|
Sjögren, syndroom van
Wat is het syndroom van Sjögren?
Bij het syndroom van Sjögren raken vooral traan- en speekselklieren ontstoken. Hierdoor ontstaan droge ogen en een droge mond. Ook komen vaak vermoeidheid en gewrichtsklachten voor.
Ontstoken klieren
Het syndroom van Sjögren is een chronische ziekte waarbij klieren ontstoken raken, vooral de traan- en speekselklieren. Hierdoor ontstaan klachten zoals droge ogen en een droge mond. Dit zijn de zogenaamde sicca-klachten. Sicca is Latijn voor droog. Ook vermoeidheid en klachten aan gewrichten komen bij Sjögren veel voor. De ontstekingen zijn chronisch. Ze gaan dus niet meer weg. De gewrichtsklachten kunnen variëren van licht tot zeer ernstig.
De ziekte is genoemd naar Henrik Sjögren, een Zweedse oogarts die deze aandoening in 1933 als eerste uitgebreid heeft bestudeerd.
Primaire en secundaire vorm
Er is een primaire en een secundaire vorm van het syndroom van Sjögren. Heeft u het primaire syndroom van Sjögren, dan heeft u geen andere reumatische aandoening. Heeft u het secundaire syndroom van Sjögren, dan wordt bedoeld dat er wél sprake is van een andere reumatische aandoening, zoals reumatoïde artritis (RA) of systemische lupus erythematodes (SLE).
Ontstoken klieren
Heeft u het syndroom van Sjögren, dan heeft u last van ontstoken klieren, vermoeidheid, spier- en gewrichtspijn. Bij de meeste mensen zijn vooral de traan- en speekselklieren ontstoken. Hierdoor ontstaan klachten als droge ogen en een droge mond. Ook andere klieren en inwendige organen als uw nieren of lever kunnen ontstoken raken, maar dit gebeurt bijna nooit. Door de ontstekingen werken de klieren minder goed. Ze maken minder kliervocht aan en het vocht dat ze aanmaken is van slechtere kwaliteit.
Mensen met het primaire syndroom van Sjögren lopen iets meer risico het non-Hodgkin-lymfoom te krijgen. Dit is een kwaadaardige ziekte van de lymfeklieren die vooral op oudere leeftijd voorkomt.
Hoe vaak?
Het syndroom van Sjögren komt waarschijnlijk voor bij 1 op de 1000 mensen. Het precieze aantal is niet bekend. Het syndroom kan op elke leeftijd de kop opsteken, maar meestal gebeurt dit tussen het 30ste en 60ste jaar. Het komt ongeveer 10 keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.