|
Jeugdreuma
Welke medicijnen kunnen uw kind helpen?
Uw kind zal worden behandeld met medicijnen tegen de ontstekingen en tegen de pijn. De meeste medicijnen krijgt uw kind in de vorm van een pil of een drankje. Sommige medicijnen zijn alleen via een injectie toe te dienen.
Er zijn verschillende soorten medicijnen die kunnen helpen tegen jeugdreuma. Welk medicijn uw kind krijgt is afhankelijk van:
• de ernst van de ziekte
• de bijwerkingen
• of het medicijn aanslaat bij uw kind
Bijwerkingen
Sommige medicijnen geven veel bijwerkingen, maar helpen wel goed om schade aan gewrichten te voorkomen. Dan kan de keuze moeilijk zijn: wat is belangrijker? Is het beter om een ander medicijn te kiezen en daarmee bijwerkingen te verminderen? Of is het beter om door te gaan met het medicijn en zo de kans op schade aan de gewrichten zo klein mogelijk te houden? Medicijnen geven soms minder bijwerkingen als uw kind ze via een injectie toegediend krijgt. U of uw kind kan leren om dit zelf te doen.
Sommige medicijnen kunnen het aantal bloedcellen verminderen. Ook gebeurt het soms dat organen (nieren, lever) door medicijngebruik minder goed werken. Uw arts zal daarom het bloed van uw kind regelmatig controleren. De bijwerkingen verdwijnen meestal als uw kind minder van het medicijn gaat gebruiken of er helemaal mee stopt.
Soorten medicijnen
Uw kind zal waarschijnlijk een combinatie krijgen van verschillende medicijnen:
Eenvoudige pijnstillers
Eenvoudige pijnstillers zorgen ervoor dat uw kind minder pijn heeft. Daardoor gebruikt uw kind de gewrichten beter en gaat bewegen gemakkelijker. Pijnstillers werken snel, maar zijn ook snel weer uitgewerkt. Veelgebruikte pijnstillers zijn paracetamol en tramadol.
Ontstekingsremmende pijnstillers
Ontstekingsremmende pijnstillers verminderen de pijn en onderdrukken ontstekingsklachten zoals stijfheid, pijn en zwellingen. Ze worden ook wel NSAID's genoemd. Ze werken maar een paar uur en uw kind moet ze dus een paar keer per dag slikken. De medicijnen geven meestal weinig bijwerkingen. Soms krijgen kinderen last van hun maag of lopen ze wat sneller blauwe plekken op. Voorbeelden van NSAID's zijn naproxen en ibuprofen.
Klassieke ontstekingsremmers
Bijnierschorshormoon (corticosteroïden)
Corticosteroïden zijn medicijnen die zijn afgeleid van het natuurlijke hormoon van de bijnierschors. Ze remmen de ontstekingen aan de gewrichten en kunnen zo schade aan de gewrichten beperken. Prednison is het bekendste corticosteroïd.
Corticosteroïden kunnen op langere termijn wel bijwerkingen geven. Voorbeelden zijn gewichtstoename, een vollemaansgezicht, dunner wordende huid, blauwe plekken en striemen op de huid. Mensen die deze medicijnen lang gebruiken, hebben ook een grotere kans op een verhoogde bloeddruk, diabetes (suikerziekte), botontkalking en een verminderde weerstand. Of uw kind last van bijwerkingen krijgt, hangt af van de dosering en hoe lang de periode is dat uw kind deze medicijnen moet gebruiken.
Als uw kind langer dan twee weken corticosteroïden slikt, mag het nooit zomaar met de medicijnen stoppen. Door het gebruik van deze middelen werkt de bijnierschors minder hard. Als uw kind plotseling geen pillen meer neemt, ontstaat een tekort aan bijnierschorshormoon. Elke behandeling met corticosteroïden die langer dan twee weken duurt, wordt dan ook langzaam afgebouwd. Alleen op die manier krijgt de bijnierschors de kans om zich te herstellen.
Uw kind kan de corticosteroïden ook als injecties krijgen. Dat kan in het ontstoken gewricht zelf of in de bilspier. Dit laatste doet de arts vooral als uw kind veel ontstoken gewrichten heeft.
Als uw kind tegelijkertijd corticosteroïden en een NSAID gebruikt, is het meestal nodig om ook een maagbeschermer te gebruiken.
DMARD's
Als alleen ontstekingsremmers of injecties in het gewricht de gewrichtsontsteking niet tot rust brengen, dan kan de arts een DMARD voorschrijven. Een DMARD is een klassieke ontstekingsremmer. Deze zorgt ervoor dat de ziekte minder actief wordt, zodat uw kind minder schade krijgt aan de gewrichten. Het kan weken of maanden duren voordat uw kind het effect van deze middelen merkt. Daarom krijgt uw kind ze meestal samen met een (snel werkende) NSAID.
DMARD's kunnen bijwerkingen geven: huiduitslag, griepachtige verschijnselen, maag- en darmklachten, nier- of leverfunctiestoornissen en heel soms afwijkingen in de bloedaanmaak. DMARD's zorgen er ook voor dat de weerstand van uw kind afneemt. Het medicijn maakt het afweersysteem van uw kind minder actief. De arts zal regelmatig het bloed en de urine van uw kind controleren om bijwerkingen in een vroeg stadium op te sporen. Als uw kind minder medicijnen neemt of met het medicijn stopt, gaan de bijwerkingen over.
Bekende DMARD's voor kinderen zijn methotrexaat (MTX) en biologicals. Soms worden middelen als leflunomide of sulfasalazine voorgeschreven.
Biologische ontstekingsremmers
Biologische ontstekingsremmers zijn gemaakt van biologische stoffen. Ze zijn dus niet samengesteld uit chemische stoffen. Ze worden ook wel biologicals genoemd.
Jeugdreuma is een ziekte waarbij het afweersysteem in gevecht gaat met het eigen lichaam (een auto-immuunziekte). Biologische ontstekingsremmers zorgen ervoor dat de overactieve eiwitten in het afweersysteem stil komen te liggen. Daardoor heeft uw kind minder last van ontstekingen. Maar tegelijkertijd heeft uw kind ook minder bescherming tegen echte bedreigingen van het lichaam (virussen en bacteriën). Uw kind loopt daardoor meer kans op infecties, zoals gordelroos en longontsteking.
Als uw kind al ergens een infectie heeft, zal uw arts geen biologische ontstekingsremmers voorschrijven. De infectie moet dan eerst worden behandeld. Heeft uw kind ooit tuberculose gehad, dan kan een behandeling met een biologische ontstekingsremmer de ziekte weer aanwakkeren. Vertel het daarom altijd aan uw arts als uw kind dit ooit heeft gehad. Voor de zekerheid zal de arts het zelf ook testen.
Biologische ontstekingsremmers moeten overactieve eiwitten stilleggen. Deze eiwitten zijn:
- tumornecrosefactor (TNF): hiertegen kan een arts anti-TNF-middelen voorschrijven zoals infliximab en etanercept
- interleukine-1: hiertegen kan een arts anakinra geven. Dit krijgt uw kind via een injectie of infuus (vooral bij systemische jeugdreuma). Op de plaats van de injectie of het infuus kan de huid rood worden, opzwellen, blauwe plekken, jeuk of pijn geven. Uw kind kan ook hoofdpijn krijgen.
Er zijn nog meer overactieve eiwitten in het afweersysteem aanwezig als uw kind een auto-immuunziekte heeft. Er wordt gewerkt aan meer soorten biologicals tegen die eiwitten. De kinderreumatoloog kan u op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen.
Alleen een specialist kan deze medicijnen voorschrijven. Soms kan uw kind ze zelfs alleen krijgen tijdens een dagbehandeling in het ziekenhuis.
In Nederland zijn voor jeugdreuma de volgende biologicals geregistreerd: infliximab, etanercept en adalimumab.