|
Artrose
22 kortlopende onderzoeken naar artrose
Wordt de juiste verdachte aangehouden?
In dit onderzoek neemt dr. Esmeralda Blaney Davidson (Nijmegen) een lichaamseiwit onder de loep dat een verdachte rol speelt bij artrose. Het eiwit zet kraakbeencellen aan tot het maken van nieuw kraakbeen, maar laat het daar niet bij. Waardoor de kraakbeencel uitrijpt en daarmee een ander type kraakbeencel wordt dan de bedoeling is. Het nieuwe type kraakbeencel gaat waarschijnlijk ook juist kraakbeen afbreken. En dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Het eiwit onder verdenking is de groeifactor BMP2 (Bone Morphogenetic Protein 2). Een groeifactor is een eiwit dat celdeling en weefselgroei stimuleert. Groeifactoren zijn er in vele soorten. Blaney Davidson heeft aanwijzingen dat deze groeifactor verantwoordelijk is voor de voortgang van artrose in gewrichten. Dat is een nieuw idee, want tot nu toe dacht men dat BMP2 juist een beschermende rol had. Als dit idee klopt, zou je de verdachte achter de tralies kunnen zetten. Dat kan een aanzet zijn voor een mogelijke behandeling tegen artrose.
Ongeveer 1,2 mensen in Nederland hebben artrose. Het is een ziekte waarbij het kraakbeen in de gewrichten langzaam verdwijnt en waartegen nog weinig kruid gewassen is. Nog niet zo lang geleden dacht men dat artrose een 'gewoon' slijtageproces was. Ondertussen is duidelijk dat er meer aan de hand is.
Titel onderzoek: Bone Morphogenetic Proteins in osteoarthritis. Back to judging the book by its cover?
Projectleider: dr. E.N. Blaney Davidson
Universiteit: UMCN Nijmegen
Looptijd: 2012-2016
Pijnplek plakken en artrose voorkómen
Prof. dr. Piet Buma (Nijmegen) gaat in samenwerking met prof. dr. Dirk Grijpma een nieuw soort chirurgische lijm ontwikkelen. Met deze lijm gaan zij proberen scheurtjes in de meniscus in de knie plakken. Het einddoel is dat het lijmen een meniscusverwijdering onnodig maakt. En dat er hierdoor later geen artrose ontstaat in het kniegewricht.
Een meniscus is een kraakbeenschijfje. Een gescheurde kniemeniscus is een veelvoorkomend sportletsel. De scheur kan niet altijd gerepareerd worden. Dat hangt af van de plaats van de scheur. Vaak wordt de meniscus verwijderd. Dat helpt tegen de pijn. Maar op de langere termijn ontstaat er nogal eens artrose aan het kniegewricht omdat het kraakbeen door het ontbreken van de meniscus jarenlang veel te verduren krijgt.
De bestaande chirurgische lijmen zijn niet bestand tegen de hoge krachten waar de meniscus aan blootstaat. De nieuwe lijm die prof. dr. Buma gaat ontwikkelen zal bestaan uit een nieuwe sterke kunststof die de scheur vult, zich hecht aan de meniscus en die de scheur dichthoudt gedurende het herstelproces.
Titel onderzoek: Prevention of osteoarthritis by biodegradable polyurethane network adhesives for meniscus repair
Projectleider: Prof. dr. P. Buma
Universiteit: UMCN Nijmegen
Looptijd: 2012-2016
Net niet tot op het bot
Dr. Peter van der Kraan (Nijmegen) doet al langer met subsidie van het Reumafonds onderzoek naar het herstel van stuk kraakbeen bij artrose. Iets wat eigenlijk niet kan: is kraakbeen eenmaal stuk, dan blijft dat zo.
Maar met de nieuwste kennis en technieken kan deze stelling wel eens verworpen gaan worden.
De onderzoeker richt zich op beenmergcellen. Deze cellen kunnen uitgroeien tot allerlei weefsels, bijvoorbeeld tot kraakbeen. Het grote probleem hierbij is echter dat beenmergcellen eerst wel uitgroeien tot kraakbeen maar daarna doorgroeien tot bot. Zijn uitdaging is dus om het uitgroeien van deze beenmergcellen op tijd te laten stoppen.
In het laboratorium zocht hij hiervoor naar de genen die de signalen kunnen geven om uit die beenmergcellen kraakbeen en bot te laten groeien. Het vorige door het Reumafonds gefinancierde onderzoek leverde kennis op over de invloed van bepaalde genen op de botvorming. Met andere woorden, dr. Van der Kraan weet nu waar hij het moet zoeken.
In dit onderzoek gaat hij experimenten doen om de botvorming op tijd te laten stoppen, zodat er een stabiel kraakbeen ontstaat. Hij doet deze experimenten met ALKgenen, een groep van genen die te maken hebben met de vorming van nieuwe weefsels. In het eerste deel van het onderzoek zal hij de juiste ALK's proberen te identificeren. Vervolgens gaat hij kijken wat er gebeurt met de botvorming als je deze genen uitschakelt: stopt de botvorming en ontstaat er mooi kraakbeenweefsel?
Titel onderzoek: ALK inhibition to control chrondrocyte terminal differentiation. Stop differentiation to the bone
Projectleider: dr. P.M. van der Kraan
Universiteit: Nijmegen
Looptijd: 2012-2016
Het gaat om het evenwicht
Dr. Marcel Karperien en dr. Janine Post (Twente) onderzoeken het verstoorde evenwicht tussen kraakbeenaanmaak en -afbraak in gewrichten met artrose. De resultaten van dit onderzoek zullen bijdragen aan het ophelderen van de oorzaak van artrose en daarmee richting geven aan de ontwikkeling van een lang gewenste behandeling voor deze ziekte.
De onderzoekers richten hun aandacht op 3 signaaleiwitten die veel voorkomen in gewrichtskraakbeen maar niet in andere vormen van kraakbeen. De aanwezigheid van deze signaaleiwitten in ziek kraakbeen is sterk verlaagd.
Signaaleiwitten zijn de routeplanners bij de aanmaak van weefsels die zich moeten herstellen, zoals het zieke kraakbeen in artrose. Zij zorgen ervoor dat alle cellen op de juiste plek komen en er dus mooi nieuwe weefsel ontstaat.
Als deze signaaleiwitten ontbreken, ontstaat weefsel van slechte kwaliteit, in dit geval krakkemikkig kraakbeen. Zo kan artrose ontstaan. Door deze signaaleiwitten toe te dienen bij iemand met artrose zou je, in theorie, kraakbeenweefsel van goede kwaliteit kunnen maken en zo artrose kunnen herstellen.
Titel onderzoek: A novel strategy for the treatment of osteoarthritis by restoring joint homeostasis using natural antagonists
Projectleider: Dr. H.B.J. Karperien
Universiteit:Twente
Looptijd: 2012-2015
Spierprik bij heupartrose
Wat is het effect van een injectie met corticosteroïden op de pijn bij heupartrose? Dat is de kernvraag in dit onderzoek. Om de pijn kortdurend te verlichten, krijgen patiënten met artrose in knie of heup soms een injectie in het gewricht met corticosteroïden. Corticosteroïden zijn geneesmiddelen die de ontsteking (tijdelijk) onderdrukken. Bij heupartrose zijn deze injecties moeilijk precies op de juiste plaats in het gewricht toe te dienen.
Prof. dr. Sita Bierma van het ErasmusMC te Rotterdam gaat in dit project onderzoeken of een eenvoudige injectie in een spier misschien ook effectief is.
Project: Intramuscular corticosteroid injections in hip OA: a randomized controlled trial
Projectleider: Prof. dr. S.M.A. Bierma-Zeinstra
Universiteit: ErasmusMC Rotterdam
Verwachte afronding: 2013
Artrose kan geen pijn doen, toch?
Dr. Simon Mastbergen van het UMC Utrecht gaat onderzoeken waar de pijn bij knie-artrose vandaan komt. Omdat dat niet duidelijk is, is pijnbestrijding bij artrose vaak lastig. Pijn is het belangrijkste symptoom bij artrose. Terwijl op de plaats waar de artrose zich bevindt, namelijk in het kraakbeen, geen zenuwen zitten. En je daar dus geen pijn kunt voelen. Maar mensen met artrose hebben vaak veel pijn. Ook komt het voor dat het kraakbeen behoorlijk beschadigd is, terwijl iemand helemaal geen pijn heeft.
De pijn bij artrose is dus met raadselen omgeven. Die raadsels gaat dr. Mastbergen proberen op te lossen. Hij zal daarvoor op verschillende plaatsen in het gewricht zoeken naar de oorsprong van de pijn. Ook onderzoekt hij het verband tussen de schade in het gewricht, gewrichtsontsteking en pijn. Na afloop van dit onderzoek is duidelijker waar de pijnbestrijding zich op moet richten.
Project: Pain in osteoarthritis, is it a joint problem?
Projectleider: Dr. S.C. Mastbergen
Universiteit: UMCUtrecht
Verwachte afronding: 2014
Opruimwoede leidt tot artrose
Sommige afweercellen hebben een soort antennes aan zich hangen. Daarmee herkennen en verwijderen ze vetten in het bloed. Helaas werken deze antennes soms zo goed dat de afweercellen veranderen en schade kunnen veroorzaken. In gewrichten kan dit artrose veroorzaken. Hoe kun je deze antennes en daarmee de afweercellen onder controle houden?
Het vele onderzoek naar artrose begint zijn vruchten af te werpen. Het blijkt dat artrose niet alleen een aandoening van het kraakbeen is. Ook de binnenbekleding van de gewrichten, het synovium, met daarin de afweercellen doet mee. En misschien moet de behandeling van artrose zich meer daar op richten.
Dr. Peter van Lent van het UMCst Radboud te Nijmegen gaat in dit onderzoek de afweercellen in het synovium onderzoeken. Hij zal in het laboratorium en in de gewrichten van mensen met artrose de antennes op de afweercellen bestuderen. En testen hoe hij ze kan laten stoppen te veel vet op te nemen.
Project:Fat-laden macrophages ignite smouldering synovial activation and cartilage destruction during osteoarthritis: the dark site of scavenger receptor A1/11.
Projectleider: Dr. P.L.E.M van Lent
Universiteit:UMC st Radboud Nijmegen
Verwachte afronding: 2014
Een gewichtig onderzoek naar artrose
Met dit onderzoek zal dr. Margreet Kloppenburg van het LUMC te Leiden, duidelijk maken welke mensen met overgewicht de grootste kans lopen op artrose van hun gewrichten.
Overgewicht vergroot het risico op artrose. Dit is maar voor een deel te verklaren uit het feit dat de gewrichten meer gewicht te dragen hebben. Er spelen waarschijnlijk ook andere factoren mee, zoals moleculen in het vet die zich bemoeien met gewrichten en spieren.
Om dit onderzoek goed uit te voeren, gaat dr. Kloppenburg zowel gewichtsdragende gewrichten (de knie) en niet gewichtsdragende gewrichten (de handen) onderzoeken. Zij gebruikt hiervoor informatie uit vetweefsel, bloedwaarden en MRI-scans van 6000 mensen met overgewicht.
Project: Obsity and osteoarthritis: what are the causal pathways?Projectleider: Dr. G. Kloppenburg
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2014
Van slijtage naar verschillende soorten artrose
In dit korte project onderzoekt biomedicus Erwin Waarsing van het Erasmus MC te Rotterdam, of er misschien verschillende soorten artrose zijn. Die dus ook om een verschillende behandeling vragen. Vroeger heette pijn in je heupen en knieën gewoon slijtage. Later bleek er meer aan de hand en noemden we het artrose. Nu blijkt dat er zelfs verschillende soorten van artrose zijn. Hoe komt het dat we dat niet eerder wisten?
De laatste jaren komen er steeds betere onderzoeksmethoden en materialen op de markt. Zoals technieken om genen op te sporen die bij bepaalde ziektes horen. Of om de computer zeer lastige berekeningen te laten maken. Dus we kunnen steeds meer onderzoeken.
In dit project wil dr. Waarsing alle informatie van een grote groep mensen met artroseklachten in de computer te zetten. Daarna zoekt hij uit waar de overeenkomsten en verschillen zitten. De computer wordt daarvoor gevoerd met bijvoorbeeld röntgenfoto's, MRI-scans, bloeduitslagen en vragenlijsten.
Maar ook met het genetische profiel van deze mensen. Een genetisch profiel is het resultaat van de analyse van klein beetje genetisch materiaal uit een paar cellen. Die analyse levert een unieke genetische vingerafdruk op, die bij iedereen net weer anders is.
Uit de smeltkroes van gegevens -genetische en andere- van deze grote groep mensen, kan hij de computer overeenkomsten en verschillen laten berekenen. Zo kan je genetische aanleg voor artrose en de invloed daarop van allerlei andere factoren, zoals (over)gewicht, (sport)letsels en stand van de gewrichten naast elkaar leggen. Je krijgt dan verschillende 'phenotypes': het resultaat van de vingerafdruk van je genen én de invloed van hoe je leeft. Het zou kunnen dat de verschillende phenotypes misschien wel allemaal een andere vorm van artrose hebben.
Project: Phenotyping Osteoarthritis: The possible existence of clinical sub-types Projectleider: Dr. ir. J.H. Waarsing
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte afronding: 2012
Wat was er het eerst?
Lokken hart- en vaatziekten artrose uit, vraagt prof. dr. Sita Bierma van het ErasmusMC te Rotterdam zich af in dit onderzoek. Het zou kunnen dat we na afloop van dit project een heel andere kijk op het ontstaan en behandelen van artrose hebben gekregen.
Artrose en hart en vaatziekten komen regelmatig gelijktijdig voor. Maar wat daarachter zit is onduidelijk. Komt het misschien omdat zij door hetzelfde proces in ons lichaam worden uitgelokt? Of is de vaatziekte de aanstichter van artrose? Of verergert het een bestaande artrose?
Prof. dr. Bierma maakt bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen gebruik van gegevens van 6000 Rotterdammers van 45 jaar en ouder. Zij worden regelmatig onderzocht op de aanwezigheid van een aantal ziektes, waaronder hart- en vaatziekten.
Project: The role of vascular pathology in the development and progression of osteoarthritis
Projectleider: Prof. dr.S.M.A. Bierma-Zeinstra
Universiteit: ErasmusMC Rotterdam
Verwachte afronding: 2013
Met de macrolens inzoomen op handartrose
Welke informatie kan een MRI-scan geven over ontstekingen in de handgewrichtjes bij artrose? Reumatoloog Margreet Kloppenburg van het LUMC te Leiden zal na afloop van dit onderzoek meer duidelijkheid kunnen geven over de rol van ontstekingen bij handartrose. Met die kennis kunnen artsen de patiënten ook nauwkeuriger behandelen.
Handartrose doet fors pijn, maar de oorzaak van die pijn is niet duidelijk. Dr. Kloppenburg gaat bij 70 mensen met handartrose 2x een MRI-scan maken. Als zij voor het eerst op de polikliniek komen en een jaar later. Zij hoopt met deze MRI-scans meer informatie te krijgen over wat er gebeurt in de gewrichtjes bij handartrose, bijvoorbeeld over ontstekingen. Met het gangbare onderzoek, zoals echo of röntgenfoto's, krijg je deze gedetailleerde informatie over de gewrichtjes niet.
Project: Hand osteoarthritis: the role of inflammation in pain and disease course
Projectleider: Dr. G. Kloppenburg
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2015
Meer weten over de erfelijkheid van artrose
Dr. Ingrid Meulenbelt van het LUMC te Leiden gaat in kraakbeen en bloed op zoek naar het mechanisme dat achter genen zit, die het risico op artrose verhogen. Zij hoopt dat dit onderzoek ertoe leidt dat te voorspellen is of artrose ernstig of minder ernstig zal verlopen. En dat het wegen opent naar een behandeling van de ziekte.
Genen zijn stukjes eiwit in de celkernen van ons lichaam, zij bevatten erfelijke informatie. Artrose is voor een deel erfelijk. Maar het is niet precies bekend welke genen die erfelijkheid verklaren. Er zijn wel genen waarvan men dit vermoedt en deze worden nu onder de loep gelegd.
Dr. Meulenbelt onderzoekt op welke manier een gen het ontstaan van artrose uitlokt. Wat is daar voor nodig? Want ook al ken je de bij een ziekte betrokken genen, toch wordt lang niet iedereen dan ook altijd ziek. Er is iets voor nodig dat de ziekte uitlokt, iets uit de omgeving van de patiënt, mechanische belasting, leeftijd, of voeding.
Project: Molecular aspects of OA cartilage Biology
Projectleider: Dr. I. Meulenbelt
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2015
Het oplossen van superlijm
Dit onderzoek baant de weg naar nieuwe manieren om de stijfheid van gewrichten te verminderen. Mensen met artrose hebben daar veel last van. Die stijfheid komt doordat er te veel collageen in het gewrichtskapsel wordt gemaakt.
Collageen is een lijmachtig spul dat overal in ons lichaam voorkomt en zorgt voor stevigheid en soepelheid, bijvoorbeeld van je huid. Een ophoping van te veel collageen noemt men fibrose. Het lijkt wel of er superlijm in je gewricht zit, waardoor de gewrichten helemaal stijf worden en je je knie of heup haast niet meer kunt bewegen.
Onderzoekers weten al dat er speciale soorten eiwitten in ons lichaam verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van collageen. De oplossing lijkt dus voor de hand te liggen: vang het eiwit weg en je krijgt ook geen fibrose.
Maar helaas is dat alleen nog theorie. Daarom gaat dr. Peter van der Kraan van het Radboud MC te Nijmegen, 2 van deze speciale eiwitten onderzoeken. Hij gaat na welke het meest betrokken is het maken van collageen. Daarna weten we meer over de mogelijkheden om een nieuwe behandeling tegen stijve gewrichten te ontwikkelen.
Titel: Role and regulation of lysyl hydroxylase 2b in synovial fibrosis of osteoarthritic joints
Projectleider: dr. P.M. van der Kraan
Universiteit: UMC st Radboud Nijmegen
Verwachte afronding: 2014
De bron van het kwaad
Wat veroorzaakt artrose? Vele onderzoekers bogen zich al over deze vraag. En ook al komen zij steeds dichter bij het antwoord, de bron van het kwaad is nog niet gevonden. Zitten er soms foutjes in ons erfelijk materiaal, ons DNA?
Dr. Arjen Blom kijkt in dit onderzoek naar het vóórkomen en de eigenschappen van een speciaal eiwit (WISP1) in het gewricht. Dit eiwit zou iets te maken hebben met het veranderen van cellen en het stuk gaan van kraakbeen. Misschien leidt dat tot de bron. Als duidelijk is wat WISP precies doet, kunnen we misschien eindelijk een medicijn tegen artrose ontwikkelen.
Titel: The wnt signaling pathway in osteoarthritis: WISP1, marker or maker of joint pathology?
Projectleider: dr. A. Blom
Universiteit: UMC st Radboud Nijmegen
Verwachte afronding: 2011
Bot en kraakbeen: vage kennissen of vette liefde?
Medisch bioloog dr. Simon Mastbergen gaat onderzoeken hoe kraakbeen en bot elkaar beïnvloeden bij het ontstaan van artrose.
Het meeste onderzoek naar artrose richt zich óf op kraakbeen óf op bot. Naar de wisselwerking tussen beiden is nog niet veel onderzoek gedaan. Bij artrose raakt het kraakbeen in de gewrichten beschadigd. Maar ook het bot onder het kraakbeen verandert.
Er zijn aanwijzingen dat de veranderingen in het bot effect hebben op het kraakbeen. Maar hoe dit precies zit is onduidelijk. Misschien blijkt de relatie tussen bot en kraakbeen zo innig, dat je ze ook samen moet behandelen.
Titel: The biochemical interaction between subchondral bone and cartilage during the process of OA
Projectleider: dr. S.C. Mastbergen
Universiteit: UMC Utrecht
Verwachte afronding: 2011
Resultaat: geen bot maar kraakbeen
Als kraakbeen beschadigt, herstelt het in principe niet meer. Er wordt veel onderzoek naar gedaan om dat herstel toch mogelijk te maken. Zo zou je beenmergcellen kunnen laat uitgroeien tot kraakbeen.
Helaas stopt de verandering van de beenmergcellen bij bot en niet bij kraakbeen. Het veranderen van kraakbeen in bot heet terminale differentiatie: om kraakbeen te krijgen moet de terminale differentiatie worden gestopt.
Dr. Peter van der Kraan gaat proberen deze terminale differentiatie te blokkeren. Zodat de beenmergcel zich alleen kan ontwikkelen tot kraakbeen.
Titel: Runx2-promotor controled inhibition of chondrocyte terminal differentiation
Projectleider: dr. P.M. van der Kraan
Universiteit: UMC st Radboud Nijmegen
Verwachte afronding: 2012
CHECK: het grootste artroseonderzoek ooit
Er zijn 1,2 miljoen mensen met artrose in Nederland. Daarmee is het de meest voorkomende reumatische ziekte. Toch is er nog weinig over bekend.
Dat is de reden dat het Reumafonds het initiatief nam voor een grootschalig, 10 jaar durend onderzoek naar het natuurlijk verloop van artrose in heup en knie. Het Reumafonds financiert het onderzoek in het kader van zijn 75-jarig bestaan in 2001 met een jubileumbedrag van 2,3 miljoen euro.
Het onderzoek ging in april 2001 van start. Er doen 12 onderzoekscentra en 1000 mensen met artrose aan mee. Zij laten zich 10 jaar lang een aantal keer per jaar onderzoeken en ondervragen over hun gewrichtsklachten.
Titel: CHECK: Cohort Heup En Cohort Knie
Projectleider: prof. dr. H. Bijlsma
Universiteit: UMC Utrecht
Verwachte afronding in 2013
De artrose horoscoop
Zal deze patiënt ernstige artrose krijgen, of zal het wel meevallen? En hoe snel zal de aftakeling van het gewricht gaan? Dit zijn moeilijke maar zeer belangrijke voorspellingen die een arts dagelijks doet. Hij moet beslissen of hij moet opereren, veel of weinig medicijnen moet geven, of dat hij voorlopig niets hoeft te doen.
Dr. René van Donkelaar wil de arts helpen bij het doen van deze voorspelling. Door zijn computer te laten uitrekenen hoe de toekomst van een patiënt met artrose er uit zal zien. De computer maakt daarvoor gebruik van dezelfde foto's, vragenlijsten en bloedgegevens die de arts ook heeft.
De computer moet wel eerst leren hoe je die berekening uitvoert. En daarna moet hij worden getraind in het maken van goede voorspellingen. Daarvoor gebruikt dr. van Donkelaar vragenlijsten, bloedgegevens, röntgenfoto's en MRI-scans van de gewrichten van mensen met artrose die door de jaren heen zijn verzameld.
Titel: Patient specific prognosis of disease progression in OA
Projectleider: dr. C.C. van Donkelaar
Universiteit: TU/e Eindhoven
Verwachte afronding:2012
Op de evenwichtsbalk
Knieartrose is niet te genezen. Maar je kunt wel oefeningen doen om de spieren rond de knie te versterken, zodat zij de klappen opvangen bij het lopen en niet de knie zelf. Zonder spieren banden, pezen en meniscus zou de knie een onstabiel geheel zijn dat alle kanten op beweegt.
Veel mensen voelen op een gegeven moment niet meer goed hoe hun knie staat en beweegt, waardoor ze slechter gaan lopen. Met oefeningen kan je hen weer leren om de bewegingen van de knie goed te voelen, waardoor ze stabieler en beter gaan lopen.
De onderzoeker, dr. Martijn Steultjens, gaat in dit onderzoek 2 oefenmethodes met elkaar vergelijken. Hij zal ongeveer honderd mensen met artrose vragen mee te helpen aan zijn onderzoek. De ene helft krijgt alleen spierkrachtoefeningen, de andere helft ook oefeningen om de stabiliteit te verbeteren. De vraag is of de stabiliteitsoefeningen beter helpen bij artrose dan spierkrachtoefeningen alleen.
Titel: STABILO: a randomised controlled trial of knee joint stabilisation therapy in osteoarthritis of the knee
Projectleider: dr. M. Steultjens
Universiteit: VUmc Amsterdam
Verwachte afronding:2011
Gezocht: nieuw bewijsmateriaal in zaak knieblessure
Een gescheurde kruisband na een plotselinge draai van de knie is een veel voorkomende (sport)blessure. Maar waarom loopt iemand na een gescheurde kruisband zo'n grote kans op artrose? De Rotterdamse klinisch onderzoeker (afdeling orthopedie) dr. Max Reijman, gaat proberen deze vraag te beantwoorden.
Hij zal 160 mensen met een gescheurde kruisband tot 2 jaar na het ongeval onderzoeken. 30 deelnemers blijven zelfs 4 jaar nadat de kruisband scheurde onder controle.
Beginnende artrose is met een röntgenfoto niet aan te tonen. Daarom probeert dr. Reijman andere technieken uit, zoals MRI-scan en bloedonderzoek naar 'biomarkers'. Een biomarker is een stofje of eiwit in het bloed dat iets zegt over het risico op een ziekte of over het verloop van een ziekte, zoals artrose.
Het doel van het onderzoek is uiteindelijk om de artrose vroegtijdig te behandelen of zelfs te voorkómen.
Titel: Identification of Early Osteoarthritic Changes of the Knee: Application of Novel Diagnostic Methods
Projectleider: dr. M. Reijman
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte afronding:2012
Artrosemeters
Iemand kan ernstige met artrose samenhangende afwijkingen in zijn knie hebben, terwijl hij weinig pijn heeft. De vraag is dus wat je artrose noemt: de klinische klachten, zoals pijn en bewegingsbeperkingen, of de veranderingen van de weefsels in de knie.
Je kunt stellen dat pijn dus geen goed criterium is om de ernst van artrose te meten. Maar omgekeerd kun je ook stellen dat we niet in staat zijn om juist die weefselveranderingen te meten die aanleiding geven voor de pijn bij artrose. Ook in bloed of urine is niet te meten dat iemand artrose heeft. Maar hoe meet je dat dan wel?
Om artrose goed te kunnen behandelen is het namelijk wel belangrijk dat je (de mate van) artrose kunt aantonen in relatie tot de pijn die het veroorzaakt.
Prof. dr. Harry Weinans gaat op zoek naar manieren om artrose in een knie al in een vroeg stadium te kunnen meten. Hij gaat dit doen met een speciaal beeldbewerkingsprogramma, röntgenfoto's en scans waarmee de knieën van een groot aantal (potentiële) artrosepatiënten worden bekeken.
Uiteindelijk moet dit een standaardmethode opleveren voor het opsporen en meten van de ernst van artrose.
Titel: Morfology modelling for the caracterization of osteoarthritis development
Projectleider: Prof. dr. ir. H. Weinans
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte afronding: 2012
Van grof naar fijn: artrose beoordelen op röntgenfoto's
Het is nog steeds moeilijk om de veranderingen die artrose aan kraakbeen en bot in een gewricht veroorzaakt, goed te meten op een röntgenfoto. Met moderne beeldvormende technieken zoals MRI-scans gaat dat niet veel beter en het is bovendien veel duurder.
Dr. Floris Lafeber wil de meetmethoden op röntgenfoto's verfijnen, zodat het verloop van de artrose bij iedere patiënt wél goed in de gaten gehouden en zelfs voorspeld kan worden.
De onderzoeker maakt gebruik van gegevens van deelnemers aan het CHECK onderzoek
Titel: A novel view on radiographic osteoarthritis: detailed quantification of individual radiographic features in very early osteoarthritis advances diagnosis, prediction, and follow-up of early osteoarthritis
Projectleider: Dr. F. Lafeber
Universiteit: UMC Utrecht
Verwachte afronding: 2010