Zoeken
 
Print | Verstuur e-mail

Jeugdreuma

Welke medicijnen kunnen uw kind helpen?

Uw kind wordt behandeld met medicijnen tegen de ontstekingen en tegen de pijn. De meeste medicijnen krijgt uw kind in de vorm van een pil of een drankje. Sommige medicijnen zijn alleen via een injectie toe te dienen.

Er zijn verschillende soorten medicijnen die kunnen helpen tegen jeugdreuma. Welk medicijn uw kind krijgt, hangt af van de ernst van de aandoening, of het medicijn aanslaat bij uw kind en de bijwerkingen van het medicijn.

Soorten medicijnen
De volgende medicijnen kunnen worden voorgeschreven bij jeugdreuma:


Eenvoudige pijnstillers
Eenvoudige pijnstillers zorgen ervoor dat uw kind minder pijn heeft. Daardoor gaat bewegen gemakkelijker. Pijnstillers werken snel, maar zijn ook snel weer uitgewerkt. Uw kind moet ze dus meerdere keren per dag slikken. Een veelgebruikte eenvoudige pijnstiller is paracetamol. Over het algemeen geven eenvoudige pijnstillers weinig bijwerkingen.

Ontstekingsremmende pijnstillers
Ontstekingsremmende pijnstillers worden ook wel NSAID's genoemd. Ze verminderen de pijn en onderdrukken ontstekingsklachten zoals zwelling en stijfheid. NSAID's werken een paar uur. Uw kind moet ze dus meerdere keren per dag slikken. Het duurt vaak enkele weken voordat de gewrichtsontstekingen afnemen. Over het algemeen geven NSAID's weinig bijwerkingen. Soms krijgen kinderen last van hun maag of lopen ze wat sneller blauwe plekken op.

Voorbeelden van NSAID's zijn naproxen en ibuprofen. Het kan zijn dat het ene NSAID werkt en het andere niet. Bespreek de werking met de arts en gebruik verschillende NSAID's niet tegelijkertijd.

Corticosteroïden
Corticosteroïden zijn medicijnen die zijn afgeleid van het natuurlijke hormoon van de bijnierschors (cortisol). Corticosteroïden remmen de ontstekingen en kunnen zo schade aan de gewrichten beperken. Prednison is het bekendste corticosteroïd. Als uw kind tegelijkertijd corticosteroïden en een NSAID gebruikt, is het meestal nodig om een maagbeschermer te gebruiken

Als uw kind langer dan twee weken corticosteroïden heeft geslikt, mag het nooit zomaar met de medicijnen stoppen. Door het gebruik van deze middelen vermindert de werking van de bijnierschors. Alleen als de behandeling langzaam wordt afgebouwd, krijgt de bijnierschors de kans om zich te herstellen.

Corticosteroïden kunnen op langere termijn bijwerkingen geven. Voorbeelden zijn gewichtstoename, een vollemaansgezicht, dunner wordende huid, blauwe plekken en striemen op de huid. Mensen die deze medicijnen lang gebruiken, hebben ook een grotere kans op een verhoogde bloeddruk, diabetes (suikerziekte), osteoporose (botontkalking) en een verminderde weerstand.

Injectie in of rond het gewricht
Heeft uw kind één of slechts een paar ontstoken gewrichten? Dan kan de arts een plaatselijke injectie met corticosteroïden in of rond het gewricht geven. Dit heeft als voordeel dat de injectie alleen werkt waar de ontsteking zit. Een injectie geeft zelden bijwerkingen. Als de klachten na drie maanden terugkeren kan de injectie worden herhaald.

Klassieke reumaremmers (DMARD's)
Als ontstekingsremmers of injecties in het gewricht de jeugdreuma niet tot rust brengen, kan de arts een klassieke reumaremmer (DMARD) voorschrijven. Deze zorgt ervoor dat de ziekte minder actief wordt, zodat uw kind minder schade krijgt aan de gewrichten. Het kan weken of maanden duren voordat uw kind het effect van deze middelen merkt. Daarom krijgt uw kind ze meestal samen met een (snel werkend) NSAID.

In eerste instantie schrijft de arts vaak methotrexaat (MTX) voor. Dit middel brengt de ziekte meestal tot rust. Uw kind krijgt methotrexaat in tabletvorm of als injectie. Om de kans op bijwerkingen te verkleinen wordt methotrexaat altijd voorgeschreven in combinatie met foliumzuur (vitamine B11).

Geeft methotrexaat onvoldoende resultaat, of verdraagt uw kind het niet goed? Dan kan de arts een andere DMARD voorschrijven, bijvoorbeeld leflunomide of sulfasalazine.

DMARD's kunnen bijwerkingen geven, zoals huiduitslag, griepachtige verschijnselen, maag- en darmklachten, nier- of leverfunctiestoornissen en heel soms afwijkingen in de bloedaanmaak. DMARD's zorgen er ook voor dat de weerstand van uw kind afneemt. Het medicijn maakt het afweersysteem van uw kind namelijk minder actief. De arts zal regelmatig het bloed en de urine van uw kind controleren om bijwerkingen in een vroeg stadium op te sporen. Als uw kind minder medicijnen neemt of met het medicijn stopt, gaan de bijwerkingen over.

Bij onvoldoende effect van DMARD's komt uw kind mogelijk in aanmerking voor biologische reumaremmers.

Biologische medicijnen
Biologische medicijnen bestaan geheel of gedeeltelijk uit dierlijk of menselijk eiwit. Ze moeten specifieke ontstekingseiwitten stilleggen. Deze eiwitten zijn onder andere:

  • tumornecrosefactor-alfa (TNF-alfa): hiertegen kan een arts TNF-alfaremmers voorschrijven, zoals adalimumab (Humira®) of etanercept (Enbrel®)
  • interleukine-1: hiertegen worden interleukineremmers gegeven, zoals anakinra (Kineret®) of tociluzimab (RoActemra®). Interleukineremmers worden vooral bij systemische jeugdreuma voorgeschreven.


Uw kind krijgt biologische medicijnen via een injectie of infuus. Mogelijke bijwerkingen van biologische medicijnen zijn onder andere een verminderde afweer, koorts, hoofdpijn en huidirritatie op de plaats van de injectie (roodheid, zwelling, jeuk, blauwe plekken, pijn)

In Nederland zijn op dit moment de volgende biologische medicijnen geregistreerd voor jeugdreuma:

  • etanercept (Enbrel®) 
  • abatacept (Orencia®) 
  • adalimumab (Humira®) 
  • tociluzimab (RoActemra®) 


Anakinra (Kineret®) is niet officieel geregistreerd, maar wordt in Nederland wel vergoed. Infliximab (Remicade®, Inflectra®, Remsima®) staat geregistreerd voor uveitis (oogontsteking) en wordt om die reden soms ook bij jeugdreuma voorgeschreven.

Er wordt gewerkt aan meer soorten biologische medicijnen tegen overactieve ontstekingseiwitten bij jeugdreuma. De reumatoloog kan u op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen.

Lees meer informatie over biologische medicijnen.

Verhoogd risico op infecties
Jeugdreuma is een ziekte waarbij het afweersysteem in gevecht gaat met het eigen lichaam (een auto-immuunziekte). Klassieke reumaremmers en biologische medicijnen zorgen ervoor dat deze afweerreactie wordt geremd of stil komt te liggen. Daardoor heeft uw kind minder last van ontstekingen. Maar tegelijkertijd heeft uw kind ook minder bescherming tegen ziekteverwekkers zoals virussen en bacteriën. Uw kind heeft daardoor meer kans op infecties, zoals gordelroos en longontsteking.

Als uw kind al ergens een infectie heeft, zal uw arts geen reumaremmers voorschrijven. De infectie moet dan eerst worden behandeld. Heeft uw kind ooit tuberculose gehad, dan kan een behandeling met een biologisch medicijn de ziekte weer aanwakkeren. Vertel het daarom altijd aan uw arts als uw kind tuberculose heeft gehad. Voor de zekerheid zal de arts het zelf ook testen.

Vaccinaties
Vaccinaties met levende, verzwakte micro-organismen mogen bij gebruik van reumaremmers alleen gegeven worden na overleg met de arts. Enkele voorbeelden van dit soort vaccins zijn: de Bmr-prik (bof, mazelen, rode hond), BCG-vaccins (tegen tuberculose) en het gelekoortsvaccin.

Bestel de brochure

In deze gratis brochure van het Reumafonds, kunt u veel nuttige informatie vinden over jeugdreuma.

Meepraten over reuma?

Like dan onze Facebook-pagina

Informatie over spreekbeurt of werkstuk over reuma





Op zoek naar een ziekenhuis?