectleider: Dr. J.B.J. van Meurs, epidemioloog
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte looptijd: 2013-2015

 

CHECK: het grootste artroseonderzoek ooit

Er zijn 1,2 miljoen mensen met artrose in Nederland. Daarmee is het de meest voorkomende reumatische ziekte. Toch is er nog weinig over bekend.

Dat is de reden dat het Reumafonds het initiatief nam voor een grootschalig, 10 jaar durend onderzoek naar het natuurlijk verloop van artrose in heup en knie. Het Reumafonds financiert het onderzoek in het kader van zijn 75-jarig bestaan in 2001 met een jubileumbedrag van 2,3 miljoen euro.

Het onderzoek ging in april 2001 van start. Er doen 12 onderzoekscentra en 1000 mensen met artrose aan mee. Zij laten zich 10 jaar lang een aantal keer per jaar onderzoeken en ondervragen over hun gewrichtsklachten.

Meer over CHECK.

Titel: CHECK: Cohort Heup En Cohort Knie
Projectleider: prof. dr. H. Bijlsma
Universiteit: UMC Utrecht
Verwachte afronding in 2013

 

De MRI geeft een beter beeld van artrose

Hoe stelt een arts de diagnose artrose? Met een röntgenfoto van het gewricht. Maar daarop zie je artrose pas in een vrij laat stadium, waardoor de behandeling ook pas laat kan starten. Er is dus veel behoefte aan een methode om artrose eerder aan te tonen. Dr. Ingrid Meulenbelt (LUMC Leiden) denkt dat een MRI- scan die betere methode is. Dat gaat zij in dit onderzoek testen in samenwerking met dr. ir. Paul de Bruin en het C.J. Gortercentrum.

Magnetic resonance imaging (MRI) is een techniek waarbij met magnetisme en radiogolven gedetailleerde beelden van lichaamsweefsels gemaakt worden. Je kan er zelfs de hoeveelheid natrium in kraakbeen mee meten. De hoeveelheid natrium zegt iets over de kwaliteit van het kraakbeen.

Het eerste deel van het onderzoek van dr. Meulenbelt bestaat uit het juist afstellen van de MRI-scanner. De scanner moet 'leren' om het natrium goed te meten. Daarna zullen testen uitwijzen of de hoeveelheid natrium in het kniegewricht nauwkeurig in beeld te brengen is. Met de nieuwe methode is artrose straks sneller op te sporen en sneller te behandelen. Bovendien is het verloop van de aandoening beter te volgen. Evenals de effecten van medicijnen.

Dr. I. Meulenbelt is moleculair epidemioloog bij het LUMC en
dr. ir. P.W. de Bruin is daar klinisch fysicus bij de afdeling Radiologie.

Titel onderzoek: Sodium MRI as potential biomarker of osteoarthritis
Projectleider: Dr. I. Meulenbelt
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte looptijd: 2013-1015

 

Met de macrolens inzoomen op handartrose

Welke informatie kan een MRI-scan geven over ontstekingen in de handgewrichtjes bij artrose? Reumatoloog Margreet Kloppenburg van het LUMC te Leiden zal na afloop van dit onderzoek meer duidelijkheid kunnen geven over de rol van ontstekingen bij handartrose. Met die kennis kunnen artsen de patiënten ook nauwkeuriger behandelen.


Handartrose doet fors pijn, maar de oorzaak van die pijn is niet duidelijk. Dr. Kloppenburg gaat bij 70 mensen met handartrose 2x een MRI-scan maken. Als zij voor het eerst op de polikliniek komen en een jaar later. Zij hoopt met deze MRI-scans meer informatie te krijgen over wat er gebeurt in de gewrichtjes bij handartrose, bijvoorbeeld over ontstekingen. Met het gangbare onderzoek, zoals echo of röntgenfoto's, krijg je deze gedetailleerde informatie over de gewrichtjes niet.

Project: Hand osteoarthritis: the role of inflammation in pain and disease course
Projectleider: Dr. G. Kloppenburg
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2015

 

Spierprik bij heupartrose

Wat is het effect van een injectie met corticosteroïden op de pijn bij heupartrose? Dat is de kernvraag in dit onderzoek. Om de pijn kortdurend te verlichten, krijgen patiënten met artrose in knie of heup soms een injectie in het gewricht met corticosteroïden. Corticosteroïden zijn geneesmiddelen die de ontsteking (tijdelijk) onderdrukken. Bij heupartrose zijn deze injecties moeilijk precies op de juiste plaats in het gewricht toe te dienen.


Prof. dr. Sita Bierma van het ErasmusMC te Rotterdam gaat in dit project onderzoeken of een eenvoudige injectie in een spier misschien ook effectief is.

Project: Intramuscular corticosteroid injections in hip OA: a randomized controlled trial
Projectleider: Prof. dr. S.M.A. Bierma-Zeinstra
Universiteit: ErasmusMC Rotterdam
Verwachte afronding: 2013

 

Artrose kan geen pijn doen, toch?

Dr. Simon Mastbergen van het UMC Utrecht gaat onderzoeken waar de pijn bij knie-artrose vandaan komt. Omdat dat niet duidelijk is, is pijnbestrijding bij artrose vaak lastig. Pijn is het belangrijkste symptoom bij artrose. Terwijl op de plaats waar de artrose zich bevindt, namelijk in het kraakbeen, geen zenuwen zitten. En je daar dus geen pijn kunt voelen. Maar mensen met artrose hebben vaak veel pijn. Ook komt het voor dat het kraakbeen behoorlijk beschadigd is, terwijl iemand helemaal geen pijn heeft.

De pijn bij artrose is dus met raadselen omgeven. Die raadsels gaat dr. Mastbergen proberen op te lossen. Hij zal daarvoor op verschillende plaatsen in het gewricht zoeken naar de oorsprong van de pijn. Ook onderzoekt hij het verband tussen de schade in het gewricht, gewrichtsontsteking en pijn. Na afloop van dit onderzoek is duidelijker waar de pijnbestrijding zich op moet richten.

Project: Pain in osteoarthritis, is it a joint problem?
Projectleider: Dr. S.C. Mastbergen
Universiteit: UMCUtrecht
Verwachte afronding: 2014

 

3.  MEDEPLICHTIGEN: WAT ZIJN DE RISICOFACTOREN? 

Wat is te veel en wat is te weinig
In dit Utrechtse onderzoek gaat prof. dr. ir Harrie Weinans de eigenschappen van kraakbeen bij beweging en belasting supernauwkeurig meten. Over een aantal jaren weten we dan meer over de effecten van beweging op het gewrichtskraakbeen. We weten dan beter wat te veel en wat te weinig bewegen is.

Het is bekend dat kraakbeen beschadigt door zowel te veel als te weinig belasting. Maar wat is te veel en wat is te weinig? Hoe past het kraakbeen zich aan bij steeds zwaardere belasting? Waarom kan de ene persoon meer belasting aan dan de andere?

Prof. Weinans kijkt voor de antwoorden op deze vragen naar structuren in het kraakbeen: collageen en glycosaminoglycaan(GAG) moleculen. Collageen wordt brozer als we ouder worden omdat het langzaam versuikert en dat verstoort de aanmaak van GAG's. Beweging en belasting, zoals lopen, beïnvloedt de aanmaak van GAG-moleculen. De supernauwkeurige metingen in dit onderzoek zullen laten zien wat precies voldoende beweging is om aanmaak en afbraak van kraakbeen in evenwicht te houden.

Prof. dr. ir. Harrie Weinans is hoogleraar biomedical engineering aan de TU Delft en het UMC Utrecht.

Titel onderzoek: The mechanical balance of cartilage and its consequences for daily activity
Projectleider: Prof. dr. ir. H. Weinans
Universiteit: UMC Utrecht
Looptijd:2014-2018


Voorspelmodel voor knieartrose

Zes jaar geleden werden 900 vrouwen uit Rotterdam uitgebreid onderzocht op risicofactoren en vroege kenmerken van artrose. Nu, zes jaar later, gaat prof.dr. Sita Bierma-Zeinstra van Erasmus MC te Rotterdam onderzoeken welke risicofactoren en vroege kenmerken de meeste voorspellende waarde blijken te bezitten voor een duidelijke artrose.
Hiervoor krijgen nu dezelfde 900 vrouwen opnieuw een uitnodiging voor het onderzoek.

Vrouwen hebben meer kans op artrose dan mannen. Andere risicofactoren zijn overgewicht, standsafwijkingen van de knieën en vroegere knieletsels. Zes jaar geleden werd er een MRI-scan gemaakt. Bij 20% van de vrouwen zonder klachten, was er toen wel enige schade te zien in het kniegewricht.

Na afloop van dit onderzoek moet het mogelijk zijn om mensen met een sterk verhoogd risico op knieartrose te herkennen. Met die kennis is het mogelijk om tijdig maatregelen te nemen die het daadwerkelijk krijgen van ernstige artrose kunnen voorkomen of uitstellen.

Prof. dr. Sita Bierma-Zeinstra is bijzonder hoogleraar artrose en gerelateerde aandoeningen aan het Erasmus MC.

Titel onderzoek: Predictive values of combinations of risk factors, early symptoms and features for evident knee osteoarthritis/
Projectleider: Prof. dr. S.M.A. Bierma-Zeinstra
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte looptijd: 2012-2015

 

Een gewichtig onderzoek naar artrose

Met dit onderzoek zal dr. Margreet Kloppenburg van het LUMC te Leiden, duidelijk maken welke mensen met overgewicht de grootste kans lopen op artrose van hun gewrichten.

Overgewicht vergroot het risico op artrose. Dit is maar voor een deel te verklaren uit het feit dat de gewrichten meer gewicht te dragen hebben. Er spelen waarschijnlijk ook andere factoren mee, zoals moleculen in het vet die zich bemoeien met gewrichten en spieren.

Om dit onderzoek goed uit te voeren, gaat dr. Kloppenburg zowel gewichtsdragende gewrichten (de knie) en niet gewichtsdragende gewrichten (de handen) onderzoeken. Zij gebruikt hiervoor informatie uit vetweefsel, bloedwaarden en MRI-scans van 6000 mensen met overgewicht.

Project: Obsity and osteoarthritis: what are the causal pathways?Projectleider: Dr. G. Kloppenburg
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2014

  

Wat was er het eerst?

Lokken hart- en vaatziekten artrose uit, vraagt prof. dr. Sita Bierma van het ErasmusMC te Rotterdam zich af in dit onderzoek. Het zou kunnen dat we na afloop van dit project een heel andere kijk op het ontstaan en behandelen van artrose hebben gekregen.

Artrose en hart en vaatziekten komen regelmatig gelijktijdig voor. Maar wat daarachter zit is onduidelijk. Komt het misschien omdat zij door hetzelfde proces in ons lichaam worden uitgelokt? Of is de vaatziekte de aanstichter van artrose? Of verergert het een bestaande artrose?

Prof. dr. Bierma maakt bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen gebruik van gegevens van 6000 Rotterdammers van 45 jaar en ouder. Zij worden regelmatig onderzocht op de aanwezigheid van een aantal ziektes, waaronder hart- en vaatziekten.

Project: The role of vascular pathology in the development and progression of osteoarthritis
Projectleider: Prof. dr.S.M.A. Bierma-Zeinstra
Universiteit: ErasmusMC Rotterdam
Verwachte afronding: 2013

 

Meer weten over de erfelijkheid van artrose

Dr. Ingrid Meulenbelt van het LUMC te Leiden gaat in kraakbeen en bloed op zoek naar het mechanisme dat achter genen zit, die het risico op artrose verhogen. Zij hoopt dat dit onderzoek ertoe leidt dat te voorspellen is of artrose ernstig of minder ernstig zal verlopen. En dat het wegen opent naar een behandeling van de ziekte.

Genen zijn stukjes eiwit in de celkernen van ons lichaam, zij bevatten erfelijke informatie. Artrose is voor een deel erfelijk. Maar het is niet precies bekend welke genen die erfelijkheid verklaren. Er zijn wel genen waarvan men dit vermoedt en deze worden nu onder de loep gelegd.

Dr. Meulenbelt onderzoekt op welke manier een gen het ontstaan van artrose uitlokt. Wat is daar voor nodig? Want ook al ken je de bij een ziekte betrokken genen, toch wordt lang niet iedereen dan ook altijd ziek. Er is iets voor nodig dat de ziekte uitlokt, iets uit de omgeving van de patiënt, mechanische belasting, leeftijd, of voeding.

Project: Molecular aspects of OA cartilage Biology
Projectleider: Dr. I. Meulenbelt
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2015

 

4.  RECLASSERING: ONDERZOEK NAAR NIEUWE BEHANDELINGEN

Extra support bij kraakbeenherstel
Kraakbeen herstelt misschien veel beter als je de groei van kraakbeencellen een handje helpt. Dr. Peter van der Kraan neemt in Nijmegen een kijkje diep in de knie om uit te vinden onder welke condities stuk kraakbeen zich makkelijker herstelt.

Beschadigd kraakbeen veroorzaakt een ontstekingsreactie in de knie. Van der Kraan ontdekte in eerder onderzoek dat deze ontstekingsomgeving de vorming van nieuw kraakbeen sterk tegenwerkt. De ontstekingseiwitten zorgen voor de toename van speciale eiwitten (Jaks) in stamcellen die tot nieuwe kraakbeencellen moeten uitgroeien. De Jaks houden de uitgroei van stamcel tot kraakbeencellen tegen.

Daarom wil hij in dit onderzoek uitzoeken of kraakbeen in een kniegewricht zich sneller en beter herstelt als je die Jaks onderdrukt. Dit eerste onderzoek in het laboratorium zal kennis opleveren over nieuwe mogelijkheden om kraakbeenherstel in de knie te stimuleren.

Dr. Peter van der Kraan is kraakbeenonderzoeker in het Radboudumc te Nijmegen.

Titel onderzoek: Boosting cartilage repair by inhibition of Janus Kinases
Projectleider: dr. P.M. van der Kraan
Universiteit: Nijmegen
Looptijd: 2014-2018

 

De injecteerbare pleister getest 
In een eerder door het Reumafonds gefinancierd project, ontwikkelde prof. dr. Marcel Karperien van de Universiteit Twente, een hydrogel die als een soort injecteerbare pleister kapot kraakbeen 'plakt'. Tegelijkertijd zorgt de gel voor de aanmaak van nieuwe kraakbeencellen. In dit nieuwe project wordt de 'pleister' getest en krijgt hij nieuwe eigenschappen.

Allereerst gaat prof. Karperien door met het verbeteren van de gel. De gel in dit project is net iets anders van samenstelling: de gel zal cellen uit de omgeving van het kapotte kraakbeen aantrekken om het daarmee te repareren.  De insteek van de gel in dit project, is dus net iets anders dan in het eerder gehonoreerde pleisterproject.
Ondertussen wordt de gel getest op werkzaamheid. De effecten gaat de onderzoeker vergelijken met de effecten van de nu gangbare behandelmethode bij kapot kraakbeen.

Gaatjes versus gel
Gangbaar is de gaatjesmethode. Hierbij boort de chirurg kleine gaatjes in het kraakbeen tot in het onderliggende bot. De cellen die dan vrijkomen gaan een nieuw soort kraakbeen maken. Maar de kwaliteit van dit nieuwe kraakbeen is lang niet zo goed als het oorspronkelijke kraakbeen. De 'pleister' zou dat probleem kunnen oplossen.

Als de gel de proeven heeft doorstaan, moet er ook nog gewerkt worden aan de beste manier van toediening. Het duurt dus nog even, voor de perfecte pleister een de perfecte behandeling is.

Prof dr. Marcel Karperien is hoogleraar kraakbeenonderzoek bij de Universiteit Twente.

Titel onderzoek: Cell free injectable plasters for osteoarthritis
Projectleider: Prof. Dr. H.B.J. Karperien
Universiteit: Utwente Enschede
Verwachte looptijd: 2014-2017


Namaakeiwit tegen artrose 
In dit project gaat dr. Tim Welting van het MUMC Maastricht op zoek naar een eiwit dat het BMP-7 eiwit imiteert. De imitatie moet beter zijn dan het origineel. Want dan zijn we misschien op weg naar een nieuwe behandeling tegen artrose.

Alles in ons lichaam groeit en herstelt. Daarvoor zijn voedingsstoffen en groeiprocessen nodig. Die komen van buiten (zoals voedsel en zonlicht) en van binnen, bepaald door onze genen. De  genen bepalen welke groeifactoren worden aangemaakt.

Een groeifactor is een eiwit dat celdeling en weefselgroei stimuleert. Je hebt ze in vele soorten.  BMP-7 (Bone Morphogenetic Protein 7), is verantwoordelijk voor het op de goede wijze uitgroeien van stamcellen tot kraakbeen en om kraakbeen gezond te houden.
BMP-7 heeft de eigenschap dat het het artroseproces kan vertragen. Het zou zelfs de ontwikkeling van artrose kunnen voorkomen. Het eiwit zou dus een veelbelovende behandeling kunnen worden. Maar proeven met BMP-7 laten zien dat het toedienen ervan nog niet zo eenvoudig is.

Toediening moet via een injectie in het gewricht. Het blijkt daar helaas te kort te blijven zitten om zijn werk te doen. De gewrichtsvloeistof breekt het af en spoelt het er weer snel uit. Wil het dus werken, dan zou een patiënt heel regelmatig een injectie in zijn gewricht moeten krijgen. Dat is erg onaangenaam.

Dr Welting gaat een klein stukje van het BMP-7 eiwit namaken en wel zo dat het minder vatbaar is voor afbraak. Hij kan aan het namaakeiwit ook nog andere eigenschappen meegeven, zodat het bijvoorbeeld geschikt wordt om in microscopisch kleine capsules te stoppen die het namaakeiwit heel langzaam vrij laat komen. Op deze manier maakt BMP-7 wel een grote kans om een belangrijk medicijn tegen artrose te worden.

Dr. Tim Welting is hoofd van het Laboratorium voor Experimentele Orthopedie in het MUMC Maastricht.

Titel onderzoek: BMP-7 and osteoarthritis: size matters?
Projectleider: Dr. Tim J.M. Welting
Universiteit: MUMC Maastricht
Verwachte looptijd: 2014-2015

 

Een andere rol voor een afweercel 
Een tennisser scheurt zijn kniemeniscus. Na een dergelijk ongeval ontstaat er altijd een ontsteking in het kniegewricht. Later vaak artrose. Afweercellen die de ontsteking opruimen, hebben daarmee te maken. Dr. Yvonne Bastiaansen-Jenniskens van het ErasmusMC in Rotterdam, wil de verhoogde kans op artrose omlaag brengen.
 
Het gaat in dit onderzoek om de afweercellen van het type macrofagen.  Eerder is aangetoond dat macrofagen een rol spelen bij het ontstaan van artrose. Maar welke macrofagen precies, is nog niet bekend. Want er zijn verschillende subtypes. Er zijn er ook die juist weefselherstel stimuleren.
 
Dr. Bastiaansen gaat allereerst onderzoeken welke subtypes macrofagen op de verschillende tijdstippen na het ongeval in de knie aanwezig zijn. Daarna gaat zij uitzoeken of het mogelijk is om de ontstekingsremmende- en herstellende subtypes te stimuleren om snel naar de ontsteking te komen, zodat er geen artrose ontstaat. Ze zal ook proeven gaan doen met medicijnen, zoals prednison. Van deze medicijnen is bekend dat zij macrofagen kunnen laten veranderen in een ander subtype: in ontstekingsremmende en weefselherstellende subtypes.
 
Mensen met een meniscus- of voorste kruisbandletsel lopen een hoog risico om binnen 20 jaar artrose te ontwikkelen. Dit onderzoek zal helpen dat risico te verlagen.
 
Dr. Yvonne Bastiaansen-Jenniskens is senioronderzoeker in het Erasmus MC te Rotterdam.
 
Titel onderzoek: Good cop, bad cop; identifying different phenotypes of macrophages in post-traumatic osteoarthritis.
Projectleider: Dr. Y. Bastiaansen-Jenniskens
Universiteit: ErasmusMC Rotterdam
Verwachte looptijd: 2014-2017

 

Helpt vitamine D?
Het vermoeden bestaat dat vitamine D het effect van oefentherapie op spierkracht zou kunnen verbeteren bij mensen die een tekort hebben aan vitamine D. Prof. dr. J. Dekker (VUMC Amsterdam) gaat onderzoeken of dit vermoeden ook wetenschappelijk is aan te tonen. Daarnaast  bestudeert hij welke vorm van spiertraining nou sterkere spieren oplevert: training met hoge of met een lage intensiteit. Het einddoel van dit onderzoek is het verbeteren van de effectiviteit van krachttrainig bij artrose. Zodat mensen met artrose minder pijn hebben en hun gewrichten beter kunnen gebruiken. Het gaat in dit onderzoek om de knie.

Een belangrijke behandeling van artrose is het versterken van de spieren rondom het gewricht. Van vitamine D wordt gezegd dat het de effecten van oefentherapie zou kunnen verbeteren omdat is aangetoond dat een laag niveau van vitamine D in het bloed van invloed is op een vermindering van de werking van spiercellen. Ook blijkt uit onderzoek dat het toedienen van vitamine D de effecten van het oefenen mogelijk verbetert.

De onderzoeker zal patiënten met hoge of lage intensiteit laten oefenen en het vitamine D niveau zo nodig verhogen. Er wordt drie maal per week geoefend. Bij de start, na drie, zes en twaalf maanden wordt er van alles gemeten: het effect van het oefenen op pijn, spierkracht, activiteiten in het dagelijks leven, ontstekingsfactoren, vallen, vitamine D niveau in het bloed, botbreuken, en hoe de proefpersonen zich in het algemeen voelen.

Ongeveer 1,1 miljoen mensen in Nederland hebben artrose. Het is een ziekte waarbij het kraakbeen in de gewrichten langzaam verdwijnt en waartegen nog weinig kruid gewassen is. Nog niet zo lang geleden dacht men dat artrose een 'gewoon' slijtageproces was. Ondertussen is duidelijk dat er meer aan de hand is. Er is grote vraag naar meer effectieve behandelingen bij artrose.

The effect of high-resistance muscle strenght training and vitamin D supplementation in knee OA: a 2x2 randomized controlled trial

Projectleider: prof. dr. J. Dekker
Universiteit: VUMC Amsterdam
Looptijd:  2014-2018

 

Herstel van kraakbeen door flexibele distractie

Hopelijk zal gewrichtsdistractie van de knie over enige jaren een gangbare behandeling worden bij jonge artrosepatiënten. Door de uiteinden van de knie zes weken uit elkaar te houden met een frame van buizen, kan het kraakbeen zich herstellen. Prof. dr. Floris Lafeber van het UMC Utrecht verwacht dat de resultaten nog beter zijn als het gewricht tijdens de behandeling kan blijven bewegen.

In dit vervolgonderzoek wordt daarom, in samenwerking met de afdeling orthopedie, het stijve frame vervangen door een scharnierend frame. Dat lijkt voor de patiënt veel aan-genamer, zeker bij de knie. Maar bovendien bleek uit een Amerikaanse studie dat het bewegen van het enkel gewricht tijdens de distractie ook nog een beter resultaat geeft. De haalbaarheid van een scharnierende distractie van de knie wordt nu onderzocht.

Tegelijkertijd zal prof. Lafeber een methode ontwikkelen om de juiste plaatsing van een scharnierend frame met behulp van computer ondersteuning te bepalen. Hiervoor werkt hij samen met medische technologie.

Twee eerdere studies naar deze veelbelovende methode werden ook al door het Reuma-fonds financieel ondersteund.

Gewrichtsdistractie zou vooral jongere mensen met knie-artrose enorm kunnen helpen. Vervanging van een knie door een knieprothese behoort ook tot de mogelijkheden, maar is vooral geschikt voor oudere mensen die niet zo actief meer zijn. Vaak gaat een prothe-se dan levenslang mee. Bij jonge patiënten die veel bewegen en sporten, is de kans op loslaten en slijtage van een prothese veel groter. Een tweede, hersteloperatie is veel duurder en geeft meer kansen op complicaties. Dus het uitstellen van het plaatsen van een prothese bij deze relatief jonge actieve patiënten heeft duidelijke meerwaarde voor de patiënt.

Prof. dr. Floris Lafeber is hoogleraar experimentele reumatologie in Utrecht.

Titel onderzoek: Development of a hinged distractor to treat severe knee osteoarthritis: to improve clinical outcome and to limit burden of treatment
Projectleider: Prof. dr. F. Lafeber
Universiteit: Utrecht
Verwachte looptijd: 2012-2014

 

Pijnplek plakken en artrose voorkómen

Prof. dr. Piet Buma (Nijmegen) gaat in samenwerking met prof. dr. Dirk Grijpma een nieuw soort chirurgische lijm ontwikkelen. Met deze lijm gaan zij proberen scheurtjes in de meniscus in de knie plakken. Het einddoel is dat het lijmen een meniscusverwijdering onnodig maakt. En dat er hierdoor later geen artrose ontstaat in het kniegewricht.

Een meniscus is een kraakbeenschijfje. Een gescheurde kniemeniscus is een veelvoorkomend sportletsel. De scheur kan niet altijd gerepareerd worden. Dat hangt af van de plaats van de scheur. Vaak wordt de meniscus verwijderd. Dat helpt tegen de pijn. Maar op de langere termijn ontstaat er nogal eens artrose aan het kniegewricht omdat het kraakbeen door het ontbreken van de meniscus jarenlang veel te verduren krijgt.

De bestaande chirurgische lijmen zijn niet bestand tegen de hoge krachten waar de meniscus aan blootstaat. De nieuwe lijm die prof. dr. Buma gaat ontwikkelen zal bestaan uit een nieuwe sterke kunststof die de scheur vult, zich hecht aan de meniscus en die de scheur dichthoudt gedurende het herstelproces.

Titel onderzoek: Prevention of osteoarthritis by biodegradable polyurethane network adhesives for meniscus repair
Projectleider: Prof. dr. P. Buma
Universiteit: UMCN Nijmegen
Looptijd: 2012-2016 

 

Een facelift tegen artrose?

Is het mogelijk om iemand te beschermen tegen artrose door het oude immuunsysteem een oppepper te geven? Door een lichaamseiwit aan oud kraakbeen toe te voegen?

Ouder worden is de belangrijkste risicofactor voor het krijgen van veel ziektes, ook voor het krijgen van artrose. Dat komt omdat de werking van het immuunsysteem (afweersysteem) ook veroudert. Vele lichaamseiwitten zijn betrokken bij een goede werking van het immuunsysteem. In dit onderzoek gaat dr. Peter van der Kraan in het laboratorium precies uitpluizen hoe de werking is van één van deze eiwitten in een ouder wordend immuunsysteem.

Peter van der Kraan onderzoekt het ontstekingseiwit interleukine-37. Er is nog erg weinig onderzoek gedaan naar dit eiwit en zijn rol bij artrose. Interleukines regelen de communicatie tussen afweercellen. Ze zijn er in vele varianten. Tientallen jaren geleden werd ontdekt dat interleukine-1 ervoor zorgt dat iemand koorts krijgt. En van sommige is bekend dat als je ze afremt, dat het ontstekingen doet afnemen. Op die kennis zijn medicijnen ontwikkeld. Er is bijvoorbeeld een medicijn dat interleukine-1 afremt (anakinra) en een medicijn dat interleukine-6 afremt (tocilizumab).

Van interleukine-37 is bekend dat het kraakbeencellen beschermt tegen ontstekingsreacties. Maar dat kan het alleen met de hulp van een ander eiwit (Smad3P) dat in kraakbeencellen zit. Helaas neemt het aantal Smad3P's af als we ouder worden. Een van de vragen waarop dr. van der Kraan antwoord wil krijgen is, of het mogelijk is het artroseproces tegen te gaan als je Smad-eiwitten toevoegt aan oud kraakbeen.

Dr. Peter van der Kraan is pathobioloog bij de Radboud Universiteit Nijmegen en specialist in onderzoek naar de oorzaken van artrose

Titel: Interleukin-37 and phospho-Smad3, critical couple in the prevention of chondrocyte activation and OA development.
Projectleider: Dr. Peter van der Kraan
Universiteit: Radboud Universiteit Nijmegen
Verwachte looptijd: 2013-2017

 

Artrose: het effect van pijnstillers en oefenen

Prof. dr. Joost Dekker en Dr. Marike van der Leeden gaan een protocol opstellen en eva-lueren voor de behandeling van knieartrose. De behandeling bestaat uit de combinatie oefentherapie-pijnstilling.

Met oefentherapie versterk je de spieren van de knie. Ook pijn vermindert hierdoor en je kan je knie weer beter gebruiken. Maar oefenen is moeilijk voor mensen met ernstige artrose en veel pijn. Uit onderzoek is bekend welke oefeningen het beste gedaan kunnen worden. Ook welke pijnstilling het beste gegeven kan worden, is uit onderzoek al bekend. Wat ontbreekt is een behandelprotocol: een leidraad voor alle behandelaars over hoe zij de oefeningen en de soort pijnstilling op welk moment moeten combineren.

Het behandelprotocol zal in eerste instantie worden toegepast bij 50 patiënten met ern-stige kniepijn. Zij zullen drie maanden lang oefenen en daarnaast pijnstilling krijgen. De soort pijnstilling hangt af van de hoeveelheid pijn. De onderzoeker meet na afloop het effect van de behandeling op de pijn, op de spierklacht en op het functioneren van de patiënt.
Pas als de uitkomsten van dit korte onderzoek wijzen op verbetering, zal het onderzoek nogmaals grootschaliger en langduriger worden uitgevoerd.

Prof.dr.J. Dekker is hoogleraar paramedische zorg aan het VUMC te Amsterdam. Dr.M. van der Leeden is senioronderzoeker bij het Vumc en bij Reade.

Titel onderzoek: Exercise therapy in combination with optimal pain-relieving medication in patients with osteoarthritis of the knee and severe knee pain: a pilot study
Projectleider: Prof.dr. J.Dekker
Universiteit: VU mc Amsterdam
Verwachte looptijd: 2012-2014  

 

 

Eén plus één is drie

Dr. Simon Mastbergen en zijn team werken aan de ontwikkeling van een eerste combinatiemedicijn tegen artrose. Het zal zowel de pijn, de ontsteking en de afbraak van kraakbeen moeten gaan bestrijden. In dit project probeert hij met experimenten aan te tonen dat het achterliggende idee van zijn ontwikkeling ook daadwerkelijk werkt. De volgende stap zal dan de ontwikkeling van het medicijn zijn.

Het is een totaal nieuw inzicht. Je combineert in het laboratorium twee anti-ontstekingseiwitten die ieder hun eigen rol spelen bij het bestrijden van artrose. In het combinatie-eiwit komen alle eigenschappen samen. In dit geval zal de combinatie van de twee eiwitten leiden tot het oplossen van drie problemen: minder pijn, herstel van het kraakbeen en afname van de gewrichtsontstekingen.

Ontstekingseiwitten (interleukines) regelen in ons lichaam de communicatie tussen de afweercellen. Ze zijn er in vele varianten en ze hebben allemaal een andere rol in de afweer. Er zijn al verschillende medicijnen ontwikkeld op basis van interleukines. In dit onderzoek gaat het om de interleukines-4 en -10: anti-ontstekingseiwitten waarvan bekend is dat zij ieder betrokken zijn bij het afremmen van artrose. Het unieke aan dit project is dat voor het eerst een combinatie van deze 2 interleukines in één nieuw eiwit is gemaakt waarvan de onderzoeker verwacht dat dit synergistisch werkt: 1+1=3.

Artrose is een reumatische ziekte waarbij het kraakbeen dunner en zachter wordt. 1,1 miljoen Nederlanders hebben last van artrose.

Dr. Simon Mastbergen is medisch bioloog en kraakbeenonderzoeker.

Titel: Treatment of pain accompanied by structure modification in osteoarthritis; proof of concept of a newly designed 'synerkine' in the Groove model of OA
Projectleider: Dr. SC Mastbergen
Universiteit: UMC Utrecht
Verwachte looptijd: 2013-2015

 

Een reparatieset met extra tools

De uitkomst van dit onderzoek van dr. Peter van Lent zal laten zien hoe het komt dat stamcellen kunnen beschermen tegen het ontstaan van artrose. Dat zou uiteindelijk een nieuwe behandeling kunnen opleveren.

Een veelbelovende manier om artrose te behandelen is de toediening van stamcellen in het gewricht. De stamcellen groeien uit tot nieuwe kraakbeencellen en repareren het kapotte kraakbeen. Verrassend is, dat er meer gebeurt. Deze stamcellen blijken ook te beschermen tegen het ontstaan van artrose. Tenminste in het laboratorium.

In dit onderzoek wordt dit beschermende effect uitgebreid bestudeerd. Dr. Peter van Lent gaat het mechanisme achter de beschermende werking van het stamcel helemaal uitzoeken. Hij wil ook weten hoe deze stamcellen worden gevormd en hoe zij aan die beschermende werking komen. Hebben zij die werking in zich, of zijn er andere cellen of eiwitten die die beschermende werking aanzetten?

Dit onderzoek kan leiden tot een nieuwe behandeling voor artrose waarbij de eigen stamcellen van de patiënt in het gewricht met artrose worden geïnjecteerd. Daarna zullen de cellen het gewricht beschermen tegen verdere artrose. De stamcellen worden gehaald uit het buikvet van de patiënt.

Stamcellen zijn lichaamscellen die nog kunnen veranderen naar een of meer andere celtypes. Ze zijn daarmee de reparatieset van het lichaam. De stamcellen in dit onderzoek zijn volwassen stamcellen, ze kunnen alleen nog uitgroeien tot een aantal celtypen, zoals kraakbeencellen. En dus niet tot alle soorten lichaamscellen.

Dr. Peter van Lent is onderzoeker bij de Universiteit Nijmegen.

Titel: Immunosuppressive adipose stem cells: a cellular therapy in osteoarthritis?
Projectleider: dr. PLEM van Lent
Universiteit: Radboud Universiteit Nijmegen
Verwachte looptijd: 2013-2017

 

De perfecte pleister op de wonde

Dr. Marcel Karperien wil in dit project het perfecte materiaal ontwikkelen waarmee kapot kraakbeen gerepareerd kan worden. De eisen die hij stelt aan dit materiaal zijn niet mis. Het moet sterk zijn waardoor het meteen effect heeft en de patiënt maar kort hoeft te revalideren. Daarnaast moet het op de langere termijn zorgen voor de aangroei van nieuw 'echt' kraakbeen.

Er worden steeds betere producten ontwikkeld om ziek of stuk lichaamsweefsel te vervangen. Denk maar aan nieuwe vaten, hartkleppen of een nieuwe heup. Er worden ook zogenaamde injecteerbare 'hydrogelen' gemaakt. Dit zijn vloeistoffen die, als zij eenmaal in het lichaam zijn ingespoten, net als twee componentenlijm, uitharden en zelf aan de slag gaan om bijvoorbeeld nieuwe cellen te laten groeien. Ze zijn een combinatie van natuurlijke materialen en lichaamseigen cellen.

Voor de aandoening artrose zijn deze ontwikkelingen van groot belang. Er is namelijk geen medicijn om artrose te behandelen of te genezen.

In dit onderzoek zal dr. Marcel Karperien een hydrogel ontwerpen die twee eigenschappen samenvoegt. Een zeer sterk materiaal dat direct na de behandeling belast kan worden, en dat tevens zorgt voor de aanmaak van nieuwe kraakbeencellen. Tot nu toe was het niet mogelijk om deze beide eigenschappen in één nieuwe hydrogel bij elkaar te krijgen.

Nadat de gel is ontwikkeld, zal dr. Karperien testen gaan doen om te kijken of het werkt. Hij zal dat allereerst doen met kleine stukjes kraakbeen die overblijven na een operatie waarbij iemand een nieuwe heup of knie kreeg.

Dr. Marcel Karperien is kraakbeenonderzoeker bij de Universiteit Twente.

Titel: No place like home: artificial chrondrons for improved cartilage repair
Projectleider: Prof. dr. H.B.J. Karperien
Universiteit: Universiteit Twente
Verwachte looptijd: 2013-2017

 

Meepraten over reuma?

Like dan onze Facebook-pagina

Wat weet u van artrose?






Steun onderzoek naar artrose

Wetenschappelijk onderzoek is dé sleutel tot genezing van artrose