Zoeken
 
Print | Verstuur e-mail

Reumatoïde artritis

60 kortlopende onderzoeken naar reumatoïde artritis

Balanceren van het immuunsysteem
Is het mogelijk om een verstoord immuunsysteem bij reumatoïde artritis weer in balans te brengen? Dr. Femke Broere onderzoekt in het UMC Utrecht  de regulerende cellen van het afweersysteem.

Dit onderzoek focust op de mogelijkheden om een soort vaccin tegen reuma te ontwikkelen. De onderzoekers trachten het immuunsysteem weer in evenwicht te brengen, in plaats van het te onderdrukken zoals met de meeste medicijnen gebeurt.

De truc is om een manier te vinden om de regulerende cellen (Tregs) precies goed genoeg actief te maken. Dr. Broere vraagt hiervoor de hulp van een nieuw ontdekt eiwit, dat al heeft laten zien dat het goede kwaliteiten bezit. Broere moet wel nog ontdekken op welke manier dit eiwit de meeste regulerende cellen actief maakt.

De onderzoeker hoopt dat de inzet van dit nieuwe eiwit uiteindelijk leidt tot een genezende behandeling voor reumatoïde artritis.
 
Dr. Femke Broere is onderzoeker bij de afdeling infectieziekten en immunologie van het UMC Utrecht.

Titel onderzoek: Therapeutic peptide vaccines in rheumatoid arthritis; how to promote Treg functionality
Projectleider: Dr. F. Broere
Universiteit: UMC Utrecht
Looptijd: 2014-2017

 

DNA-test voor hart- en vaatziekten bij reuma
Dr.  Leo Joosten (Nijmegen) wil uitzoeken of een verandering in het DNA bij mensen met reuma verantwoordelijk is voor een hogere kans op hart en vaatziekten. Door te testen op de DNA-verandering zou je dan kunnen voorspellen of iemands kansen groter zijn en kan je maatregelen nemen.
 
Mensen met reuma lopen meer kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten dan mensen zonder reuma. Hart- en vaatziekten zijn daardoor ook een van de belangrijkste doodsoorzaken van mensen met RA.

Er zijn aanwijzingen dat chronische gewrichtsontstekingen zorgen voor een verandering in de stofwisseling, waardoor er meer vet in de afweercellen wordt opgeslagen. Het vet verandert de werking van de afweercellen, ze gaan meer ontstekingseiwitten (interleukines) produceren die op hun beurt de kans op hart- en vaatziekten vergroten.

De hypothese is: interleukine-32 zou er voor zorgen dat er meer cholesterol in de afweercellen zit en het bezit van meer interleukine-32 is waarschijnlijk erfelijk bepaald. Leo Joosten gaat experimenten verrichten om te kijken of deze hypothese klopt. Zo ja, dan kan dat leiden tot een DNA test die helpt om mensen met veel IL-32 op te sporen. En daarmee de mensen die een grotere kans lopen op hart- en vaatziekten bij reuma.
 
Leo Joosten is hoofd van het laboratorium voor experimentele interne geneeskunde van het Nijmeegse Radboudumc.
 
Titel onderzoek: Il-32 modulates HDL levels: implications for cardiovascular diseases in RA
Projectleider: Dr. L.A.B. Joosten
Universiteit: Radboudumc Nijmegen
Looptijd: 2014-2017

 

De ziekte uitblazen
Prof. dr. Paul Coffer (UMC Utrecht) onderzoekt de ontstekingsremmende kracht van bepaalde lichaamscellen (MSC's). De uitkomst kan een behandeling opleveren voor mensen met reuma bij wie gangbare behandelingen niet aanslaan.

Als medicijnen niet aanslaan, gaat de invaliderende reumatische ziekte door en krijgen patiënten steeds meer gewrichtsschade. Ook krijgen sommige patiënten enorme bijwerkingen van de medicijnen. In zeldzame gevallen is het laatste redmiddel een stamceltransplantatie, die ook weer met veel risico's gepaard gaat.

Er is misschien een alternatief voor deze stamceltransplantie in de vorm van een infuus met mesenchymale stromale cellen (MSC's). MSC's zijn cellen die het immuunsysteem kunnen beïnvloeden en ontsteking kunnen remmen. Ze kunnen ook uitgroeien in verschillende soorten celtypes zoals van vet, bot en kraakbeen.  Bij een behandeling met MSC's hoeft het immuunsysteem niet vooraf te worden stilgelegd. Dat is een voordeel boven de 'gewone' stamceltransplantatie.

Toch is  er nog veel onbekend over de werking van deze behandeling en is het nodig dat die veiliger en effectiever wordt. Ondanks dat het uit de onderzoeken bij mensen niet gebleken is, is bijvoorbeeld niet zeker of deze MSCs echt geen rol kunnen spelen in het vormen van kanker.

Prof. Coffer wil de behandeling veiliger en beter maken door niet de gehele MSC's te gebruiken, maar alleen de door deze cellen uitgescheiden blaasjes (exosomen). Exosomen kunnen, net als de hele stamcel, ook ontsteking remmen. Maar ze zijn kleiner en bevatten alleen bepaalde onderdelen van de cel. Bovendien zien onderzoekers mogelijkheden om ze te veranderen, zodat ze nog beter hun werk doen.

Prof. dr. Paul Coffer is hoogleraar stamcelbiologie aan het UMC Utrecht.

Titel onderzoek: MSC-derived exosomes with immunosuppressive properties: towards a novel low risk therapy for rheumatoid arthritis
Projectleider: prof. dr. P.J.Coffer
Universiteit: UMC Utrecht
Verwachte looptijd: 2014-2018

 

Criminelen aanpakken via hun handlangers bij reuma
In het AMC Amsterdam gaat dr. Kris Reedquist onderzoek doen naar een van de eiwitten die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van reumatoïde artritis. Zijn speurtocht zal duidelijk maken wie de handlangers zijn van dit 'criminele' eiwit. De onderzoeker heeft aanwijzingen dat het mogelijk moet zijn om de ziekte te remmen door een van die handlangers aan te pakken.

Het 'criminele' eiwit waar het hier overgaat heet PI3K. Het is één van de signaleringseiwitten van het immuunsysteem, waarvan bekend is dat ze een rol spelen bij het ontstaan van auto-immuunziekten. In het reageerbuisje blijkt het dempen van de aanmaak van deze PI3K sommige reumatische ziektes te remmen. Maar helaas heeft deze strategie bij echte mensen nog weinig effect, bij hen blijft de ontsteking gewoon bestaan.
 
 Daarom gaat dr. Reedquist nu de omgeving van PI3K onderzoeken en kijken wie zijn handlangers zijn. Zijn hoop is met name gevestigd op het Bruton's tyrosine kinase (Btk), een eiwit dat de werking van B-cellen beïnvloedt. De kans bestaat dat het via Btk wel lukt om de ziekte af te remmen.

Kris Reedquist is onderzoeker in het Amsterdamse AMC.

Titel onderzoek: Targeting downstream targets of PI3K for potential therapeutic development in the treatment of rheumatoid arthritis
Projectleider: dr. K.A. Reedquist
Universiteit: AMC Amsterdam
Looptijd: 2014-2017

 

Het temmen van cellen
Hoe maak je cellen minder gevaarlijk, zodat ze geen ontstekingen meer veroorzaken? Door de onderlinge communicatie te blokkeren of te veranderen, meent dr. Erik Lubberts (ErasmusMC, Rotterdam). De kennis uit dit onderzoek kan bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen tegen reumatoïde artritis.

In dit onderzoek gaat het over afweercellen (T-cellen),  interleukines (IL) en een boodschappereiwit op de T-cellen.

Interleukines zijn ontstekingseiwitten die T-cellen gevaarlijk kunnen maken. Er zijn veel verschillende interleukines en er zijn ook al medicijnen die sommige interleukines afremmen. Voorbeelden zijn anakinra (IL-1 remmer) en tolicumab (IL-6 remmer). Dit onderzoek gaat over interleukine-23. Uit eerder onderzoek bleek dat IL-23 een rol heeft bij het ontstaan van de reumatoïde artritis en SLE.

Het onderzoek richt zich vooral op het boodschappereiwit van IL-23, omdat dat eiwit kan laten zien met welke T-cellen IL-23  communiceert.  En welke boodschap ze dan precies overbrengen waardoor de T-cellen gevaarlijke cellen worden.

Tenslotte zal dr. Lubberts testen wat er gebeurt als hij het boodschappereiwit uitschakelt op T-cellen die in ontstoken gewrichten zitten. Misschien worden ze dan een stuk minder gevaarlijk.

Erik Lubberts is hoofd van het onderzoekslaboratorium reumatologie in het Erasmus MC Rotterdam.

Titel onderzoek: The identification and characterization of critical IL-23 receptor(IL-23R)+ cell(s) in the development of RA and SLE driving disease progression
Onderzoeker: Dr. E. Lubberts
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Looptijd: 2014-2018

 

Het afremmen van ontstekingsreacties via AIRE
In het Amsterdamse AMC zal dr. Sander Tas alle kanten onderzoeken van AIRE, een transcriptiefactor die een belangrijke rol speelt in het afremmen en voorkomen van ontstekingsreacties tegen lichaamseigen eiwitten.

Recent werd bekend dat afwijkingen in het AIRE-gen geassocieerd zijn met het ontwikkelen van reumatoïde artritis (RA).  Sander Tas wil weten welke rol AIRE precies speelt bij RA en of we deze kennis kunnen gebruiken in de behandeling .
 
Een transcriptiefactor is een eiwit dat het allereerste duwtje geeft naar het aflezen van het DNA. Er zijn aanwijzingen dat AIRE niet alleen centraal in het lichaam een rol speelt, maar ook in lymfeklieren en op de plaats van ontstekingsreacties.  De onderzoeksgroep van Tas heeft onlangs voor het eerst aangetoond dat AIRE ook aanwezig is in de ontstoken gewrichten van mensen met RA. Maar verder is er ook nog veel duister rond AIRE. Met name over zijn precieze rol in het afremmen van ontstekingsreacties en over de aansturing van dat proces.

Sander Tas in reumatoloog in het Amsterdamse AMC.

Titel onderzoek:The contribution of non-canonical NF-KB signaling to extrathymic Autoimmune Regulator (AIRE) expression in rheumatoid arthritis
Projectleider: dr. S.W. Tas
Universiteit: AMC Amsterdam
Looptijd: 2014-2017

 

Serendipity onderzoek

Nieuw licht op reuma-antistoffen
Het doel van dit onderzoek is om uit te vinden of mensen met reumatoïde artritis die nu als "auto-antistof-negatief" worden bestempeld, misschien nog onbekende auto-antistoffen bezitten. Het vinden van auto-antistoffen helpt bij de diagnosestelling en leert ons veel over de oorzaken van de ziekte.

Bij een groot deel van de mensen met reumatoïde artritis (RA) zijn zogenaamde reuma-antistoffen niet te vinden in hun bloed. Dat is lastig, want die antistoffen (ACPA's) zijn een bewijs dat er sprake is van reuma en de hoeveelheid ervan laat zien hoe ernstig het is. Hoe meet je dat bij de mensen die die autoantistoffen niet hebben?

Prof. dr. René Toes (Leiden) denkt out-of-the-box: misschien hebben ze wel degelijk autoantistoffen, maar kunnen we die alleen nog niet vaststellen. Dat is nog niet zo'n gekke gedachte, want nog maar twee jaar geleden werd er een nieuwe groep van autoantistoffen (anti-CarP) ontdekt bij mensen met RA.

Prof. Toes gaat nieuwe auto-antistoffen uit ontstoken gewrichten van auto-antistof-negatieve reumapatiënten opsporen met een zeer gevoelige laboratoriumtechniek die ook in het LUMC is uitgevonden. Die techniek heet epitope excision massaspectrometrie. Daarmee kan je in zeer kleine hoeveelheden materiaal allerlei moleculen vinden en identificeren.

Dit onderzoek wordt gefinancierd uit het serendipity-budget van het Reumafonds. Dit budget is speciaal voor onderzoeken waarvan in andere vakgebieden aanknopingspunten zijn gevonden, maar die binnen de reumatologie nog niet zijn onderzocht. Prof. dr. René Toes is hoogleraar experimentele reumatologie in Leiden.

Titel onderzoek: Identification of novel auto-antibodies in Rheumatoid Arthritis
Projectleider: Prof. dr. R.E.M. Toes
Universiteit: LUMC Leiden
Looptijd: 2014-2016

 

De biologie van auto-antistoffen begrijpen
In het Leidse UMC buigt prof. dr. René Toes zich over de volgende vraag: waarom ontwikkelen mensen voordat ze reumatoïde artritis krijgen auto-antistoffen tegen eiwitten die normaal in het lichaam thuishoren? Het antwoord op die vraag kan ons helpen om te begrijpen waarom mensen met reuma niet allemaal evengoed reageren op dezelfde medicijnen.

Dit onderzoek borduurt voort op de recente ontdekking van de in 2011 ontdekte auto-antistof Anti-CarP.  Ruim 40% van de mensen met reumatoïde artritis heeft anti-Carp in zijn bloed. De stof is vergelijkbaar met de al veel langer bekende antistof ACPA.

De antistoffen anti-CarP en ACPA herkennen eiwitten die door een enzym veranderd zijn. Anti-CarP herkent eiwitten die gecarbamyleerd zijn, bij ACPA gaat het om gecitrullineerde eiwitten. In beide gevallen is één aminozuur (eiwit) vervangen door een andere.

Het is belangrijk voor de behandeling van reumatoïde artritis om te begrijpen hoe de afweerreactie tegen deze lichaamseigen gecarbamyleerde eiwitten ontstaat bij de individuele patiënt. Het helpt ons bij de diagnosestelling en bij het voorspellen van het verloop van de ziekte en daarbij voor de keuze van de juiste behandeling.

Prof. dr. René Toes is hoogleraar experimentele reumatologie in het LUMC.

Titel onderzoek: How is tolerance towards carbamylated proteins broken en does anti-CarP immunity contribute to arthritis?
Projectleider: Prof. dr. R.E.M. Toes
Universiteit: LUMC Leiden
Looptijd: 2014-2018

 

Pijn-gen verklapt werking reumamedicijn
Is het mogelijk dat mensen met reumatoïde artritis(RA) van te voren weten of ze baat zullen hebben bij TNF-alfaremmers of niet? Dr. Marieke Coenen van het Radboudumc in Nijmegen gaat een test ontwikkelen die is gebaseerd op de pijn-genen van mensen met RA.
 
Ongeveer  30% van de mensen met RA reageert niet op de moderne medicijnen (TNF-alfaremmers).  Maar dat weten ze pas als ze het medicijn al een poosje gebruiken en als de ontsteking blijft aanhouden, net zoals de pijn. Ondertussen krijgen ze wel de bijwerkingen van het medicijn. Bovendien worden er onnodig veel kosten gemaakt, want TNF-alfaremmers zijn duur.  Hier is iets aan te doen door in te zoomen op de pijn bij RA, denkt onderzoeker Coenen. 

We voelen pijn omdat we pijn-genen hebben. Maar niet iedereen voelt pijn hetzelfde. Dat hangt af van variaties in onze pijn-genen. Er zijn zelfs variaties die ervoor zorgen dat sommige  mensen helemaal geen pijn voelen en anderen juist veel. Dr. Coenen gaat uitzoeken welke variatie in de  pijngenen horen bij de pijn die mensen met RA voelen. En vervolgens welke variaties horen bij mensen met RA die niet goed reageren op TNF-alfaremmers.

Die genvariaties verklappen dus, dat iemand niet gevoelig is voor het medicijn. Via het bloed van de patiënt kan de reumatoloog vervolgens vooraf nagaan of het zinnig is om te starten met TNF-alfaremmers.

Marieke Coenen is genonderzoeker  aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Titel onderzoek: Personalized treatment for rheumatoid arthritis using the endophenotype pain
Projectleider: Dr. M.J.H. Coenen
Universiteit: Radboudumc Nijmegen
Verwachte looptijd: 2014-2017


Wat vertelt interferon? 
Een test ontwikkelen, waarmee je kunt meten of het zinvol is om te starten met de moderne reumaremmer rituximab. Dat is wat prof.dr. Cor Verweij van het VUmc in Amsterdam wil doen. Want het middel werkt niet bij iedereen en dan weet je dat vooraf. De test is gebaseerd op het meten van de activiteit van het interferon systeem.
 
Het moderne reumamedicijn rituximab, remt de B-cellen bij mensen met reumatoïde artritis. Het is voor veel patiënten een medicijn dat goed werkt tegen de gewrichtsontstekingen. Maar helaas niet bij iedereen en dat merken ze pas als ze het een poos gebruiken.
 
Sinds kort is bekend dat bij mensen bij wie het medicijn goed werkt, de hoeveelheid van een van de signaaleiwitten van het immuunsysteem toeneemt. De naam van dat eiwit is interferon.  De hoeveelheid stijgt niet bij de mensen waar de B-celremmer niet werkt, maar bij hen is de hoeveelheid interferon al hoog voordat ze rituximab gebruiken. Deze vinding vormt de basis van de test die prof. Verweij gaat maken.
 
Alleen al op basis van de hoeveelheid interferon in het bloed is deels te voorspellen bij wie rituximab zal werken en bij wie niet. Maar niet nauwkeurig genoeg en we willen het wel zeker weten. Daarom gaat prof. Verweij eerst onderzoeken welk proces ten grondslag ligt aan de toename van de hoeveelheid interferon. En of er een genetische basis is die dit veroorzaakt bij de patiënt.
 
Rituximab is een B-cel remmer, die goed kan werken bij mensen met reuma die niet goed reageren op andere therapieën. Toch werkt het bij een aanzienlijk aantal patiënten niet. De activiteit van het interferonsysteem heeft hier dus  iets mee te maken.
 
Interferonen geven seintjes aan het immuunsysteem zodat een virus zich bijvoorbeeld niet kan vermenigvuldigen. Maar ze kunnen er ook voor zorgen dat afweercellen minder actief worden.
 
Titel onderzoek: Regulation of interferon activity by rituximab in rheumatoid arthritis
Projectleider: Prof. C.L. Verweij
Universiteit: VUmc Amsterdam
Verwachte looptijd: 2014-2017
 


Veranderingen in de aan- en uit knoppen van het DNA
In dit onderzoek probeert dr. Radboud Dolhain van het Erasmus MC in Rotterdam meer te weten te komen over de ontwikkeling van kinderen van een moeder met reuma. Dolhain zal hiervoor de werking van hun DNA bestuderen. De uitkomst van het onderzoek moet leiden tot betere zorg aan zwangere vrouwen met een reumatische ziekte en aan hun kinderen.
 
Dr. Dolhain is projectleider van de PARA-studie. Deze studie onderzoekt de relatie zwangerschap en reumatoïde artritis(RA). Het Reumafonds financierde al meerdere onderdelen van deze studie. Zwangerschap is een interessant gegeven bij reuma omdat het de enige natuurlijke situatie is waarin RA spontaan tot rust kan komen.
 
Een van de uitkomsten van de studie is dat kinderen van vrouwen van wie de reuma niet tot rust kwam, een lager geboortegewicht hebben. Na de geboorte halen de kinderen dat meestal snel in. Dit lijkt gunstig. Maar tegenwoordig weten we dat een laag geboortegewicht, samen met versnelde inhaalgroei, een risicofactor is voor hart- en vaatziekten en stofwisselingsziekten (suikerziekte, vetzucht) op latere leeftijd. De vraag is hoe dit komt.
 
Een aanknopingspunt is, dat uit ander onderzoek blijkt dat veranderingen in de werking van het DNA bijdragen aan het ontstaan van hart- en vaatziekten en stofwisselingsziekten. Dr. Dolhain gaat daarom onderzoeken of de actieve reuma en de reumamedicijnen van de moeder, de werking van het DNA van de kinderen verandert. Ons DNA bevat onze erfelijke informatie. Het bevat de recepten voor al onze kenmerken en voor hoe ons lichaam werkt.
 

Het DNA werkt anders
Dolhain vermoedt, dat er niets verandert aan het DNA zelf. Maar wel aan de moleculen die vlak na de bevruchting aan het DNA van het embryo gekoppeld worden. Die moleculen zorgen ervoor dat het DNA beter of minder goed werkt; het zijn a.h.w. de aan en uit knoppen van het DNA. Hij zal onderzoeken of de actieve ziekte of de reumamedicijnen van invloed zijn op het totale aantal van deze moleculen.
 
Als uit dit onderzoekt blijkt, dat zijn idee  juist is, dan betekent dit dat de ziekte van de moeder gevolgen kan hebben voor deze kinderen. Ook later in hun leven, omdat ze meer kans lopen op hart- en vaatziekten of stofwisselingsziekten. Het is heel belangrijk om te weten, want de behandeling van zwangere vrouwen met reuma zal zich erop moeten richten om dat te voorkomen.
 
Dr. Radboud Dolhain is reumatoloog in het ErasmusMC Rotterdam.
 
Titel onderzoek: Epigenetic changes in children born to mothers with active rheumatoid arthritis during pregnancy
Projectleider: Dr. R.J.E.M. Dolhain
Universiteit: ErasmusMC Rotterdam
Verwachte looptijd: 2014-2018

 

Slim medicijnpotje helpt reumapatiënt
Slikken reumapatiënten hun medicijnen vaker volgens voorschrift als ze gebruikmaken van een medicijnpotje met een microchip? Zorgt dit vervolgens voor een betere uitkomst van hun ziekte? En helpt het de kosten van geneesmiddelen verlagen omdat de overgang naar duurdere medicijnen minder vaak nodig is?  Dit zijn de vragen die apotheker dr. Bart van den Bemt van de Maartenskliniek te Nijmegen wil beantwoorden in een nieuw, door het Reumafonds gefinancierd onderzoek.
 
Maar 30-80% van alle mensen met reumatoïde artritis slikken hun geneesmiddelen volgens voorschrift van de arts. Met een mooi woord heet dit therapietrouw. Niet trouw zijn aan je therapie kom dus veel voor. Het is niet goed voor de ziekte en bovendien moeten er hierdoor uiteindelijk vaker duurdere medicijnen worden voorgeschreven om de ziekte toch onder controle te krijgen.
 
De belangrijkste redenen om medicijnen soms niet in te nemen zijn: 'gewoon' vergeten, lastig in te nemen, maar ook bang voor de bijwerkingen of om verslaafd te raken aan bijvoorbeeld pijnstillers. Of simpelweg het nut van de behandeling niet inzien.
 
Dr. Bart van den Bemt over het onderzoek: "Wat ik wil bereiken met dit onderzoek is allereerst een snellere afname van de  ziekte-activiteit. Daarnaast een afname van het gebruik van dure anti-TNF middelen (biologicals). Ik denk dat dit met dit speciale medicijnpotje mogelijk is, omdat het registreert dat je het open- en dichtdraait. Bij een aantal andere ziektes is de methode met het microchippotje al uitgeprobeerd en daar blijkt dat goed te werken."
 
In het onderzoek worden twee groepen een jaar lang met elkaar vergeleken. De ene groep krijgt zijn medicijnen in het speciale potje. De andere groep niet. Dr. van den Bemt legt uit: "Op het spreekuur wordt de ziekteactiviteit en het medicijngebruik van de patiënt nauwkeurig bijgehouden. Daarnaast zal de verpleegkundige of de apotheker de microchip uitlezen. De gemeten therapietrouw wordt vervolgens met de patiënt besproken. Waarbij er in het gesprek ruimte is om te praten over noodzaak, zorgen en praktische barrières rondom het geneesmiddelgebruik. We willen dus niet alleen het stukje techniek van het potje inzetten, maar vooral ook het gesprek rondom het niet gebruiken van de medicijnen op gang brengen. Omdat het potje laat zien wanneer mensen wel of niet hun medicijnen gebruiken, kan je daar heel goed een gesprek over aanknopen. Aan het einde van het onderzoek zullen we zien of het slimme potje helpt de ziekte beter onder controle te krijgen. De groep die het speciale potje niet gebruikt, krijgt overigens ook altijd een gesprek over de geneesmiddelen die zij innemen, want dat hoort bij ons bij de normale zorg."

Titel onderzoek: (Cost-)effectiveness of electronic drug monitoring feedback in order to decrease non-adherence, (biological) medication costs and time with high disease activity in RA-patients treated with DMARD
Projectleider: Dr. B.J.F. van den Bemt, apotheker
Universiteit: st Maartenskliniek Nijmegen
Verwachte looptijd: 2013-2016


Hoe voorkóm je hart- en vaatziekten bij reuma?
Mensen met reumatoïde artritis hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. Dr. Mike Nurmohamed en dr. Alper van Sijl van Reade te Amsterdam, onderzoeken in dit korte project hoe je dit risico kunt voorspellen. Het doel: snel opsporen van patiënten die risico lopen en hen zo nodig preventief behandelen.

Traditionele risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn hoge
bloeddruk, hoog cholesterol en suikerziekte. Deze risicofactoren spelen echter een kleine rol bij de verhoogde kans op hart- en vaatziekten bij reuma. Ontstekingsfactoren in het bloed vertellen wel iets over dit risico, maar er moet meer te vinden zijn dat het optreden van hart- en vaatziekten kan voorspellen.

Nurmohamed en Van Sijl gaan zoeken naar biomarkers en genetische variaties in het bloed van 300 mensen met reumatoïde artritis. Het bloed is ruim 10 jaar geleden afgenomen en bewaard. Biomarkers zijn stofjes die iets vertellen over (de kans op of de ernst van) een ziekte. Omdat deze groep mensen al tien jaar lang wordt onderzocht op hart- en vaatziekten, kan de relatie tussen de uitkomsten van die onderzoeken en de in het bloed gevonden stofjes, aangeven wat nu daadwerkelijke voorspellers zijn.

Met de uitkomsten van deze studie kunnen mensen met reumatoïde artritis in de toekomst op snelle en doeltreffende wijze gescreend worden op de kans op hart en vaatziekten. De behandeling kan  zich vervolgens richten op het voorkómen daarvan. Bovendien kan dit project zo veel kennis opleveren over het ontstaan van hart- en vaatziekten bij reumatoïde artritis, dat er wellicht nieuwe medicijnen ontwikkeld kunnen worden die zich specifiek richten op deze groep patiënten.


Titel onderzoek: New biomarkers Improving the Cardiovascular Risk Prediction in Patients with Rheumatoid Arthritis
Projectleider: Dr. M. T. Nurmohamed
Universiteit: VU/Reade, Amsterdam
Verwachte looptijd: 2013-2014


Schokgolftherapie bij enkeloperatie
De onderzoeker gaat testen of een geopereerd enkelgewricht beter heelt met schokgolftherapie. Bij andere aandoeningen worden deze schokgolven met goed resultaat gebruikt. Ze stimuleren de doorbloeding en de botaanmaak.

Door reumatoïde artritis kan het enkelgewricht zo beschadigen dat een operatie noodzakelijk is om de pijn te verminderen. Het gewricht wordt dan vastgezet. Het nadeel van een dergelijke ingreep is, dat het vastgroeien van het gewricht lang duurt. De patiënt zit 3 maanden met een been in het gips. Lopen kan alleen met krukken. Bij 40% van de patiënten duurt het vastgroeien langer dan 3 maanden en soms groeit het helemaal niet goed vast en moet er opnieuw geopereerd worden.

Schokgolftherapie is een behandeling waarbij geluidsgolven worden gebruikt. Het is een veelgebruikte methode bij peesaandoeningen, niet-helende botbreuken en slechte wondgenezing. In dit onderzoek zal dr. Duncan Meuffels van het Erasmus MC te Rotterdam de methode uittesten bij de enkeloperatie.  De schokgolftherapie vindt plaats aan het einde van de operatie, terwijl de patiënt nog in narcose is. Die merkt er dus niets van. Na 6 en 12 weken maakt de onderzoeker een CT-scan van de enkel om het effect van de behandeling te volgen. Hij hoopt hiermee het niet-vastgroeien van het gewricht te voorkómen en de gipsperiode te verkorten, wellicht zelfs tot korter dan 3 maanden.


Titel onderzoek: Extracorporeal shock wave treatment for bone regeneration in ankle arthrodesis.
Projectleider: Dr. D.E.Meuffels
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte looptijd: 2013-2017

 
Reuma voorkómen met cholesterolverlagers?
Is het mogelijk om reumatoïde artritis te voorkómen door mensen met gewrichtsklachten te behandelen met cholesterolverlagende medicijnen? Uit eerder onderzoek blijkt dat bij mensen die cholesterolverlagers gebruiken, minder vaak reumatoïde artritis voorkomt.

In dit onderzoek gaat dr. Dirkjan van Schaardenburg van Reade in Amsterdam, een groep mensen die een groot risico lopen op reumatoïde artritis drie jaar lang behandelen met een cholesterolverlagend medicijn.
 
Deze groep mensen heeft gewrichtsklachten maar (nog) geen gewrichtsontstekingen. Bovendien hebben zij ontstekingseiwitten (reumafactoren) in hun bloed. Het is bekend dat dit betekent dat zij een groter risico lopen op het daadwerkelijk ontwikkelen van reumatoïde artritis. Daarnaast is bekend dat de verhouding tussen goed- en slecht cholesterol bij deze groep vaak ontregeld is. En dat er een relatie is tussen hart- en vaatziekten en ontstekingen.

Bovendien: ook al is de behandeling van reumatoïde artritis sterk verbeterd in de afgelopen jaren, veel mensen hebben al aanzienlijke schade aan hun gewrichten bij de diagnose. Daarom wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar manieren om reuma te voorkómen. Een succesvolle uitkomst van deze studie kan een grote invloed hebben op het verminderen van het aantal mensen dat reumatoïde artritis krijgt.


Titel onderzoek: Prevention of Rheumatoid Arthritis by Rosuvastatin in Seropositive Arthralgia Patients: a Multicenter Double-Blind Randomized Placebo-Controlled Trial
Projectleider: Dr. D. v. Schaardenburg
Universiteit: VU/Reade Amsterdam
Verwachte looptijd: 2014-2018

 

De ontwikkeling van een nieuwe moleculaire bloedtest voor reuma
Prof. dr. Ger Pruijn van de Radboud Universiteit Nijmegen gaat in dit project onderzoeken of het mogelijk is de in ons bloed circulerende nucleïnezuren als 'marker' te gebruiken. De resultaten van dit onderzoek moeten een test opleveren die reumatoïde artritis in een vroeg stadium opspoort, het verloop van de ziekte voorspelt en het effect van de behandeling meet.

Een marker is iets meetbaars dat (de ernst van) een ziekte aantoont. Een heel bekende is lichaamstemperatuur: is die hoog, dan heb je koorts en is er dus iets aan de hand. Tegenwoordig zijn markers veel subtieler, het zijn meestal moleculen die het hebben van een ziekte of het verloop hiervan markeren. Bekende markers voor reuma zijn de ACPA, antistoffen die aantoonbaar zijn in het bloed voordat de eerste symptomen van de ziekte verschijnen. Maar helaas niet bij alle patiënten. Daarnaast zijn ze ook niet zo geschikt om het verloop van een ziekte te monitoren. De zoektocht naar betere markers gaat dus voort.

Er zijn aanwijzingen dat nucleïnezuren betere markers zouden kunnen zijn. De meest voorkomende natuurlijke nucleïnezuren in ons lichaam zijn desoxyribonucleïnezuur (DNA) en ribonucleïnezuur (RNA). Het zijn de moleculen die onze erfelijke informatie bevatten en dat vertalen in voor het lichaam bruikbare moleculen. Door de vrij circulerende nucleïnezuren te meten bij gezonde en zieke mensen, kan je de verschillen in deze moleculen in de stadia van de ziekte in kaart brengen. Het meten van deze verschillen kan pas sinds kort. Met de kennis die hij op deze manier vergaart, wil de onderzoeker vervolgens een test ontwikkelen waarmee reuma in een zeer vroeg stadium is te voorspellen en vervolgens te volgen is.

Titel: Circulating nucleic acids in rheumatoid arthritis: a novel class of serological biomarkers
Projectleider: Prof. dr. G.J.M. Pruijn
Universiteit: Radboud Universiteit Nijmegen
Verwachte looptijd: 2012-2014


 

Serendipity
Melk, de witte motor?
Heeft het drinken van melk iets te maken met het ontstaan van reumatoïde artritis? Na afloop van dit onderzoek zullen we het weten.
 
Vrij kort geleden is ontdekt dat melk volzit met exosomen. Dit zijn kleine celfragmentjes die een vorm van erfelijke informatie (RNA) bevatten. Via onze darmen kunnen zij hun erfelijke inhoud afgeven aan afweercellen. Misschien leidt dit ertoe dat mensen gevoeliger worden voor het krijgen van gewrichtsontstekingen. Dr. Fons van de Loo gaat in het laboratorium testen doen waaruit moet blijken of dit idee klopt.
 
Wat de precieze oorzaak is van het ontstaan van reumatoïde artritis (RA) is nog steeds niet bekend. Er is een stukje erfelijkheid. En ook omgevingsfactoren zoals roken verhogen het risico. Maar verder?
 
Uit archeologische opgravingen blijkt RA vroeger waarschijnlijk niet voorkwam. Daarom denken sommige onderzoekers dat ons hedendaagse voedselpatroon er iets mee te maken heeft. Bij de Inuit (Eskimo's) komt RA bijvoorbeeld veel minder vaak voor. Misschien beschermt een visrijk dieet? Maar ook bij volkeren die veel minder melk dronken zoals de Chinezen en Aboriginals kwam RA minder vaak voor dan bij ons.
 
Dit spannende onderzoek wordt gefinancierd vanuit het Serendipity-budget van het Reumafonds. Dit budget is voor onderzoekers die een totaal nieuw inzicht gaan testen waarvoor wel aanwijzingen zijn in de literatuur maar waarvoor het bewijs nog nooit is geleverd. Het Reumafonds wil dit soort onderzoek een kans geven omdat belangrijke wetenschappelijke doorbraken (denk bijvoorbeeld aan penicilline) nogal eens voortkomen uit scherpzinnig inzicht en de lef van een onderzoeker om iets totaal nieuws te onderzoeken.
 
Dr. Fons van de Loo is moleculair bioloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
 
Titel: Milk, the white fuel of RA?
Projectleider: dr. Fons van de Loo
Universiteit: UMC St Radboud Nijmegen
Verwachte looptijd: 2013-2015

De preventie van reumatoïde artritis
Het doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van behandelingen waarmee reumatoïde artritis voorkómen kan worden.

Dr. Erik Lubberts gaat hiervoor de activiteit van T-cellen in kaart brengen bij mensen die een verhoogd risico lopen op het krijgen van reumatoïde artritis(RA). T-cellen zijn belangrijke cellen van het afweersysteem. Maar ze helpen ook bij de aanmaak van autoantistoffen, dat zijn antistoffen die zich richten tegen lichaamseigen cellen. Zoals het geval is bij een auto-imuunziekte zoals reumatoïde artritis.

Sommige soorten van deze T-cellen zijn in grote aantallen aanwezig bij mensen waarbij kortgeleden RA is vastgesteld. Dr. Lubberts zal alles wat speelt rond deze T-cellen in kaart brengen. Hij zal bijvoorbeeld wat het genetisch profiel is van deze cellen.

De informatie voor dit onderzoek krijgt hij van lichaamsmateriaal, zoals bloed, van mensen die meedoen met het Rotterdam's Vroege RA cohort (REACH) onderzoek.

Titel: PrevenTRA: the identification of the molecular genetic T cell profiles during the articular phase to prevent rheumatoid arthritis
Projectleider: Dr. E. Lubberts
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte looptijd: 2013-2017

Het gewicht van suiker
In dit project zal prof. dr. René Toes voor het eerst bestuderen wat de rol is van suikermoleculen die aan reuma-antistoffen (ACPA's) hangen. De suikermoleculen zijn nog maar kortgeleden ontdekt. Omdat ze alleen bij de specifieke reuma-antistoffen voorkomen en niet bij andere antistoffen, spelen ze vast een rol bij reuma, maar welke?

Als je griep krijgt, maakt je lichaam antistoffen aan die het griepvirus aanvallen. Bij ziektes zoals reumatoïde artritis (RA) reageren de antistoffen helaas op lichaamseigen eiwitten. De chemische samenstelling van die eiwitten (de moleculen) is net iets anders dan bij een gezond persoon. Sommige veranderde eiwitten kan je aantonen in het bloed, zoals de ACPA's, die heel specifiek zijn voor reuma. Met de ACPA-test kan je aantonen, hoe actief de reuma is.

Prof. Toes heeft ontdekt dat de ACPA eiwitten zwaarder zijn dan alle andere antistoffen. Als je naar de moleculen waaruit dit eiwit bestaat kijkt, dan zie je dat er extra suikermoleculen aanhangen. Omdat dit alleen voorkomt bij deze antistoffen, vermoedt prof. Toes dat deze suikermoleculen iets te maken hebben met het ontstaan van reumatoïde artritis. De uitkomst van dit onderzoek zal laten zien wat de toevoeging van de suikermoleculen aan ACPA betekent voor (het ontstaan van) de ziekte. Dat inzicht kan bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe behandelingen of aan het vroeger stellen van de diagnose.

Prof. dr. René Toes is hoogleraar experimentele reumatologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum.

Titel: Hyperglycosation of the Fab region of anti citrullinated protein antibodies (ACPA); what does it mean?
Projectleider: Prof. dr. R. Toes
Universiteit: LUMC
Verwachte looptijd: 2013-2016


Klop de Bob
Lukt het om de behandeling van reumatoïde artritis (RA) nog nauwkeuriger te maken door alléén de ziekmakende afweercellen aan te pakken? Prof. dr. Dominique Baeten zoomt in dit onderzoek in op één specifieke B-cel. Dit onderzoek kan uiteindelijk leiden tot nieuwe medicijnen. En tot een 'marker': een test waarmee het effect van medicijnen op de ziekte is aan te tonen.

B-cel remmers zijn vrij nieuwe medicijnen die vaak goed helpen bij mensen met reuma, bij wie de klassieke ontstekingsremmers niet werken. Deze medicijnen kennen, zoals alle medicijnen, bijwerkingen. Door nog specifiekere medicijnen te ontwikkelen, die zich bijvoorbeeld alleen richten op één soort B-cel, zou je de ziekte nog effectiever en met minder bijwerkingen kunnen behandelen. De huidige B-cel medicijnen remmen namelijk de werking van alle B-cellen. Misschien is dat dus niet nodig.

Prof. Baeten vermoedt dat een speciaal lichaamseiwit (Bob1) zorgt voor een slechte werking van sommige B-cellen. Deze B-cellen komen in grote hoeveelheden voor in de gewrichten van mensen met RA. In dit drie jaar durende onderzoek zal prof. Baeten het Bob1-eiwit in het laboratorium uitgebreid bestuderen. Proeven zullen moeten uitwijzen of Bob1 daadwerkelijk is wie we denken dat hij is en bij welke B-cellen hij hoort.

B-cellen zijn afweercellen van het afweer/immuunsysteem. Het zijn lymfocyten: cellen die zeer gespecialiseerd zijn en die heel goed zijn in het herkennen van en reageren op ziektekiemen die ons lichaam binnendringen. Allerlei eiwitten zijn betrokken bij de vorming en de werking van B-cellen. Bob1 is een van de eiwitten die regelen wat de werking van een B-cel is.

Dominique Baeten is hoogleraar reumatologie in het AMC te Amsterdam. In 2013 start hij nog een onderzoek naar B-cellen, en wel naar de 'goede' B-cellen.

Titel: The role of Bob1 in driving pathogenic B cells in rheumatoid arthritis (2012-2-006)
Projectleider: prof. dr. Dominique Baeten
Universiteit: AMC Amsterdam
Verwachte looptijd: 2013-2016


The good guys
Er zijn afweercellen (B-cellen) die betrokken zijn bij het ontstaan van reumatoïde artritis(RA) en er zijn afweercellen die de ziekte kunnen voorkómen. Prof. dr. Dominique Baeten zal B-cellen testen die waarschijnlijk ontstekingsremmend zijn. Als dat idee klopt, dan kan deze kennis gebruikt worden om een nieuwe behandeling voor reuma te ontwikkelen.

B-cellen zijn afweercellen van het immuunsysteem. Het zijn lymfocyten: cellen die zeer gespecialiseerd zijn en die heel goed zijn in het herkennen van en reageren op ziektekiemen die ons lichaam binnendringen. Allerlei lichaamseiwitten zijn betrokken bij de vorming en de werking van B-cellen. Het eiwit dat in dit onderzoek aandacht krijgt heet APRIL (afkorting van a proliferation inducing-ligand). Er zijn aanwijzingen dat B-cellen die door dit eiwit worden aangestuurd ontstekingsremmende effecten hebben. Daarom zal het APRIL-eiwit in het laboratorium aan een grondige inspectie worden onderworpen. De achterliggende gedachte is natuurlijk dat het zo misschien mogelijk wordt om een nieuwe behandeling tegen reuma te ontwikkelen.

Dominique Baeten is hoogleraar reumatologie in het AMC te Amsterdam. In 2013 start hij nog een onderzoek naar B-cellen, en wel naar de 'slechte' B-cellen.

Titel: Evaluation of the anti-arthritic effects of APRIL-driven regulatory B lymphocytes (2012-2-007)
Projectleider: prof. dr. Dominique Baeten
Universiteit: AMC Amsterdam
Verwachte looptijd: 2013-2016

Het bloed kruipt waar het niet moet gaan
Dr. Sander Tas probeert te ontdekken welke mechanismen betrokken zijn bij de vorming van nieuwe bloedvaten bij reumatoïde artritis(RA). Misschien is de ziekte te stoppen als je kunt voorkómen dat er nieuwe bloedvaatjes ontstaan in ontstoken weefsel.

Onderzoekers hebben vrij recent bewezen dat een ontsteking pas langdurig (chronisch) wordt als er nieuwe bloedvaatjes ontstaan in het ontstekingsgebied. Endotheelcellen spelen een centrale rol in dit proces. Dit zijn cellen die de binnenkant van onze bloedvaten bedekken.

Dr. Tas richt zich op de manier waarop deze cellen en de nieuw gevormde bloedvaten bijdragen aan de chronische ontsteking bij RA. Dat is nu nog onbekend. De kennis uit dit onderzoek kan leiden tot een nieuwe manier om de ziekte te stoppen door dit proces te blokkeren.

Dr. Tas is internist en reumatoloog in het AMC te Amsterdam.

Titel: Non-canonical NF-kB signaling in rheumatoid arthritis synovial angiogenesis: switch form acute to chronic inflammation?
Projectleider: Dr. Sander W. Tas
Universiteit:AMC Amsterdam
Verwachte looptijd: 2013-2016

 

Onderwater kijken
Is het mogelijk om met MRIbeelden al het allereerste begin van reuma-ontstekingen aan te tonen in het beenmerg of in de gewrichtsbekleding? Dr. Annette van der Helm van het Leidse UMC: 'Wij gaan als eerste onderzoeksgroep 'onderwater kijken'. We duiken als het ware met de MRI in de hand, pols en voetgewrichten om te kijken wat er in die allereerste fase van de ziekte gebeurt. De MRI is daarvoor nog nooit eerder gebruikt.'
 
Het ziekteproces bij reumatoïde artritis begint waarschijnlijk allang voordat de eerste klachten zich openbaren. Dat blijkt bijvoorbeeld uit bloedonderzoek, waarbij sommige gezonde mensen wel al reuma-antistoffen blijken te hebben. Maar er is meer bewijs no-dig, het is niet bekend of er ook lokaal in de gewrichten al afwijkingen zijn en wat er pre-klinisch gebeurt bij mensen met reuma die geen antistoffen in hun bloed hebben.
 
In dit onderzoek wordt via MRI-beelden gezocht naar heel vroege tekenen van ontsteking in de gewrichtsbekleding (synovium) en in de botten. Dat gebeurt bij mensen die wel eens gewrichtsklachten hebben (gehad) die op reuma lijken, maar waarbij er verder geen tekenen ontstekingen zijn gevonden.
 
Het zeer vroeg onderkennen van de ziekte is erg belangrijk voor het verloop. Hoe vroeger de eerste signalen worden ontdekt, des te meer kans is er om de ziekte te stoppen voordat deze chronisch en onomkeerbaar wordt.
 
Studying local inflammation in the preclinical phase of Rheumatoid Arthritis
Dr. A.H.M van der Helm-van Mil
LUMC Leiden
Verwachte looptijd: 2012 -2016
 

De MRI als verklikker van het verloop
In dit project wordt onderzocht of het mogelijk is om met MRI-beelden van hand- en voetgewrichten iets te kunnen voorspellen over het verloop van de ziekte reumatoïde artritis. Wat vertellen de beelden over een mogelijk mild of ernstig verloop?
 
Dr. Annette van der Helm-van Mil van het LUMC te Leiden gaat de voorspellende waarde van de MRI testen bij 600 mensen die bij de reumatoloog komen omdat zij sinds kortge-wrichtsontstekingen hebben. Het is echter nog niet zeker dat zij ook daadwerkelijk reu-matoïde artritis (RA) zullen ontwikkelen, want dat gebeurt maar bij 10-30% van de men-sen met een gewrichtsontsteking.
 
Dr. Van der Helm; 'Met een MRI kan je met contrastvloeistof plaatjes maken van de ge-wrichtsbekleding, het synovium. En van het beenmerg. Je kunt hiermee aantonen of het synovium verdikt is, wat een teken is van ontsteking. En in het bot kan je zien of er plekken zijn waarin het vet vervangen is door water, dat noemen we beenmergoedeem. Een teken van botontsteking. Uit ander onderzoek, bij mensen die al RA hebben, weten we dat het hebben van beenmergoedeem een voorspeller is voor het ontwikkelen van botbeschadigingen. We willen kijken of we met de MRI-beelden inderdaad kunnen voor-spellen of zich RA zal ontwikkelen of niet. '
 
In de tweede fase van deze studie, wordt onderzocht of het MRI-protocol versimpeld kan worden. Zodat het op grote schaal gebruikt kan worden bij de opsporing van reumatoïde artritis. Dat is nodig omdat het bestaande protocol te ingewikkeld en te kostbaar is om in de dagelijkse praktijk mee te werken.
 
Dedicated Magnetic Resonance Imaging in Very Early Arthritis: studying the prognostic value and applicability for clinical practice
Dr. A.H.M. van der Helm-van Mil
LUMC Leiden
Verwachte looptijd: 2012- 2016

 

Niet zwanger worden als je reuma hebt
Waarom worden vrouwen die reumatoïde artritis hebben minder makkelijk zwanger dan gezonde vrouwen? Dr. Radboud Dolhain (Erasmus MC Rotterdam) vermoedt dat een aantal factoren verantwoordelijk is voor die verminderde vruchtbaarheid. Hij kon zijn vermoedens echter nooit testen, omdat een onderzoeksgroep ontbrak. Want hoe kom je aan een grote groep vrouwen met reuma en een kinderwens?

Omdat dr. Dolhain al veel langer onderzoek doet naar de relatie reumatoïde artritis en zwangerschap (de PARA studie) is er langzamerhand een grote onderzoeksgroep ontstaan. Het viel de reumatoloog op dat een groot aantal vrouwen in deze groep verminderd vruchtbaar bleek. Bovendien kreeg een hoger percentage dan gemiddeld een miskraam.

In dit onderzoek gaat dr. Dolhain na waar die verlaagde zwangerschapskans vandaan komt. Hij zal testen of die verminderde vruchtbaarheid te maken heeft met het gebruik van medicijnen (NSAIDS of methotrexaat). Of met het feit dat de ziekte zeer actief is. Dolhain wil ook weten of deze vrouwen misschien eerder in de overgang komen. De uitkomsten van het onderzoek kunnen leiden tot nieuwe behandelingen voor vrouwen met reumatoïde artritis en vruchtbaarheidsproblemen.

NSAIDS zijn ontstekingsremmende pijnstillers; methotrexaat is een veel gebruikte reumaremmer.

Dr. R.J.E.M. Dolhain is reumatoloog in het ErasmusMC Rotterdam


The identification of clinical factors associated with reduced fertility in women with rheumatoid arthritis
Dr. R.J.E.M. Dolhain
Erasmus MC Rotterdam
Verwachte looptijd: 2013-2015

 

Minder medicijn, hetzelfde effect?
In dit onderzoek zal dr. Gert-Jan Wolbink (READE, Amsterdam) testen of het mogelijk is om bij sommige mensen die reumatoïde artritis hebben, de medicijndosis te verlagen. Maar het effect op de ziekte mag daarbij niet verminderen.

Een deel van de patiënten met reumatoïde artritis gebruikt de moderne, maar dure TNF-blokkers. De dosis die wordt voorgeschreven is bij iedereen gelijk. Maar als je de hoeveelheid medicijn in het bloed meet, is die niet bij iedereen gelijk. En bij sommigen juist heel hoog. De verwachting is, dat je bij deze groep de dosis zou kunnen verlagen. En dat gaat dr. Wolbrink testen. Mooi meegenomen is, dat bijwerkingen misschien ook verminderen en de kosten van het medicijngebruik omlaag gaan.

Dr. Wolbink is reumatoloog bij het VUmc en READE te Amsterdam.

Therapeutic drug monitoring: toward tailored dosing of adalimumab in rheumatoid arthritis
Dr. G. Wolbink
READE Amsterdam
Verwachte looptijd: 2012-2015

 

Op weg naar een vaccin tegen reuma
Dit onderzoek zal nieuwe kennis opleveren over goede en slechte afweerreacties van het lichaam. Een goede afweer zorgt dat er geen ziektes ontstaan. Een slechte kan leiden tot auto-immuunziekten zoals reuma. Er zijn cellen die tot taak hebben de balans tussen go ede en slechte afweer te behouden. Een van die cellen richt zich hierbij op het al dan niet ontstaan van gewrichtsontstekingen. Prof. dr. René Toes (Leiden)hoopt met de kennis die hij over deze cel krijgt, wellicht een vaccin te kunnen ontwikkelen dat reuma kan remmen.

De nieuwste reumamedicijnen, TNF-remmers, zijn bij veel patiënten effectief. Maar niet bij allemaal. Dat zou kunnen komen omdat het wel de boosdoeners wegvangt, maar niet het evenwicht herstelt tussen ontstekingsbevorderende en ontstekingsremmende mechanismen in het lichaam.

De cellen die zich met deze balans bezighouden zijn de regulatoire T-cellen. Dit zijn cellen die ervoor zorgen dat het afweersysteem reageert als er virussen of bacteriën binnendringen in het lichaam. Maar ze zorgen er ook voor dat het afweersysteem juist niet reageert op lichaamsvreemde stoffen zoals voedsel, of een zwangerschap. Ze doen dit omdat ze instaat zijn deze verschillende binnendringende stoffen te herkennen.

Een van deze T-cellen blijkt instaat om gewrichtsontstekingen te voorkómen. En dus te herkennen. Het is in het bloed aan te tonen wanneer deze T-cellen actief zijn. Het idee is, dat je op basis van deze informatie een vaccin zou kunnen maken, waarmee je gewrichtsontstekingen zou kunnen tegengaan.


Towards the development of a vaccine against arthritis
Projectleider: prof. dr. R.E.M.Toes
Universiteit: LUMC Leiden
Looptijd:2012-2015

Waarom verhogen bepaalde genen de kans op reuma?
De kans op het krijgen van reumatoïde artritis is voor een deel genetisch bepaald. Een aantal van deze genetische risicofactoren is ondertussen ontdekt. Het is duidelijk welke genen betrokken zijn bij de ziekte. Maar we weten nog niet waaróm deze genen het risico op het krijgen van de ziekte vergroot. Prof.dr. René Toes (Leiden) heeft een gen ontdekt dat misschien kan helpen om toch een antwoord te krijgen de waaromvraag.

Dit gen was nog nooit eerder in verband gebracht met auto-immuunziekten zoals reuma omdat het andere signalen geeft dan de genen die wel met reuma in verband zijn gebracht. Want die bevatten vaak het recept voor het aanmaken van een bepaald eiwit en dit gen niet. Maar misschien was dat wel een denkfout. En zal dit onderzoek meer kennis over het waarom mensen reumatoïde artritis krijgen opleveren. De volgende stap naar een nieuwe behandeling komt dan ook dichterbij.

Titel onderzoek: Is the association of the TRAF-C5-region with RA explained by a novel intergenic RNA-transcript with potent immunoregulatory properties?
Projectleider: prof. dr. R.E.M. Toes
Universiteit: Leiden
Looptijd: 2012-2015


SERENDIPITY-project 
Opeens in de hoofdrol 
Is de rol van een in het bloed meetbaar eiwitje bij de afweerreacties bij reuma groter dan we dachten? Dat is de vraag die prof.dr. René Toes (Leiden) in dit onderzoek wil beantwoorden. Hij richt zich hierbij op een eiwit waarvan de rol bij T-cellen redelijk bekend is, maar bij B-cellen nog niet. En legt hiermee een nieuw afweermechanisme bloot.

In het onderzoek naar de oorzaak van reuma komen vele spelers op het toneel voorbij: zoals afweercellen zoals T-cellen en B-cellen en antilichamen gemaakt door deze afweercellen. Maar er zijn ook kleinere figuranten zoals het CD28 eiwit, dat op de achtergrond misschien wel een grotere rol vervult dan in eerste instantie lijkt.

Het CD 28 eiwit komt voor op T-cellen en stimuleert hun afweerfunctie. Bij reumaontstekingen loopt die afweer veel te hard van stapel. Er is een medicijn ontwikkeld (abatacept) dat de T-cellen afremt. Prof.dr. Toes denkt dat het zeer waarschijnlijk is dat CD 28 ook bij B-cellen voorkomt. Maar hierover is, in de context van reuma, nog niets bekend.
 
De kennis over dit eiwit en zijn rol bij de werking van B cellen werpt een geheel nieuw licht op het ontsporen van de afweer bij reuma. Het maakt van figuranten opeens hoofdrolspelers en vergroot daarmee de kansen op de ontwikkeling van nieuwe medicijnen tegen reuma.

Titel onderzoek: Understanding the Survival of Autoreactive Plasma Cells in Rheumatoid Arthritis
Projectleider: prof. dr. R.E.M. Toes
Universiteit: Leiden
Looptijd: 2012-2015


Een naar karaktertje 
In dit onderzoek gaat dr. Peter van Lent (Nijmegen) een 'osteoclast' onder het vergrootglas leggen. Osteoclasten zijn cellen die bot afbreken. Hoewel ieder mens osteoclasten bezit, blijkt uit eerder onderzoek dat er bij reumatoïde artritis speciale osteoclasten worden gevormd die veel agressiever zijn dan de gewone osteoclasten. Kennis over de karaktertrekken van deze cel bij reuma kunnen naar nieuwe behandelingen leiden.

Dr. Van Lent doet al langer onderzoek naar de mechanismen die betrokken zijn bij het stukgaan van bot en kraakbeen bij artrose en reumatoïde artritis. Zijn zoektocht heeft al veel opgeleverd. Bijvoorbeeld weten we nu meer over bepaalde eiwitten die betrokken zijn bij botafbraak tijdens reumatoïde artritis.

Titel project: 'Alarming' osteoclasts: key players in mediating bone destruction in rheumatoid arthritis?
Projectleider: dr. P.L.E.M. van Lent
Universiteit: Nijmegen
Looptijd: 2012-2015

 

Het temmen van wilde afweercellen 
Experimenteel onderzoek van dr. Kris Reedquist (AMC Amsterdam) naar een lichaamseiwit dat een regulerende werking heeft op de werking van afweercellen (T-cellen). De werking van het eiwit (Rap1) wordt op een of andere manier geblokkeerd bij reumatoïde artritis. Waardoor de T-cellen in het wilde weg gewrichtsontstekingen aanwakkeren in plaats van ze in te dammen. De kennis die uit dit onderzoek voortkomt, kan gebruikt worden bij het zoeken naar nieuwe medicijnen om gewrichtsontstekingen te voorkómen.

Bij de ziekte reumatoïde artritis werken de T-cellen niet goed. Ze versterken de gewrichtsontstekingen en de afbraak van bot.  T-cellen patrouilleren door het lichaam maar blijven inactief tot een seintje krijgen om actief te worden. Bijvoorbeeld er virussen of bacteriën het lichaam binnendringen. Allerlei controlemechanismen zorgen ervoor dat de T-cellen zich niet tegen lichaameigen stoffen richten. Maar bij fouten in de controle gebeurt dat toch. En dan ontstaan er auto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis.

Een van de eiwitten die bij de controle is betrokken is de Rap1: van dit eiwit is bekend dat het belangrijk is bij controleren van de signalen die de T-cellen krijgen. Bij mensen met reuma blijken deze Rap1 eiwitten inactief, waardoor de T-cellen gevaarlijke dingen gaan doen. Zoals ontstekingen veroorzaken in de gewrichten.

Titel project: Taming pathogenic T cells in rheumatoid arthritis via modulation of the small GTPase Rap1
Projectleider: dr. K.A. Reedquist
Universiteit: AMC Amsterdam
Looptijd: 2012-2015


Genen reguleren
Reumatoïde artritis  heeft erfelijke en niet-erfelijke componenten. Er zijn dus genen bij betrokken en waar die liggen op ons DNA is bekend. Dr. Kris Reedquist (AMC Amsterdam) gaat in dit onderzoek proberen een aantal van de genen die betrokken zijn bij reumatoïde artritis andere signalen te laten geven. Hij doet dit met histone deacetylase remmers (HDACs). Als het goed is zorgen deze remmers ervoor dat de genen de  ontsteking en gewrichtsschade juist niet stimuleren maar afremmen.

HDACs beïnvloeden de activiteiten van eiwitten die betrokken zijn bij de erfelijke en niet-erfelijke componenten van reumatoïde artritis.  Een nieuwe HDAC remmer heeft veelbelovende effecten laten zien in de behandeling van patiënten met systemische juveniele artritis.
 
Hij gaat hiervoor een aantal experimenten uitvoeren. Uit die experimenten moet blijken of het daadwerkelijk mogelijk is om die genen te beïnvloeden met HDAC remmers. Op welke manier dat het beste lukt en wat er dan gebeurt in ontstoken gewrichten. En of dit werkelijk kan leiden tot nieuwe behandelmethodes.
 
Titel project: Targeting Protein Deacetylase Activity as a Therapeutic Approach in Rheumatoid Arthritis
Projectleider: dr. K.A. Reedquist
Universiteit: AMC Amsterdam
Looptijd: 2012-2015

 

Het uitpluizen van een witte bloedcel
Is de basofiel de sterspeler bij het ontstaan van reuma? En moeten we deze cel  blokkeren bij de behandeling van reuma? Dat zijn de vragen die prof.dr. René Toes (LUMC Leiden)tot de bodem wil uitzoeken.

Basofielen behoren tot de witte bloedcellen. Maar het is een van de zeldzame soorten. Ze zijn medeverantwoordelijk voor symptomen bij allergische reacties. Bij reuma zouden ze andere witte bloedcellen (B cellen) aanzetten tot het aanmaken van autoantilichamen (stoffen die het eigen lichaam aanvallen) die op hun beurt voor ontsteking in gewrichten kunnen zorgen.

Prof. Toes gaat alle kenmerken van deze cellen in kaart brengen en vergelijken met de kenmerken van basofielen bij mensen zonder reuma. Uit de verschillen moet duidelijk worden of de vermoede sterstatuis van deze cel bij reuma terecht is.

Titel project: Basophils; new players in autoimmunity
Projectleider: prof.dr.René Toes
Universiteit: LUMC Leiden
Looptijd: 2012-2015


Weg met IL-21?
Is het maken van een interleukine-21-remmer zinvol om reumaontstekingen te blokkeren? Dat is een van de vragen van prof. dr. Paul-Peter Tak (AMC Amsterdam) in dit onderzoek wil beantwoorden. Om die vraag te beantwoorden moet hij eerst nog veel meer weten over dit eiwit.

Interleukines zijn eiwitten in het lichaam, waarvan een aantal een rol spelen bij het ontstaan van gewrichtsontstekingen bij reuma. Er zijn al twee medicijnen die interleukines blokkeren (een IL-1 en een Il-6 remmer). Maar er zijn nog veel meer interleukines. Bovendien werken de bestaande interleukineremmers niet bij iedere reumapatiënt. De zoektocht gaat dus door.

IL-21 is nog maar net ontdekt. Prof. dr. Tak heeft zeer recent kunnen aantonen dat er veel IL-21 wordt gemaakt in de gewrichten van reumapatiënten. Over de precieze rol in het ontstekingsproces is nog weinig bekend.

Dus voordat er maar overwogen kan worden om een IL-21 remmer te ontwerpen, is er veel meer informatie nodig. Bijvoorbeeld over de precieze bijdrage aan gewrichtsontstekingen, over de antilichamen die ze produceren. En over hun bijdrage aan het begin van het ziekteproces. 

Titel project: The role of human interleukin-21-secreting cells in rheumatoid arthritis
Projectleider: prof. dr. P.P. Tak
Universiteit: AMC Amsterdam
Looptijd: 2012-2015


Lymfeklieren en Reuma
Dit onderzoek borduurt voort op ander onderzoek dat het Reumafonds financierde naar de rol van de lymfeklieren bij reuma. Het zal kennis geven over het ontstaan van reumatoïde artritis en leidt hopelijk naar manieren om de ziekte te voorkómen.

In eerder onderzoek heeft prof. dr. Tak een techniek ontwikkeld om biopten (stukjes weefsel) uit lymfeklieren te nemen en te analyseren. De lymfeklieren zijn de plaats waar de afweerreactie van het lichaam bij reuma begint.

In dit onderzoeken zullen de biopten van lymfeklierweefsel worden onderzocht. De biopten zijn afgenomen bij mensen met reuma, mensen die nog geen reuma hebben maar wel al antistoffen tegen reuma (zij lopen een grote kans op reuma) en bij gezonde vrijwilligers. Prof. dr. Tak gaat na welke verschillen er zitten in de lymfeklieren van deze drie groepen. Hij zal vooral zoeken naar processen die het voorstadium van reumatoïde artritis zouden laten zien. 


Titel onderzoek: Dissecting the molecular events in human lymph nodes in the preclinical phase of arthritis
Projectleider: prof. dr. P.P. Tak
Universiteit: AMC Amsterdam

  

Kan je reumatoïde artritis voorkómen?
Kan je reumatoïde artritis voorkómen door mensen die een verhoogde kans op de ziekte hebben vast te behandelen met medicijnen? Dr. Daniëlle Gerlag (AMC Amsterdam) zal 90 nog niet zieke mensen eenmalig behandelen. Daarna zal zij 4 jaar lang controleren of zij wel of niet de ziekte ontwikkelen.

De deelnemers zijn niet willekeurig gekozen mensen. Het zijn mensen bij wie bekend is dat zij een grote kans lopen op reumatoïde artritis. Dit is bekend omdat er bepaalde 'markers' in hun bloed aanwezig zijn. Deze markers zijn bloedeiwitten die alleen bij mensen met reuma aanwezig zijn, soms al voordat de ziekte daadwerkelijk uitbreekt. Dr. Gerlag hoopt dat een tijdige behandeling die uitbraak kan voorkómen.

 

Titel project: Prevention of clinically manifest rheumatoid arthritis by B cell-directed therapy in the earliest phase of the disease
Projectleider: dr. D.M.Gerlag
Universiteit: AMC Amsterdam
Looptijd: 2012-2015


Belofte maakt schuld
Het Reumafonds financierde al de vertaling uit het Amerikaans van de PROMIS database. Nu de vertaling rond is, moet de methode natuurlijk ook worden getoetst in de praktijk.
 
PROMIS staat voor een nieuwe methode om op eenvoudige wijze de effecten van de behandeling te meten. PROMIS bestaat uit een groot aantal databases met vragen om onder andere pijn, moeheid en andere problemen via de computer te meten. De computer bepaalt telkens de volgende vraag die de patiënt op het scherm te zien krijgt, op basis van het antwoord op de vorige vraag.
 
Deze methode noemt men computer adaptief testen (CAT) en heeft grote voordelen voor zowel patiënt als reumatoloog. Geen ellenlange vragenlijsten meer invullen voor de patiënt. Bovendien kan hij de vragen in de wachtkamer of thuis invullen op de computer. De reumatoloog heeft tijdens zijn spreekuur dan de meest recente informatie met scores die de computer snel heeft berekend.
 
Daarnaast is een dergelijke meetmethode zeer goed geschikt voor het onderling vergelijken van onderzoeksresultaten. Ook internationaal.
 
Titel project: Evaluation of the Dutch PROMIS physical function item bank and computerized adaptive test in patients with rheumatoid arthritis.
Projectleider: dr. P.M. ten Klooster
Universiteit: Twente
Looptijd: 2012-2015


De toediening van een reumavaccin
Prof. dr. Willem van Eden (Utrecht) zoekt naar een manier om een 'reumavaccin'  te ontwikkelen. Het vaccin bestaat uit 'heat shock eiwitten (HSP's)'. Deze eiwitten vormen zich in ons lichaam als de temperatuur stijgt door bijvoorbeeld stress of een ontstekingsreactie zoals bij reuma.  Het afweer systeem kan reageren op de aanwezigheid van deze HSP's met een ontstekingsdempende reactie.

Bepaalde voedingstoevoegingen kunnen eenzelfde reactie uitlokken in de darm. Als een soort schakelaar die 'aan' of 'uit' gaat, zorgen ze ervoor dat de afweerreactie op gang komt en later weer stopt. Het grote voordeel van de ontwikkeling van een voedingscomponent is, dat het minder risico heeft op bijwerkingen bij lang gebruik dan medicijnen. Het is echter nog lastig om het  zodanig toe te dienen, dat het lichaam de HSP's in grote hoeveelheden gaat aanmaken.

Uit eerder door het Reumafonds gefinancierd onderzoek blijkt dat het eten van carvacrol een goede methode zouden kunnen zijn. Het zorgde ervoor dat er bij muizen veel HSP's in de darm werden aangemaakt. Bovendien ontstonden er minder gewrichtsontstekingen. 
Carvacrol komt van nature voor in sterk geurende oliën zoals  aanwezig in het kruid oregano. Helaas moet je er verschrikkelijk veel van innemen om de vaccinreactie op gang te brengen. In dit onderzoek gaat prof. dr. Van Eden een aantal andere voedingstoevoegingen die van planten afkomstig zijn, zoeken en testen.
Titel project: Co-inducers of stress protein as Treg inducing anti-inflammatory agents: a novel nutraceutical approach in rheumatic diseases
Projectleider: prof.dr. W. van Eden
Universiteit: Utrecht
Looptijd: 2012-2015


Voorspellen is voorkomen
Lopen mensen met een verminderde hoeveelheid B-cellen meer kans op reumatoïde artritis? Prof.dr. Cor Verweij (VU Amsterdam) wil een voorspellende test ontwikkelen.
 
Veel mensen met reuma hebben bepaalde antistoffen in hun bloed. Deze antistoffen (reumafactoren en ACPA) zijn met een test aantoonbaar. Vaak hebben zij die antistoffen al in hun bloed voordat de ziekte zich openbaart. Omdat het belangrijk is zo vroeg mogelijk de diagnose te maken en daarna met een behandeling te starten om schade aan de gewrichten te voorkomen, is dit cruciale kennis. Een vroege behandeling kan het daadwerkelijk uitbreken van de ziekte zelfs wellicht voorkomen.
 
Echter niet alle mensen met antistoffen in hun bloed ontwikkelen reumatoïde artritis. Onderzoek heeft aangetoond dat ca. 20-40% van personen met een pijnlijk gewricht én antistoffen in hun bloed binnen 5 jaar reuma ontwikkelen. Prof. dr. Verweij heeft echter ontdekt dat mensen die antistoffen in hun bloed hebben een grotere kans hebben op reuma als ze ook minder B-cellen in hun bloed hebben.

In dit onderzoek gaat hij die vondst verder bestuderen. Het zou een nieuwe test kunnen opleveren waarmee beter voorspeld kan worden dat iemand in de komende 5 jaar reuma gaat ontwikkelen.
Mogelijk zelfs bij de mensen bij wie dat met de bestaande testen nog niet kan.

Titel project: B cells in the preclinical phase of rheumatoid arthritis
Projectleider: prof. dr. C.L. Verweij
Universiteit: VU Amsterdam
Looptijd: 2012-2015

 

De dokter van binnenuit
Wat zou het mooi zijn als de nieuwste reumamedicijnen  (biologicals) alleen in het gewricht zelf terecht zouden komen. En nog beter: dat de dosis zich daar vanzelf aanpast aan de ernst van de ontsteking. Voordelen: geen bijwerkingen, geen injecties meer en geen hoge kosten. En minder vaak naar het ziekenhuis, want je hebt je dokter gewoon bij je. In je gewrichten. Sciencefiction? Volgens dr. Fons van de Loo (Nijmegen) niet. Deze vorm van gentherapie is dichtbij. Dit onderzoek wil de stap van lab naar mens gaan zetten.
 
Hoe de dokter in het gewricht moet komen is al duidelijk. Daar hoeft geen grote graafmachine een gat voor te graven in het lichaam, de dokter kan gewoon achterop de motor. Die motor is in dit geval een (onschadelijk gemaakt) virus. Virussen zijn heel geschikt omdat zij in cellen kunnen doordringen.
 
Maar eenmaal binnen in het gewricht, weet de dokter nog niet in welke dosis hij het medicijn moet toedienen. In het lab vond men een stukje DNA dat harder gaat werken als een ontsteking actief is. Het geeft de dokter daarmee een seintje als de dosis verhoogd moet worden. In dit onderzoek moet blijken of datzelfde stukje DNA niet alleen in de reageerbuis maar ook bij mensen de juiste seintjes geeft en bij welke vormen van reuma.
 
Titel project: Disease-regulated promotors for human gene therapy in inflammatory arthritis
Projectleider: dr. F.A. J. van de Loo
Universiteit: Nijmegen
Looptijd: 2012- 2015

 

Hoe krijg je een ontspoorde trein weer op de rails?
Cellen die de afweer in ons lichaam tot actie aanzetten als dat nodig is, doen dat bij reumatoïde artritis niet goed. Ze zorgen voor vernietiging van kraakbeen in gewrichten. Dr. Björn Clausen (Rotterdam) gaat experimenten doen die ertoe moeten leiden dat deze cellen stoppen met hun vernietigende werk en juist ingezet kunnen worden bij de behandeling van reuma.
 
Dendritische cellen (DCs) zijn afweercellen die in ons bloed circuleren en patrouilleren door onze organen. Zij sporen ziekteverwekkers op en geven bevelen aan andere afweercellen om indringers zoals bacteriën en virussen uit het lichaam te verwijderen. Bij reumatoïde artritis geven DCs verkeerde signalen af zodat het eigen gewrichtskraakbeen wordt aangevallen. Deze ontsteking stimuleert de DCs tot nog meer aanvalssignalen op het kraakbeen. Door deze vicieuze cirkel is er geen stoppen meer aan de reactie en raakt het gewricht chronisch ontstoken.
 
Dr. Clausen zal proberen deze ontspoorde afweerreactie een halt toe te roepen door de signalenstroom in DCs aan te passen. De experimenten in dit onderzoek zullen uitwijzen of dat lukt. Misschien kunnen er zelfs DCs gemaakt worden die de ziekte kunnen afremmen of zelfs stoppen.
 
Titel project: Novel molecular pathways to harness the regulatory function of dendritic cells for treating chronic destructive arthritis
Projectleider: dr. B.E. Clausen
Universiteit: ErasmusMC Rotterdam
Looptijd: 2012-2015

Bloedsnelle MTXmeting
Dr. Robert de Jonge van het ErasmusMC te Rotterdam gaat een test ontwikkelen waarmee is te voorspellen hoe goed het medicijn MTX (methotrexaat) bij de patiënt zal gaan werken. En die bovendien voorspelt of er bijwerkingen zullen ontstaan.


Zo'n test is er nog niet. Tenminste nog geen dagelijks bruikbare. Dat komt omdat het niet goed mogelijk is om de hoeveelheid MTX in het gewone bloedplasma te meten, want daaruit verdwijnt het middel te snel. Je moet hiervoor echt binnenin de rode en witte bloedcellen zijn. In die cellen bouwt het middel een spiegel op en die hoeveelheid vertelt weer iets over de werking ervan.


Door dit project van dr. de Jonge zal er over een aantal jaren een goede, snelle MTX test zijn. En is eerder bekend of een patiënt baat bij het middel heeft of dat hij beter een ander medicijn kan gaan gebruiken.
Titel: Development of an ultrarapid cellular methotrexate assay to predict methotrexate response and side-effects

Projectleider: Dr. R. de Jonge
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte afronding: 2014
 
 
Zonder omweg naar de start van reuma
In dit project gaan dr. Dominique Baeten en prof. dr. Hergen Spits van het AMC te Amsterdam met een nieuwe methode B-cellen bestuderen. Tot nu toe kon dit alleen via een omweg. Maar nu kan hij precies nagaan wat hun rol is bij het ontstaan van reumatoïde artritis. En nieuwe tests ontwikkelen om de ziekte nog eerder te ontdekken en dus nog vroeger te behandelen.

Kortgeleden ontwikkelde prof.dr. Spits een methode om rechtstreeks de functie van menselijke B-cellen te onderzoeken in plaats van via de antistoffen die ontstaan las deze B cellen uitrijpen. In dit project gebruiken Spits en Baeten die techniek voor het eerst bij onderzoek naar de B-cellen bij reuma. B-cellen zijn belangrijke afweercellen die zich bij reuma misdragen en zo een bijdrage leveren aan het ontstaan van gewrichtsontstekingen.

Het rechtstreeks bestuderen van deze cellen kan ons veel nieuwe inzichten opleveren over hoe, waar, en wanneer deze cellen belangrijk zijn in reuma. Deze kennis kan op zijn beurt gebruikt worden om betere testen en behandelingen te ontwikkelen.

Project: Characterization and monitoring of citrullinated protein-specific B lymphocytes in rheumatoid arthritis                                                      
Projectleider: Dr. D. L. Baeten en prof. dr. H. Spits
Universiteit: AMC Amsterdam
Verwachte afronding: 2013

Van wantrouwen naar vertrouwen in reumaremmers
Waarom nemen sommige mensen met beginnende reuma hun medicijnen niet trouw in? Zoals de dokter ze voorschreef? In dit onderzoek gaat dr. Jolanda Luime samen met dr. Adriaan van 't Spijker van het Erasmus MC te Rotterdam achterhalen wat de kenmerken van deze mensen zijn zodat de reumatoloog in het vervolg weet welke factoren therapieontrouw en -trouw kunnen voorspellen.

De gevolgen van gewrichtsontstekingen door reuma kunnen desastreus zijn voor het dagelijks leven en werk van de patiënt. Met krachtige medicijnen bij aanvang van de ziekte is bij een deel van de patiënten veel ellende te voorkómen. Toch zijn er mensen hun medicijnen niet of niet op de juiste wijze innemen. Het is belangrijk om te weten en liefst te kunnen voorspellen wie dat zijn. Want dan kunnen we een manier zoeken om hen te helpen hun reuma medicijnen wel in te nemen.

Project: Predict: Prediction of non-adherence in novice DMARD users recently diagnosed with Rheumatoid Arthritis, Arthritis Psoriatica or Poliarthritis Projectleiders: Dr. J.J. Luime/ Dr. A van 't Spijker
Universiteit: ErasmusMC Rotterdam
Verwachte afronding: 2014

Vitamine D en reuma
De centrale vraag in dit onderzoek is: Op welke manier onderdrukt vitamine D de immuunreactie van reumatoïde artritis?

Vitamine D kan verschillende processen van het immuunsysteem beïnvloeden. Recent heeft de onderzoeksgroep van Dr. E. Lubberts aangetoond dat vitamine D een rechtstreeks effect heeft op het onderdrukken van ziektemakende T cellen. Deze T cellen zijn mogelijk belangrijk bij het ontstaan van reuma.

De vitamine D molecuul kan deze T-cellen afremmen en daarmee mogelijk de reumaontsteking laten afnemen. Betekent dit een nieuwe behandeling?

Nog niet. Want er is een groot probleem: helaas kan het geven van vitamine D leiden tot een gevaarlijke stijging van kalk in het bloed.

Dr. Erik Lubberts van het Erasmus MC te Rotterdam gaat in dit onderzoek uitzoeken hoe je wel gebruik kan maken van het vit D molecuul bij de behandeling van reumatoïde artritis.

Project: Identifying molecular targets in the 1,25(OH)2D3 mediated regulation of Th17 cytokines and their immunomodulatory potential in patients with early rheumatoid arthritis Projectleider: Dr. E. Lubberts
Universiteit: ErasmusMC Rotterdam
Verwachte afronding: 2014

De revolutie ontketenen?
Dr. Frank Redegeld van de Universiteit Utrecht gaat een enerverend experiment uitvoeren met een speciaal soort eiwitten ('vrije lichte ketens') in ons bloed. Zij worden uitgescheiden door B-afweercellen en zijn nog nooit eerder onderzocht als mogelijke oorzaak van reumatoïde artritis. Integendeel, tot voor enige jaren werden deze eiwitten als totaal onbelangrijk gezien. De uitkomst van dit onderzoek kan dus een heel nieuw licht op reuma werpen.

Sinds enkele jaren zijn deze eiwitten goed te meten. Het blijkt dat bij sommige ziektes, zoals astma, de concentratie van deze eiwitten in het bloed enorm stijgt. Ook is nu bewezen dat die vrije lichte ketens een rol spelen bij het starten van ontstekingsprocessen. En dat als je die ketens blokkeert, de ontsteking niet doorzet. Dat is dus de aanleiding om na te gaan of deze eiwitten ook een rol spelen bij reuma.

Een spannend onderzoek dat gefinancierd wordt vanuit het Serendipitybudget van het Reumafonds. Dit budget is er speciaal voor hoogrisico-onderzoek. Dat is onderzoek naar onderwerpen waarvoor elders aanknopingspunten zijn gevonden, maar die binnen de reumatologie nog nooit zijn onderzocht. Het staat dan ook niet vast dat dit onderzoek iets zal opleveren. Het is dus riskant, maar aan de andere kant leert de geschiedenis dat veel echte doorbraken in onderzoek vaak uit onverwachte hoek komen.

Serendipity project: Immunoglobulin light chain-induced mast cell activation: a novel inflammatory pathway in rheumatoid arthritis?
Projectleider: Dr. F.A. M. Redegeld
Universiteit: Utrecht
Verwachte afronding: 2012

De ene speld in de hooiberg
Tegen welke lichaamseigen eiwitten richten T-afweercellen zich bij reuma, vraagt prof. dr. René Toes van het LUMC te Leiden, zich af in dit onderzoek. Hij hoopt hiermee de weg te banen naar een nieuwe behandeling.

Want dat is wat er fout gaat bij auto-immuunziektes zoals reuma: het lichaam richt zich niet tegen een indringer zoals een virus of bacterie, maar tegen een aantal eigen eiwitten. Waardoor er reumaontstekingen ontstaan.

Tot nu toe was het niet mogelijk om uit al die duizenden eiwitten in ons bloed, de eiwitten te vinden die herkend worden door de T-cellen bij reuma. Het was zoeken naar een speld in een hooiberg. Met een nieuwe techniek is het mogelijk om de hooiberg sprietje voor sprietje uit te pluizen.

Project: Identification of T-cell epitopes from citrullinated autoantigens
Projectleider: Prof.dr. R.E.M.Toes 
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2012

Herstel van gewrichten bij goede behandeling reuma mogelijk?
Herstelt een gewricht zich als medicijnen bij reumatoïde artritis zo goed aanslaan dat de klachten afnemen? En zo ja, welk onderdeel van de behandeling is daar verantwoordelijk voor? Dr. Reneé Allaart van het LUMC te Leiden gaat dit in een kort project uitzoeken.

Als reumatoïde artritis goed behandeld wordt, nemen de klachten af. De gewrichten beschadigen niet verder. Soms zelfs, lijkt er herstel van het gewricht op te treden. Maar of dat echt zo is, weten we niet. En ook niet welke medicijnen het meest bijdragen aan dit eventuele herstel.

Dr. Allaart gebruikt de gegevens die zes jaar lang zijn verzameld bij ruim 500 patiënten met ernstige reumatoïde artritis. Deze patiënten zijn volgens de nieuwste protocollen behandeld en ongeveer 45% van hen heeft inmiddels geen klachten meer.

Project: Repair of joint damage in patients with rheumatoid arthritis; a 6 year follow up analysis in the BeSt cohort.
Projectleider: Dr. C.F. Allaart
Universiteit: LUMC Leiden

Trechtermethode voorspelt gewrichtsschade
Welke genen vertellen je dat je een grote kans loopt op gewrichtsschade bij reuma? Dat is de kernvraag in dit project van dr. Annette van der Helm van het LUMC te Leiden. Want als je van te voren weet, wie de kans loopt op ernstige gewrichtsschade, kan je de behandeling daarop aanpassen.

Reumatoïde artritis verloopt bij iedereen weer anders. Bij de een gaan gewrichten snel stuk en bij de ander niet. Bij sommige mensen moet je meteen beginnen met sterke medicijnen. Het is dus belangrijk dat je weet bij wie dat nodig is. Dr. van der Helm zoekt ook aanknopingspunten om medicijnen te ontwikkelen die zich speciaal richten op het voorkómen van gewrichtsschade.

Van der Helm zoekt deze aanknopingspunten in ons erfelijk materiaal, in onze genen. Zij gaat meer dan 500.000 genen meten in het bloed van 2700 Amerikaanse reumapatiënten. De genen die een duidelijk verband blijken te hebben met gewrichtsschade, gaat zij vervolgens zoeken bij 1000 Nederlandse mensen met reuma. De genen die zij nu ook hier aantreft, zoekt zij vervolgens weer bij 1000 Engelse en 150 Zweedse mensen met reuma. Uiteindelijk blijven alleen de genen over die zowel bij de Amerikaanse, als de Nederlandse, Engelse en Zweedse patiënten voorkomen. Die genen zullen een duidelijke voorspellende waarde hebben voor het krijgen van gewrichtsschade.

Project: Increasing the understanding of joint destruction in Rheumatoid Arthritis: a Genome Wide study
Projectleider: Dr. A.H.M. van der Helm-van Mil
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2014

Bloedvatverval
Is het mogelijk om de vorming van nieuwe bloedvaatjes bij gewrichtsontstekingen te voorkomen? Dat is de vraag die dr. Kris Reedquist van het AMC te Amsterdam wil beantwoorden.

Bij reuma gaan gewrichten kapot door ontstekingen. Tijdens die ontstekingen gebeurt er van alles in die gewrichten. Zo worden er bijvoorbeeld nieuwe bloedvaatjes aangemaakt. Door die vaatjes worden cellen en eiwitten aangevoerd die bijdragen aan het beschadigen van de gewrichten.

Dr. Reedquist gaat proberen om de aanmaak van nieuwe bloedvaatjes te verhinderen door een gen uit te schakelen dat die aanmaak in gang zet. Misschien is het mogelijk om zo de verwoesting van het gewricht te voorkomen.

Titel: Identifying the contributions of macrophage Tie2 signalling to pathology in arthritis
Projectleider: Dr. K.A. Reedquist
Universiteit: AMC Amsterdam
Verwachte afronding: 2014


Reuma zonder antistoffen
Het gaat in dit onderzoek om speciale antilichamen, de ACPA. 60% van de mensen met reuma hebben deze antilichamen in het bloed. Maar dus 40% niet. En op deze laatste groep, de ACPA negatieve patiënten, richt dit onderzoek zich.

Dr. Bobby Koeleman van het UMC Utrecht gaat in de celkernen kijken, waar onze genen zich bevinden. De onderzoeksvragen zijn:

  • Welke genen zijn betrokken bij de aanleg voor ACPA negatieve reumatoïde artritis?
  • Verhogen bepaalde genen je gevoeligheid voor de ziekte?
  • En in hoeverre verschilt ACPA positieve reuma van ACPA negatieve?
  • En wat betekent dit voor de behandeling?


ACPA is de afkorting van anticytoplasmatische antilichamen.

Titel: Unravelling the molecular pathogenesis of rheumatoid artritis without antibodies against citrullinated peptides using a Genome Wide Association Study
Projectleider: Dr. B.P.C. Koeleman
Universiteit: UMC Utrecht
Verwachte afronding: 2013

 

Bijensteek als reumaremmer?
Dit onderzoek geeft een heel nieuwe kijk op de behandeling van ontstekingsziekten. Prof. dr. Paul-Peter Tak van het AMC te Amsterdam onderzoekt de rol van de 10de hersenzenuw (de nervus vagus) bij het remmen van reuma. En die hersenzenuw heeft in de verte iets te maken met een bijensteek.

Een bijensteek geeft een branderig gevoel. Dat komt doordat de bij het stofje acetylcholine in je spuit. Datzelfde stofje wordt vrijgegeven aan het einde van onze 10de hersenzenuw, de nervus vagus.

Het is bekend dat stimulatie van de nervus vagus een ontstekingsremmend effect heeft. Acetylcholine bindt zich namelijk aan andere stoffen, zoals de 'alfa7 receptor', waardoor uiteindelijk een ontstekingsreactie in het lichaam wordt gedempt. De alfa7 receptor is een molecuul dat als een soort antenne bovenop bloedcellen zit. Het zorgt ervoor dat deze cellen geen of minder ontstekingseiwitten maken. TNFalfa is zo'n ontstekingseiwit dat dan niet gemaakt wordt.

TNFalfa kennen we al van de moderne reumaremmers, de 'biologicals' zoals etanercept (Enbrel ®), adalimumab (Humira ®)en remicade (Infliximab®)). In dit onderzoek probeert prof. Tak er dus op een andere manier voor te zorgen dat TNFalfa niet wordt gemaakt en de ontsteking geremd wordt.

Al in het oude China lieten mensen met auto-immuunziekten, zoals reuma, zich steken door bijen. Wie weet komt nu alsnog nog een wetenschappelijk bewijs voor de werking van deze steken. Maar ga dit niet zelf proberen, want bijensteken kunnen tot levensgevaarlijke allergische reacties leiden. Dit onderzoek kan echter wel leiden tot de ontwikkeling van nieuwe medicijnen die specifiek op de alfa7 receptor aangrijpen.

Titel: The cholinergic anti-inflammatory pathway: A new target for the treatment of rheumatoid arthritis?
Projectleider: Prof. dr. P.P. Tak
Universiteit: AMC Amsterdam
Verwachte afronding: 2012

 

We weten het wel, maar eigenlijk ook nog niet
De oorzaak van reumatoïde artritis (RA) zit voor een deel in ons genetisch materiaal (DNA). Prof. dr. Tom Huizinga's onderzoeksgroep ontdekte een paar jaar geleden het precieze stukje DNA, dat de kans op het krijgen van RA vergroot.
Dat is belangrijke informatie, maar niet voldoende om de ziekte te kunnen bestrijden. Want waarom vergroot dit stukje DNA de kans op het krijgen van reumatoïde artritis? Het is net zo iets als weten welk stukje DNA zorgt voor blauwe ogen, maar dan weet je nog niet hoé dat dan precies komt.

De vraag in dit onderzoek luidt dan ook: welk bericht stuurt het DNA het lichaam in waardoor iemand reumatoïde artritis krijgt? Prof. dr. Huizinga gaat dat onderzoeken bij mensen die de risicofactor wel hebben en bij mensen die de risicofactor niet hebben.

De verschillen tussen deze 2 groepen moet het antwoord geven. Dat is belangrijk want als begrepen wordt hoe het werkt dat dit stukje DNA reumatoïde artritis geeft, kan geprobeerd worden medicijnen te ontwikkelen die remmen dat patiënten langs deze weg reumatoïde artritis ontwikkelen.

Titel: Elucidation of the biological mechanisms that explain the association of the TRAF1/C5 region with rheumatoid arthritis
Projectleider: Prof. dr. T. W. J. Huizinga
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2012

Verkeerde boodschappers op de verkeerde plaats veroorzaken grote problemen
In ons lichaam dobberen allemaal cellen rond die pas wakker worden als er iets misgaat, zogenaamde afweercellen. Deze worden bijvoorbeeld actief als er bacteriën binnendringen. Er zijn heel wat verschillende van deze afweercellen. Elke soort heeft een eigen taak en eigen naam.

Bij onderzoekers staan afweercellen die we T-cellen en B-cellen noemen zeer in de belangstelling. Zij proberen te ontdekken en te begrijpen wat deze cellen allemaal in gang zetten in ons afweersysteem.

Het is al bekend dat er bij reumatische ziektes iets misgaat in het afweersysteem. Ook wordt steeds duidelijker welke afweercellen in dat geval niet alleen beschermen tegen ziektes, maar soms juist ziek maken. T-cellen en B-cellen en hun interactie met elkaar kan hierin een rol spelen.

In dit onderzoek focust dr. Erik Lubberts op een nieuw ontdekte T cel (T helper 17 cel) die bepaalde stofjes produceert die de B cellen mogelijk aanzetten tot ziekmakend gedrag. Deze stofjes heten Interleukines of ontstekingsfactoren.

Dr. Lubberts onderzoekt de nieuw ontdekte Th17 cel (en belangrijke interleukines geproduceerd door deze nieuwe T-cel). Zijn zij in staat om de B-cel aan te zetten tot ziekmakend gedrag dat kan leiden tot het aanwakkeren van reumatoïde artritis (RA)en systemische lupus erythematosus (SLE)? Het is goed mogelijk dat uit dit onderzoek nieuwe medicijnen voortkomen.

Titel: The role of the novel IL-23/IL-17 immune pathway and Th17 cytokines in B cell activation andautoantibody production in chronic destructive arthritis and SLE
Projectleider: Dr. E. Lubberts
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte afronding: 2012

Waarover praten zij?
Dr. Timothy Radstake gaat onderzoeken hoe afweercellen communiceren met bepaalde antennes bovenop dendritische cellen. Dendritische cellen zijn de  'generaals van de afweer' en behoren via deze antennes het aanvalsbevel te geven aan afweercellen, zodra er een indringer in ons lichaam is gesignaleerd.

De onderzoeker denkt echter dat sommige antennes en afweercellen elkaar niet altijd evengoed verstaan, waardoor er reuma de kans krijgt. Hij gaat in het laboratorium uitzoeken hoe zij eigenlijk met elkaar in contact treden. Maar ook welke opdrachten ze elkaar geven en hoe daar op gereageerd wordt.

Titel: Defective cross-talk between Fc gamma en Toll-like receptors as a novel therapeutic target in rheumatoid arthritis
Projectleider: Dr. T.R.D.J.Radstake
Universiteit: UMC st Radboud Nijmegen
Verwachte afronding: 2011


Nooit meer gokken

Niet iedere patiënt reageert evengoed op de nieuwe reumamedicijnen (biologicals). Maar tot nu toe hoop je dat je goed gokt, als je er aan begint. Binnenkort is gokken niet meer nodig, want dan is er een test.

Dr. Cor Verweij van het VUMC te Amsterdam gaat de test ontwikkelen. Hij doet dit door de medicijnen te laten reageren op TNF en Interferon, 2 belangrijke eiwitten in ons immuunsysteem.

TNF is het ontstekingseiwit dat door de nieuwe reumaremmers onschadelijk wordt gemaakt. TNF en interferon houden elkaar onder de duim, want interferon komt vrij als TNF wordt afgeremd. Maar dat gebeurt niet bij de patiënten waarbij de biological goed werkt. En daar zit het aanknopingspunt voor het ontwikkelen van de test.

Titel: Cross-talk between RNF and IFN in rheumatoid arthritis
Projectleider: Dr. C.L. Verweij
Universiteit: VUmc Amsterdam
Verwachte afronding: 2014

Breng je eigen ziekte in kaart met de patiënten-DAS
De trend is dat niet alleen de arts meet hoe het met de ziekte gaat, maar dat de patiënt dat zelf ook doet. Hij of zij is tenslotte manager van de eigen ziekte. Artsen hebben al een manier ontwikkeld, waarmee zij meten hoe het met de ziekte is. Dat is de DAS: Disease Activity Score. Nu de patiënt nog.

Prof.dr. Piet van Riel van het Radboud MC te Nijmegen, ontwikkelt een score die patiënten zelf kunnen afnemen. Hij doet dat natuurlijk in overleg met de patiënten zelf. Tijdens de ontwikkeling zal hij nieuwe score (de PRO-DAS)vergelijken met de al bestaande dokters-DAS en met gemaakte röntgenfoto's. Tevens gaan dokters en patiënten na of de PRO-DAS goed uitvoerbaar is. En of de meeste patiënten die test wel bij zichzelf willen afnemen.

Titel: The Patient Reported Outcomes Disease Activity Score (PRO-DAS) study
Projectleider: Prof.dr. P.L.C.M van Riel
Universiteit: UMC st Radboud Nijmegen
Verwachte afronding: 2012

 

Oormerk voor afweercel
Lukt het om met een speciale scantechniek een gewrichtsontsteking op te sporen, al voordat de patiënt klachten krijgt?

Hoe eerder je gewrichtsontstekingen kunt herkennen, des te kleiner is de kans dat er grote schade ontstaat. Ondertussen zijn onderzoekers zo ver, dat ze de ontstekingen willen vinden, nog voordat de patiënt er zelf iets van merkt. Dus voordat hij pijn krijgt en voordat de gewrichten dik worden.

Een methode die daarvoor geschikt is, is het opsporen van naar de beginnende ontsteking toegesnelde afweercellen. Dit kan met een speciale scanner, de PETscanner.

De afweercellen moet je dan wel eerst 'labelen'; een oormerk geven dat zichtbaar is voor de scanner. Dat kan door bij de patiënt een stofje in te spuiten dat zich vasthecht aan de afweercellen. En ook precies aan de goede afweercellen.

Dr. Conny van der Laken van het VUMC te Amsterdam denkt het juiste stofje hiervoor te kennen. In dit onderzoek gaat zij het testen: werkt het, doet het precies wat we willen? En kunnen we er nog meer mee, bijvoorbeeld testen of ontstekingen goed door de medicijnen behandeld worden? Misschien is het zelfs mogelijk om op deze manier van te voren te weten of een patiënt baat zal hebben bij een bepaald medicijn.

Ook zullen nieuwe anti-reumatische medicijnen worden getest die op dezelfde plaats aan de afweercellen hechten als met de PET scanner kan worden afgebeeld.

Titel: Imaging and therapeutic targeting of macrophage folate receptor-beta in rheumatoid arthritis
Projectleider: mw. dr. C.J. Van der Laken
Universiteit: VUmc Amsterdam
Verwachte afronding: 2014

Te veel of te weinig medicijnen, beide is niet best
Dr. Annette van der Helm gaat een model ontwikkelen dat de ernst van reumatoïde artritis voorspelt. Het model bestaat uit een reeks  risicofactoren die de ernst van de ziekte kunnen beïnvloeden.

Dit zijn bijvoorbeeld reumafactoren in het bloed, uitslagen van lichamelijk onderzoek en foto's. Maar die voorspellen de ernst van reumatoïde artritis onvoldoende. Daarom zoekt dr. van der Helm ook naar genetische risicofactoren. Dit zijn onder andere genen waarvan bekend is dat ze een rol spelen bij opbouw en afbraak van bot of bij de samenwerking tussen bot en immuuncellen.

Met de uitkomst van dit onderzoek weet de patiënt of hij het rustig aan kan doen met één reumamedicijn of dat hij meteen met meerdere, forse medicijnen moet starten en de bijwerkingen voor lief moet nemen.

Titel: Towards reducing overtreatment and undertreatment in rheumatoid arthritis
Projectleider: Mw. dr. A.H.M. van der Helm - van Mil
Universiteit: LUMC Leiden
Verwachte afronding: 2012

Vragen over prednisongebruik tijdens de zwangerschap

Dr. Radboud Dolhain doet al langer baanbrekend onderzoek naar zwangerschap en reumatoïde artritis. De ziekte vermindert vaak tijdens de zwangerschap, maar niet voldoende om 9 maanden pillenvrij te blijven.

De kinderen van vrouwen met actieve reuma of prednisongebruik tijdens de zwangerschap zijn bij de geboorte vaak lichter van gewicht dan bij gezonde vrouwen het geval is.

Een laag geboortegewicht kan de kans op ziektes als diabetes en hart- en vaatziekten op latere leeftijd vergroten. Maar of dit ook zo is bij kinderen van een moeder met actieve reumatoïde artritis of die prednison gebruikte tijdens de zwangerschap, is niet bekend. Dat zal dr. Dolhain nu uitzoeken.

Titel: High disease activity and prednisone use during pregnancy; lifelong consequences for children of women with rheumatoid arthritis?
Projectleider: Dr. R.J.E.M. Dolhain,
Universiteit: Erasmus MC Rotterdam
Verwachte afronding: 2011

 

Bij wie werkt prednison wel en bij wie niet?
Glucocorticoïden zijn stresshormonen die kunnen worden nagemaakt en als geneesmiddel worden gebruikt. De bekendste zijn cortison en prednison. Mensen met reumatoïde artritis krijgen dit middel voorgeschreven omdat het het immuunsysteem beïnvloedt en ontstekingsreacties onderdrukt.

Maar lang niet iedereen reageert evengoed op glucocorticoïden. Daarnaast heeft het medicijn ook bijwerkingen, ook bij de patiënten die niet goed reageren. Het zou dus mooi zijn als je van te voren wist welke patiënten wel of niet goed reageren op glucocorticoïden. Dan hoeven ze er eventueel niet eens aan te beginnen en kan de reumatoloog beter een ander middel proberen.

In dit onderzoek zal prof. dr. Hans Bijlsma proberen te ontdekken met welk stofje (marker) in bloed of urine je kunt voorspellen of de glucocorticoïden zullen werken of niet. Ongeveer 100 mensen met reuma zullen hem hierbij helpen.

Titel: Costomized use of glucocorticoids in patients with rheumatoid arthritis based on gene profiling
Projectleider: Prof. dr. J.W.J. Bijlsma
Universiteit: UMC Utrecht
Verwachte afronding: 2011

 

Meepraten over reuma?

Like dan onze Facebook-pagina

Wat weet u van reuma?





Steun onderzoek naar RA

Wetenschappelijk onderzoek is dé sleutel tot genezing van reumatoïde artritis.